Het verdwenen verdwijnpunt

Wekelijks stuit Karel Knip in de alledaagse werkelijkheid op raadsels en onbegrijpelijke verschijnselen.

Deze week: plastic, pallets en perspectief.

Simulaties van perspectief: de ‘echte’ aarde (links) en een aarde met een straal die 64× zo groot is.
Simulaties van perspectief: de ‘echte’ aarde (links) en een aarde met een straal die 64× zo groot is. Illustraties Siebren van der Werf

Liefhebbers van kwallen en kwalletjes en van alles wat leeft en drijft op de oceaan schieten met zwaar geschut op de free-floating veegarm die The Ocean Cleanup ontwierp om de zeeën van plastic te zuiveren. Hij kwam hier vorige week ter sprake. Mét het plastic veegt de veegarm een heel ecosysteem naar de verdommenis, roepen de liefhebbers.

Of het zo’n vaart zal lopen valt te bezien, vooralsnog heeft Boyan Slat zijn prototype op niet meer dan een paar vierkante kilometer Stille Zuidzee losgelaten. De buitenstaander ziet hem z’n arm niet makkelijk opschalen tot iets dat een bedreiging wordt voor de kwalletjes.

Rond de plastickwestie heerst veel verwarring. Het plastic dat de oceanen vervuilt wordt vooral door rivieren aangevoerd, dat staat vast. Inmiddels is ook Zuidoost-Azië als een voorname bron van rotzooi aangewezen. Maar het is tot op heden niet gelukt een sluitende plasticbalans op te stellen: er lijkt veel meer plastic in de rivieren te belanden dan in zee wordt teruggevonden. Er is sprake van missing plastic en verondersteld wordt dat veel plastic zich ongezien ophoopt op de oceaanbodem.

Subiet de diepte in

Misschien zit het anders. Buiten het wetenschappelijk circuit lijken maar weinigen zich te realiseren dat niet alle plastics drijven: ze verschillen onderling formidabel in dichtheid (‘soortelijk gewicht’). Polypropeen (PP) en polyetheen (PE, zowel LDPE als HDPE) hebben een dichtheid lager dan 1 gram/cm3. Dat betekent dat ze inderdaad drijven, zelfs in zoet water. PP heeft zo’n lage dichtheid dat het zelfs in spiritus (dichtheid 0,85 gram/ml) nauwelijks onder gaat. Maar andere plastics komen hoger uit. Polystyreen (PS) haalt in onverschuimde toestand wel 1,04 en zinkt dan zelfs in zeewater (dat een dichtheid heeft van 1,025). Polyester (PET) haalt zelfs de waarde 1,38.

Al deze plastics kom je in de supermarkt tegen. De bakjes die Albert Heijn gebruikt voor Hollandse tomaten (PET), pitloze rode druiven (recycled PET) en voor de salade van pasta, tonijn, appel, rode ui, etc. (amorf PET) zinken zelfs in een verzadigde zoutoplossing (dichtheid 1,2). Gooi je ze in de gracht dan zie je ze subiet naar de diepte schieten. Het is nauwelijks voorstelbaar dat ze vandaar ooit de oceaan bereiken. Zou dit de missing sink zijn die niemand ziet? Het had hier vorige week ter sprake moeten komen maar de ruimte ontbrak.

Twee weken geleden ging het hier over de Scheveningse vreugdevuren die door de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) waren onderzocht. Alleen het vuur in Scheveningen had een vonkenregen (Flugfeuer) geproduceerd, stond hier, maar dat is niet zo: het vuur bij Duindorp deed het ook, maar minder. De OVV noemt het op blz. 27 van zijn rapport, er zou zelfs een garage door in brand zijn gevlogen. Lezer Jasper van der Starre die erover mailde was de persoon die de gemeente Den Haag al kort na de jaarwisseling 2017/18 op het vonkengevaar wees en die later ook bureau Efectis inlichtte. Van der Starre stuurde foto’s en films van de vonkenproductie in 2017/18 die er niet om liegen. De ambtenaren wilden het niet zien.

Vurengrenenspraakverwarring

De OVV schreef dat de pallets in de brandstapels van vurenhout waren geweest, terwijl de van AW-wege geraadpleegde palletfabrikanten zeiden vooral grenen te gebruiken. Veel maakt het niet uit, beide houtsoorten komen van naaldbomen en zijn als brandhout brandhout. En misschien is wel in beide gevallen hetzelfde bedoeld, er bestaat al meer dan een eeuw een babylonische verwarring over het verschil tussen vuren en grenen. Officieel komt vurenhout van de fijnspar (Picea abies) en grenen van de grove den (Pinus sylvestris). Maar niet iedereen weet dat.

De OVV schatte de hoogte van de brandstapels door het aantal palletlagen te tellen en aan te nemen dat de pallets 14,4 cm dik zijn. Langs de route tussen het AW-lab en Albert Heijn liggen twee pallets. De een is 14,8 cm dik, de ander 12,3. Wat moet je er meer over zeggen.

Geen platte pannekoek

Drie weken geleden is onderzocht hoe je kunt aantonen dat de aarde een bol is en niet een platte pannekoek zoals aangenomen door de ‘flat-earthers’ (en, tot zijn dood in 1969, door de Nederlander Klaas Dijkstra). Er zijn meer dan tien verschillende aanwijzingen voor bolheid. Het meest overtuigend is altijd nog dat je van een schip dat op voldoende afstand voorbij vaart alleen de bovenkant te zien krijgt. De rest schuilt achter de horizon.

Tweede simulatie van perspectief, hier met een aardstraal die 64× zo groot is. Illustratie Siebren van der Werf

In de marge van de bolheidsoverpeinzingen werd een vreemde ontdekking gedaan: dat de klassieke perspectiefregels, te weten die van de kaarsrechte lijnen die naar verdwijnpunten op de horizon lopen, niet kloppen. Het zijn povere hulpmiddelen uit de Renaissance die de werkelijkheid maar heel globaal beschrijven. In het echt zijn de genoemde rechte lijnen krommen en liggen de verdwijnpunten achter de horizon. Jammer genoeg krijg je het zelden goed te zien, maar bijgaande computersimulatie (uit Cornelis Douwes, 2010) brengt het in beeld. Hij komt van fysicus Siebren van der Werf die een website beheert vol optische en kosmografische waarnemingen en beschouwingen à la Minnaert. De simulatie laat een waarnemer (ooghoogte 10 meter) varen door een windmolenpark met turbines van 100 meter hoog en wieken van 50 meter. De lichtbuiging is normaal. Bekijk het plaatje: de krommen en het verdwenen verdwijnpunt komen goed uit de verf. Doe je dezelfde simulatie voor een aarde met een straal die 64 keer zo groot is als de echte dan klimt het verdwijnpunt naar boven en worden de krommen al aardig recht. Maar echt kloppen doen de perspectiefregels alleen op een platte aarde.