Hoe de walrus van IJsland verdween

Biologie Ooit leefden er walrussen op IJsland. Maar ze zijn verdwenen. Mogelijk hebben de Noormannen de dieren uitgeroeid. Ze waren uit op het ivoor.

Noorse walrusivoren bisschopsstaf (en ring) uit Groenland, dertiende eeuw.
Noorse walrusivoren bisschopsstaf (en ring) uit Groenland, dertiende eeuw.

IJsland kent een rijk dierenleven, maar walrussen vind je er niet. Vroeger was dat anders. Duizenden jaren lang kwamen er walrussen aan land om te paren en hun jongen te werpen. Ze vormden een aparte populatie, gescheiden van hun soortgenoten op Groenland en Spitsbergen. Maar rond het jaar 900 verdwenen ze vrij plotseling.

Die timing is geen toeval, zo ontdekte een team van Groningse, IJslandse en Deense onderzoekers. De verdwijning valt precies samen met de kolonisatie van IJsland door Noormannen vanuit het Scandinavische vasteland. Zij bejaagden de walrussen om hun vlees, spek en huiden – maar bovenal vanwege hun kostbare ivoren slagtanden. Binnen een paar decennia waren de IJslandse walrussen uitgestorven. Dat concluderen de onderzoekers na analyse van oude botresten en middeleeuwse handschriften (Molecular Biology and Evolution, septembernummer).

Dit jaar bracht bij Sotheby’s een walrusivoren schaakstuk uit de twaalfde eeuw (onderdeel van de beroemde Noorse Lewis-schaakstukken) 735.000 pond op (850.000 euro) Foto Sotheby’s

Wat bezielde de Noorman Ingólfr Arnarson en zijn volgelingen toen zij zich rond het jaar 870 op IJsland vestigden? Wat zagen zij in dat gure, onherbergzame eiland met zijn lange donkere winters? Kwamen zij voor nieuwe landbouwgrond? Om te ontvluchten aan de politieke spanningen op het vasteland? Of was er iets kostbaars te halen, bijvoorbeeld ivoor? Wetenschappers twisten al heel lang over die kwestie. Waarschijnlijk spelen de motieven alle drie een rol. Maar de ivoorhypothese was nog altijd wankel. Zeker is dat ivoor vanaf de vroege middeleeuwen immens populair was in Europa en Azië, en dat de Noormannen ervoor naar Groenland zeilden, maar was het ook op IJsland voorhanden?

„Veel onderzoekers vermoedden al van wel”, zegt hoofdauteur Xénia Keighley van het Arctisch Centrum van de Rijksuniversiteit Groningen. „Maar er was nog geen hard bewijs voor. Daarom zijn onze resultaten belangrijk, en nieuw.”

Oude resten

Op IJsland zijn veel oude resten van walrussen gevonden: botten, schedels en slagtanden. Maar die konden ook afkomstig zijn van verdwaalde walrussen, of van walrussen die weliswaar ooit op IJsland leefden maar allang waren uitgestorven toen de Noormannen er arriveerden. Keighley en haar collega’s gebruikten verschillende bronnen om het verhaal te ontrafelen.

Ten eerste bepaalden ze de ouderdom van 224 botresten met koolstofdatering. De oudste waren 7.500 jaar oud, de jongste 1.000 jaar. Dat betekent dat de Noormannen het eiland korte tijd met walrussen moeten hebben gedeeld. Ook zagen de onderzoekers dat veel botresten waren gevonden op plekken die geschikt zijn als walrushabitat – en dat veel oude IJslandse plaatsnamen refereren aan walrussen.

Dit is weer een voorbeeld van een populatie die is uitgeroeid vlak nadat mensen ergens arriveerden

Peter Jordan directeur van het Groningse Arctisch Centrum

„Die plaatsnamen suggereren dat er behoorlijke aantallen walrussen op IJsland moeten hebben geleefd tijdens de eerste kolonisatiefase”, vertelt Keighley. „En dat ze in die tijd ook actief werden bejaagd.” Dat concludeerde het team onder meer uit analyse van middeleeuwse IJslandse manuscripten, zoals Landnámabók en Íslendingabók (Boek der landname’ (kolonisatie) en ‘Boek der IJslanders’). Die beschrijven tot in detail de vroegste IJslandse historie. Vaak komen daarin plaatsnamen voor als Rosmhvalanes (‘Walrus-schiereiland), Urthvalafjörður (‘Fjord van de vrouwtjeswalrussen’) en Hvallátur (‘Plek waar walrussen zich voortplanten’). Dan is er nog de Sage van Egill, die verhaalt over de grote aantallen walrussen op bepaalde stranden, en over het gemak waarmee de dieren zich lieten doden. „Dit alles is natuurlijk geen 100 procent bewijs”, merkt Keighley op, „maar wel weer een onafhankelijke aanwijzing die onze conclusie ondersteunt.”

Noorse walrusivoren bisschopsstaf (en ring) uit Groenland, dertiende eeuw. Foto’s Nationalmuseet Kopenhagen

Ook onderzocht het team genetisch materiaal uit walrusbotten, onder meer uit archeologische opgravingen. „We wisten dna van goede kwaliteit te isoleren uit onderkaken”, vertelt medeauteur Morten Tange Olsen van het natuurmuseum van de Universiteit van Kopenhagen. „Oud dna blijft onder bepaalde omstandigheden goed bewaard, en methoden om dat te isoleren en te sequencen zijn de laatste jaren sterk verbeterd.” De analyse liet zien dat de IJslandse walrussen genetisch genoeg verschilden van die op Groenland en Spitsbergen om te spreken van een aparte populatie. Olsen: „Waarschijnlijk telde die vele honderden exemplaren, misschien wel duizend.”

Kwetsbare, logge dieren

Het artikel sluit niet uit dat natuurlijke oorzaken, zoals vulkaanuitbarstingen, hebben bijgedragen aan het verdwijnen van de IJslandse walrussen. Maar het concludeert toch dat jacht voor de dieren de doodsteek was, gezien de timing en de snelheid waarmee ze verdwenen, de historische bronnen, plus de kwetsbaarheid van deze logge dieren, die op IJsland geen mensen gewend waren en in grote dichtheden bij elkaar lagen.

„Daarmee is dit weer een voorbeeld van een populatie die is uitgeroeid vlak nadat mensen ergens arriveerden”, zegt mede-auteur Peter Jordan, directeur van het Groningse Arctisch Centrum. „Dat zie je vooral als winst het motief is, en niet primair overleving. Een ander goed voorbeeld zijn de Nederlandse walvisjagers op Spitsbergen, die de meeste lokale walvispopulaties binnen enkele decennia lieten verdwijnen.”

Lees ook: Ook Friezen gingen soms ‘op Viking’

Verdwijnen van de mammoeten

Of kleine groepjes primitieve jagers werkelijk een impact kunnen hebben op groepen dieren, is al lange tijd onderwerp van debat. Niet iedereen gelooft bijvoorbeeld in de menselijke invloed op het verdwijnen van de mammoeten na de laatste ijstijd. Meer zekerheid is er rond het lot van de moa’s, de niet-vliegende reuzenvogels van Nieuw-Zeeland. Die zijn in zo’n honderd jaar uitgeroeid door de kleine groep Polynesiërs die Nieuw-Zeeland in de veertiende eeuw koloniseerde (Nature Communications, 2014).

„Ik denk dat de hedendaagse relevantie van dit soort onderzoek is dat we er altijd maar van uitgaan dat kleinschalige jacht duurzaam kan zijn”, besluit Jordan, „terwijl er altijd impacts zijn, vooral in relatief fragiele ecosystemen zoals het noordpoolgebied.”

Correctie 25-10: in een vorige versie van dit artikel werd Landnámabók vertaald als ‘Boek der landnamen’. Dat moet zijn: ‘Boek der landname’ (kolonisatie).