Opinie

Huurders, ouderen en lage inkomens de dupe van belastingplan

Overheidsfinanciën Het nieuwe belastingplan van het kabinet ontziet bedrijven en hoge inkomens, terwijl de rest achterblijft, schrijven en .
Nederland verandert van een fiscaal paradijs waar je met behulp van een vernuftige fiscale industrie belasting kon ontwijken, naar een land dat concurreert met steeds lagere tarieven, stellen Asscher en Nijboer.
Nederland verandert van een fiscaal paradijs waar je met behulp van een vernuftige fiscale industrie belasting kon ontwijken, naar een land dat concurreert met steeds lagere tarieven, stellen Asscher en Nijboer. istock

Het belastingplan voor 2020 van het huidige kabinet, dat maandag wordt behandeld in de Tweede Kamer, heeft een ronduit rechtse signatuur. Er komt een lastenverlaging voor grote bedrijven. Hogere belastingen voor woningcorporaties. En het toptarief voor de hoogste inkomens daalt, terwijl het tarief van de eerste schijf stijgt. Het zijn onverstandige en onnodige keuzes in tijden van overvloed.

Allereerst de winstbelasting voor grote bedrijven. Na het echec met de dividendbelasting koos het kabinet ervoor de opbrengst een op een te compenseren voor het bedrijfsleven. De winstbelasting kon nog verder omlaag, vind het kabinet. Het lage tarief gaat naar 15 procent, het hogere van 25 naar 21,7 procent. Dat dit laatste nergens voor nodig is, behoeft nauwelijks argumentatie.

Instanties als de OESO, het IMF, de Europese Commissie en tal van wetenschappers buitelen over elkaar heen met analyses dat bedrijven steeds rijker worden, minder investeren en uit gebrek aan ondernemingslust dan maar eigen aandelen inkopen. Zelfs premier Rutte erkende onlangs dat het geld bij grote bedrijven tegen de plinten klotst, terwijl de koopkracht van mensen steeds meer achterblijft.

Lees ook: Rutte is zijn oude maatje Asscher voorlopig kwijt

Vanwaar dan deze politieke keuze? Het CBS liet deze week met nieuwe cijfers zien dat de effectieve belastingafdracht van grote bedrijven in Nederland daalt, terwijl de winsten stijgen. Een tweede nadelig effect van winstbelastingverlaging is dat Nederland actief voorop loopt in de internationale strijd om lagere belastingtarieven. Van Nederland als fiscaal paradijs waar je met behulp van een vernuftige fiscale industrie belasting kon ontwijken, naar een land dat concurreert met steeds lagere tarieven.

Met een Brexit op komst is dat schadelijk voor alle Europese landen, want haasje over volgt. Uiteindelijk betalen alle Europese burgers letterlijk de rekening via hogere belastingen.

Ten tweede het inkomensbeleid. Belastingen zijn er in de eerste plaats om onze collectieve voorzieningen te financieren. Maar via de inkomstenbelasting kan ook naar draagkracht worden geheven: de sterkste schouders, de zwaarste lasten. Het kabinet doet met de invoering van de vlaktaks precies het omgekeerde. Het tarief in de eerste schijf wordt volgend jaar verhoogd met 0,7 procent. Lagere inkomens betalen meer belasting.

Lees ook: Het kabinet vreest de oppositie niet

De koopkracht van ouderen, gehandicapten en huurders blijft daardoor achter. Het kabinet trekt tegelijkertijd 700 miljoen uit voor verlaging van het toptarief met 2,25 procentpunt naar 49,5 procent. Rechts juicht: voor het eerst onder de 50 procent! Maar dit wordt mogelijk gemaakt door de 90 procent van de bevolking die dit niet hoeft -en kan- betalen. Het kabinet hangt de trickle down-theorie aan: als het met de top goed gaat, profiteren de lagere inkomens mee. Niets is minder waar. De overheid moet er juist voor zorgen dat de top zich niet stelselmatig verrijkt en iedereen mee kan komen. Het kabinet versterkt de ontwrichtende trend van rijkeren die steeds rijker worden.

Huurders en ouders kind van rekening

Natuurlijk gebeuren er in ons complexe fiscale stelsel tegelijkertijd ook nog andere zaken via heffingskortingen, toeslagen en meer. Maar onderaan de streep gaan jaarlijkse inkomens van 100 duizend euro er vergeleken met inkomens van 20 duizend euro 10 keer zoveel op vooruit: 200 versus 20 euro netto per maand. Dat is onrechtvaardig.

Ten derde de woningcorporaties. Er is grote woningnood. Er zijn te weinig betaalbare huurwoningen. Het kabinet verlaagt daarom de verhuurderheffing gedurende tien jaar met honderd miljoen ten opzichte van de eerdere plannen. Maar door de hogere waardes van de woningen stijgt de verhuurderheffing (vergelijk uw eigen WOZ-waarde) en betalen corporaties per saldo meer belasting en komen er dus minder betaalbare woningen. Dit is een druppel op een gloeiende plaat. Het probleem van starters en andere huurders die een groot deel van hun inkomen moeten besteden aan woonlasten, blijft.

Het belastingplan maakt onmiskenbaar rechts-conservatieve keuzes. Grote bedrijven en hoge inkomens zijn spekkoper. Huurders, ouderen en lage inkomens het kind van de rekening.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.