Hockeyers waren ooit de helden van Pakistan

Shahbaz Ahmed, oud-hockeyer Pakistan speelt dit weekend tegen de Nederlandse hockeyers om olympische kwalificatie. Een ongelijke strijd, volgens oud-sterspeler Shahbaz Ahmed (53). „Het ontbreekt onze spelers aan hockeykennis.”

Shahbaz Ahmed tegen Argentinië, tijdens het WK van 2002. Hij werd ‘de Maradona van het hockey’ genoemd.
Shahbaz Ahmed tegen Argentinië, tijdens het WK van 2002. Hij werd ‘de Maradona van het hockey’ genoemd. Foto Zainal Abd Halim/Reuters

De videobeelden zijn verre van scherp, maar de bijzondere klasse van Shahbaz Ahmed is onmiskenbaar. De volgens velen beste Pakistaanse hockeyer ooit maakte in 1990 tegen Nederland het openingsdoelpunt in de (verloren) finale van het wereldkampioenschap, een treffer die de 70.000 toeschouwers in het National Hockey Stadium in Lahore voor even in extase bracht.

In dezelfde video ook zijn befaamde solo vier jaar later – bij het door Pakistan gewonnen WK in Sydney – in de groepswedstrijd tegen Australië: een dribbel in volle vaart, vanaf eigen helft, die zijn bijnaam ‘The man with the electric heels’ verklaart. Zoals de wijze waarop hij de bal met kleine tikjes beroert de reden is dat hij tijdens zijn carrière het predikaat ‘de Maradona van het hockey’ kreeg.

Shahbaz is Pakistaans recordinternational (304 caps) en was de sterspeler van de laatste succesvolle generatie die het land kende. De gloriedagen van Pakistan bestaan alleen nog op YouTube. Vijfentwintig jaar na de vierde wereldtitel is het land afgezakt naar de zeventiende plaats op de wereldranglijst. De drievoudig olympisch kampioen dreigt bovendien opnieuw deelname aan de Spelen mis te lopen.

Zaterdag en zondag speelt Pakistan in het Wagenerstadion in Amstelveen tegen Nederland om olympische kwalificatie. Het lijkt een kansloze missie. Deze week gingen twee oefenwedstrijden tegen Duitsland verloren: 6-1 en 6-2. En vanwege visumproblemen en blessures zijn op het laatste moment nog vier nieuwe spelers ingevlogen. „Het worden zeer eenzijdige wedstrijden”, zegt Shahbaz Ahmed per telefoon vanuit zijn woonplaats Islamabad. „Nederland zal geen enkele moeite hebben met ons huidige team.”

Analfabeten

De neergang van het Pakistaanse hockey wordt vaak toegeschreven aan de opkomst van het kunstgras, dat bij de Olympische Spelen van Montreal in 1976 werd geïntroduceerd. Toch won Pakistan daarna ook nog medailles en toernooien: onder meer olympisch goud in 1984 en brons in 1992, plus de Champions Trophy én het WK in 1994. Daarna volgden verschillende spelregelwijzigingen die het hockey transformeerden tot een powersport waarbij fysiek belangrijker is geworden dan techniek – jarenlang het handelsmerk van de Pakistanen.

Dat het hockey veranderd is, daar is Shahbaz het volstrekt mee oneens. „Onze spelers weten gewoon niet meer wat ze moeten doen, met en zonder bal. Het ontbreekt ze aan hockeykennis. Dan kun je ook niet verwachten dat ze in het veld de juiste beslissingen nemen. Ik zou nu ook nog mee kunnen doen. Een belangrijk verschil met Nederland is dat bij jullie de meeste spelers hoogopgeleid zijn, wij hebben te maken met jongens uit kleine dorpjes, analfabeten vaak.”

Maar dat is zeker niet het enige wat Pakistan parten speelt, weet ook Shahbaz. Hij werd in 2015 aangesteld als secretaris-generaal van de nationale hockeybond PHF en slaagde er niet in verandering te brengen in de langzamerhand uitzichtloze situatie waarin de sport zich nu al jaren bevindt. Ooit was hockey in Pakistan dé nationale sport.

In december 2018, na de twaalfde plaats bij het WK in India, diende Shahbaz zijn ontslag in. Maar dat werd niet geaccepteerd door voorzitter Khalid S. Khokhar en Shahbaz keerde in februari terug achter zijn bureau, om in mei alsnog uit zijn functie te worden ontheven. Als „opgewekt mens” wil hij weinig kwijt over zijn bestuursperiode. „De voorzitter zag het niet meer in mij ziet zitten. Misschien komt er een tijd dat ze weer een beroep op me doen.”

In zijn ontslagbrief in december was Shahbaz openhartiger, volgens Pakistaanse media. Hij schreef dat hij geen tijd meer had voor het hockey als de overheid en het verantwoordelijke ministerie geen tijd en geld in de sport wilden steken.

Maar belangrijker dan geld is dat er verandering moet komen in de manier waarop Pakistaanse hockeyers hun sport beoefenen, zegt Shahbaz. „They are not competitive. Ze spelen geen tophockey.” De paar talentenscholen die er zijn, zijn er volgens hem alleen voor politici om goede sier mee te maken. „Er wordt daar niet gewerkt naar moderne maatstaven.”

Weinig hoopgevend is dat hockey in Pakistan helemaal niet populair meer is, zoals Shahbaz beweert. Hij schat dat er nog geen dertigduizend hockeyers zijn onder de meer dan tweehonderd miljoen inwoners. „De media schrijven ook nauwelijks over hockey en op televisie worden geen wedstrijden meer uitgezonden. Mijn kinderen zijn 23 en 19 jaar, maar ze raken geen stick aan en hebben het nooit over hockey. De stimulans voor de jeugd om te gaan hockeyen ontbreekt. Voor onze beste spelers wordt allang niet meer gezorgd. In het verleden kreeg je na je carrière een goede baan.”

Terug naar de top

Shahbaz werkt ruim twee decennia op de marketingafdeling van de nationale luchtvaartmaatschappij PIA, die hem de afgelopen jaren uitleende aan de nationale hockeybond. Dat hij als secretaris-generaal van die bond weinig tot niets heeft kunnen klaarspelen, weerhoudt Shahbaz er niet van zijn toekomstvisie op het Pakistaanse hockey te geven. „Allereerst moet er een fatsoenlijke clubcompetitie komen. En we moeten drie of vier excellence academies oprichten. Als we daar vandaag mee zouden beginnen, kunnen we binnen vijf jaar weer tot de wereldtop behoren.” Hij spreekt ook de hoop uit dat de buitenlandse teams „voorzichtig weer op bezoek zullen komen”.

De veiligheidssituatie in Pakistan houdt sportploegen al jaren weg uit het land. Het laatste toernooi dat wereldhockeybond FIH in Pakistan organiseerde, was de Champions Trophy in 2003. „De mensen hebben sindsdien nooit meer de beste buitenlandse hockeyers zien spelen. Terwijl dat voor een stimulans zou kunnen zorgen om te gaan hockeyen.”

Shahbaz, naar eigen zeggen nog altijd een beroemdheid in Pakistan – „ik ben de laatste hockeyer die mensen op straat herkennen” – is niet de enige voormalig topspeler die weigert te geloven dat de successen van Pakistan definitief tot het verleden behoren. Asif Bajwa, zijn opvolger bij de bond en net als Shahbaz wereldkampioen in 1994, zei bij zijn aanstelling in mei: „Hockey zit in ons bloed en we hebben het potentieel om onze oude glorie te herwinnen. Niemand had een paar jaar geleden durven voorspellen dat België wereldkampioen zou worden en Argentinië de olympische titel zou winnen.”

De hoop is gevestigd op premier Imran Khan, zei Bajwa ook. „Als het onder deze voormalige cricketheld niet lukt om het hockey nieuw leven in te blazen, dan lukt dat nooit meer.”