Morfine haalde de dichter in Adriaan van Dis naar boven

Na een val op het ijs belandde Adriaan van Dis in het ziekenhuis. Morfine haalde de dichter in hem naar boven. Berend Strik maakte er Stitched body-c-prints bij, waardoor de dichter met stiksels werd bewerkt en fluwelen lapjes behangen.

Berend Strik, The Full Body
Berend Strik, The Full Body Galerie Fons Welters

In de eerste vier strofen van zijn gedicht ‘Vervoering’ herinnert Adriaan van Dis (1946) zich de val op het ijs waarmee hij in december 2017 „van alles en nog wat brak”:

In het wit van het plafond kreeg mijn val geheugen,/ ik hoorde het wieken weer, mijn eigen vleugelslag,/ en in een ander oor – dat van die gebroken man – fluisterden vissen onder het ijs,/ ademde wier, kraakten radiogolven van een verre schaatser.

De schrijver ging in het gips, kreeg nieuwe heupen en tweemaal daags een dosis morfine. De pijnstiller bleek een „aardige vriend die nog lang bleef plakken” en die hem weer achter de schrijftafel zette. Over zijn ziekenhuisavontuur schreef hij een serie van zeven gedichten. Poëzie die de basis vormt van een bijzonder kunstproject met beeldend kunstenaar Berend Strik (1960): een gezamenlijk boek en een tentoonstelling, beide Morfine getiteld.

Berend Strik, Mind with F,S,M,M, Galerie Fons Welters

Geïnspireerd door de gedichtencyclus van Van Dis maakte Strik een serie van acht zogenoemde ‘Stitched body-c-prints’. Foto’s van een met littekens getooid menselijk lichaam, waarover de kunstenaar steeds met de hand een dekentje van gekleurde stiksels heeft aangebracht, zijn handelsmerk. „Ik wil het lichaam laten zien als een object om bij te mijmeren, om op te reflecteren,” aldus Strik in het persbericht van de galerie.

Om nadere uitleg gevraagd noemt Strik het lichaam een „geniale machine”. „Littekens zijn toch prachtig? Ons lichaam is kwetsbaar maar tegelijk zo sterk. Littekens vormen het bewijs hoe fenomenaal het herstelvermogen van ons lichaam is.”

Lees ook: Ik kan niet leven met verbittering

Van wie zijn de naakte lichaamsdelen op de kunstwerken? Na enig aandringen vertelt Strik dat Van Dis in zijn studio heeft geposeerd. Een enigszins ongemakkelijke, urenlange sessie, de twee kenden elkaar net. Maar zie de kunstwerken niet als portretten van Van Dis, waarschuwt Strik. „Ik ben heel bedreven in fotoshoppen”, zegt hij met een lach.

In de gedichten beschrijft Van Dis zijn hallucinerende morfinedromen en hoe hij met een zuster aan de hand naar het toilet schuifelt en bij het plassen „plat op de tegels beland”, met een streng bedregime als gevolg.

Humoristisch zijn de avonturen met zijn kamergenoot in het ziekenhuis, de dementerende meneer Van der Speld. Op een dag rukt die aan het gordijn rond het bed van Van Dis en zegt: „Schaamt u zich? U weet toch dat er maar twee soorten zijn./ Hij opent zijn gulp en meldt zich: Van der Speld.” Met de nodig zelfspot kijkt de gehavende dichter ook naar zichzelf: „De man die ik was komt nooit meer vrij,/ de man die ik ben heeft recht op een invalideparkeerplaats.”

Berend Strik: The Ear Galerie Fons Welters

Naar verluidt gaat het inmiddels een stuk beter met de schrijver; hij reist door Indonesië en zal op 8 november terug zijn in Amsterdam voor de boekpresentatie in de galerie. Bij die gelegenheid zal hij zijn gedichtencyclus voordragen.