Gijzelen van journalisten ook in eerdere zaken onterecht

Vrijdag werd de gijzeling van NOS-journalist Robert Bas beëindigd. Wanneer gaat eigenlijk het belang van het oplossen van een misdrijf boven het belang van bronbescherming? Tot nu toe kijken rechters hier verschillend naar.

De president van de Rotterdamse rechtbank staat de pers te woord tijdens een demonstratie bij de rechtbank tegen de gijzeling van NOS-verslaggever Robert Bas.
De president van de Rotterdamse rechtbank staat de pers te woord tijdens een demonstratie bij de rechtbank tegen de gijzeling van NOS-verslaggever Robert Bas. Foto ANP/ BAS CZERWINSKI

Precies één dag heeft de gijzeling van journalist Robert Bas geduurd. De beslissing van de rechter-commissaris om afgelopen donderdag de verslaggever van de NOS te laten opsluiten, is vrijdagmiddag teruggedraaid door de Rotterdamse raadkamer. Het gijzelen van Robert Bas, bedoeld om hem te dwingen te getuigen over zijn contact met een bron over een liquidatie, is volgens de rechtbank niet gerechtvaardigd. Het recht van een journalist op bronbescherming gaat volgens de rechtbank in deze zaak boven het recht van de verdediging op ondervraging.

Voordat de rechter zich vrijdagmiddag over de zaak boog, vond een demonstratie plaats. Zo’n honderdvijftig journalisten liepen een rondje om de rechtbank om vervolgens voor de ingang ‘Laat Robert vrij!’ te roepen. Hoewel de betoging kalmpjes verliep – geen gejoel, één protestbord – toonden de aanwezige journalisten zich wel degelijk bezorgd. „Wat er met Robert gebeurt, kan ons allemaal overkomen”, zegt misdaadjournalist Wil Thijssen van de Volkskrant. „Iedereen die hier staat, spreekt bronnen die niet genoemd willen worden.” NOS-verslaggever Hendrik Willem Hofs: „Wij protesteren niet alleen voor Bas, maar ook voor ons vak. We hebben al steeds meer te maken met intimidaties; journalisten lopen rond met beveiliging. En dan zijn er nu ook nog rechters die een journalist opsluiten omdat hij zijn beroep uitoefent.”

Lees ook: Rechter neemt NOS-journalist in gijzeling

Het recht van een journalist om geheim te houden wie hem van informatie voorziet, is vorig jaar vastgelegd in de wet. De wet Bronbescherming in Strafzaken, die sinds 1 oktober van dit jaar van kracht is, bepaalt dat een journalist in een rechtszaak geen vragen hoeft te beantwoorden over zijn bronnen. Maar, zo vervolgt het wetsartikel: het brongeheim gaat niet op als hierdoor een „zwaarder wegend maatschappelijk belang” onevenredig wordt geschaad. In zo’n geval moet de journalist spreken – en anders kan hij worden gegijzeld.

In deze zaak betoogde de advocaat van een verdachte in een moordzaak (zie kader) dat het recht op bronbescherming voor de journalist niet meer gold omdat uit een tapgesprek, dat in het strafdossier zat, al bekend was wie de bron was. De advocaat van Robert Bas stelde juist dat het recht op bronbescherming ruimer is dan alleen de identiteit van de verdachte.

Gijzeling bij eerdere zaken onterecht

Wannéér gaat het belang van het oplossen van een misdrijf boven het belang van bronbescherming? Ook rechters kijken hier verschillend naar. Dat bewijst niet alleen de zaak Robert Bas, waarbij de Rotterdamse rechtbank het oordeel van de rechter-commissaris verwerpt. Ook in eerdere zaken bleek het gijzelen van journalisten onterecht. AD-journalist Koen Voskuil werd in 2000 achttien dagen opgesloten omdat hij weigerde de naam van een politiebron te noemen. Onterecht, oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens later. Het gijzelen van Telegraaf-journalisten Bart Mos en Joost de Haas in 2006, die weigerden een bron van AIVD-documenten prijs te geven, had eveneens niet gemogen, vond het Europees Hof in 2012. Vorig jaar boog het Europees Hof zich over een zaak van een Noorse journaliste die een artikel had geschreven over een oliemaatschappij in financiële nood. Haar vermeende bron zou de informatie aan haar hebben gelekt om zelf te profiteren van de kelderende aandelenkoers na de publicatie. De Noorse rechter vond dat haar journalistieke verschoningsrecht niet opging; het Europees Hof vond van wel. Dat een bron te kwader trouw handelt, of al bekend is, betekent niet automatisch dat een journalist zijn brongeheim moet opgeven.

Last van achtervolgingswaanzin

De gijzeling laat diepe sporen na bij de betreffende journalisten. „Je wordt direct na zo’n uitspraak als een crimineel afgevoerd door een stel chimpansees”, zegt Bart Mos. „Daarna voel je je heel eenzaam.” Koen Voskuil: „Die eerste nacht… De deur gaat dicht, je hoort geschreeuw… Deze zaak haalt alles weer boven”. Mos: „Het waren bij mij maar drie dagen en nachten, maar ik heb er veel langer last van gehad. Ook van achtervolgingswaanzin, omdat wij werden getapt en in de gaten gehouden.” Al bracht de opsluiting Mos ook voordelen in zijn contact met anonieme bronnen: „Je hebt officieel bewijs dat jij je mond wel houdt.”

Ondertussen dient de volgende zaak zich alweer aan. Een AD-journaliste was op pad met de politie toen een auto werd doorzocht. Er werd een sleutel gevonden die leidde naar een appartement dat vol lag met grote sommen cash geld. Ze is door de verdediging opgeroepen als getuige, maar beroept zich op ‘bronbescherming’. De rechtbank heeft al gezegd dat in deze zaak geen sprake is van bronbescherming en dreigde haar te gijzelen. Begin volgende maand moet de journaliste opnieuw verschijnen als getuige, en wordt duidelijk of de rechtbank dit dreigement doorzet.