Grote steden kunnen opvang daklozen niet aan

Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag vragen het kabinet in een brandbrief om meer geld en de afschaffing van „belemmerende wet- en regelgeving”.

Een dakloze voorafgaand aan een slaapactie op de stoep voor het gemeentehuis in Amsterdam.
Een dakloze voorafgaand aan een slaapactie op de stoep voor het gemeentehuis in Amsterdam. Foto Koen van Weel/ANP

Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht doen een „een dringend beroep” op het kabinet om hulp bij het stijgend aantal daklozen. De vier grote steden hebben vrijdag in een brandbrief onder meer gevraagd om meer geld en de afschaffing van „belemmerende wet- en regelgeving”.

De afgelopen tien jaar is het aantal dak- en thuislozen ruim verdubbeld. De steden schrijven dat de grens is bereikt en dat de wachttijd voor onderdak en begeleiding „explosief” is gestegen ook onder jongeren en gezinnen.” Zonder landelijke aanpak verwachten de steden dat het aantal daklozen „de komende jaren zal blijven stijgen”.

Lees ook: Zelfs geen bed meer in de nachtopvang

Woningen

In de brief pleiten de steden voor meer betaalbare woningen en vragen ze geld om „kwetsbare daklozen” te kunnen ondersteunen”. „De kern van het probleem, en het begin van een oplossing, is en blijft huisvesting”, schrijft wethouder Bert van Alphen (maatschappelijke opvang) uit Den Haag. „Opvang is bedoeld als tijdelijke voorziening; geen vangnet, maar een springplank.”

Ook roepen ze het kabinet op om de regelgeving aan te passen waardoor het bijvoorbeeld voor vrienden en familie makkelijker wordt om iemand tijdelijk te laten inschrijven op hun adres zonder dat ze worden gekort op eventuele toeslagen.

De Rekenkamers van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht concludeerden in mei vorig jaar al dat deze steden er niet in slaagden om daklozen goed op het vangen. Gemeenten zijn sinds 2015 wettelijk verplicht de opvang van daklozen te regelen.