Geen beroepsgeheim voor Shell-jurist

Rechtszaak De rechter oordeelt dat de juridische afdeling van Shell geen aanspraak kan maken op beroepsgeheim. Het zijn geen gewone advocaten.

Justitie doet onderzoek naar omkoping door Shell in Nigeria.
Justitie doet onderzoek naar omkoping door Shell in Nigeria. Foto Toby Melville/Reuters

Oliebedrijf Shell kan zich in corruptie- en fraude-onderzoeken niet verschuilen achter het beroepsgeheim van medewerkers van zijn juridische afdeling. Tot die conclusie komt de Rotterdamse rechtbank in een vrijdagmiddag gepubliceerd vonnis.

Daarin veegt de rechter de vloer aan met het argument van Shell dat de vijftien advocaten die bij het oliebedrijf in Nederland in loondienst zijn zich kunnen beroepen op hun beroepsgeheim. Aanleiding voor het vonnis, dat verstrekkende gevolgen kan hebben voor grote strafzaken, is een justitie-onderzoek naar omkoping door Shell in Nigeria.

In dit onderzoek viel financiële opsporingsdienst FIOD-ECD in februari 2016 binnen op het hoofdkantoor van Shell in Den Haag. Daarbij werd een groot aantal documenten in beslag genomen. Een deel werd naar Milaan gestuurd, waar Shell samen met het Italiaanse oliebedrijf Eni voor de rechter staat.

Sinds de inval strijden Shell en het Openbaar Ministerie (OM) over de vraag of de resterende in beslag genomen stukken gebruikt mogen worden voor de Nederlandse strafzaak. Het OM wil dat graag, maar het oliebedrijf beroept zich op de bijzondere positie van de vijftien zogeheten inhouse lawyers die in Nederland in dienst zijn.

Lees ook over het mysterieuse koffertje dat eindelijk open mag en misschien cruciale documenten bevat over de megacorruptiezaak van Shell en Eni in Nigeria

Deze ‘interne advocaten’ maken deel uit van de juridische afdeling van Shell en zijn buiten Nederland geregistreerd als advocaat. Om die reden zouden zij dezelfde privileges moeten hebben als normale advocaten, zoals beroepsgeheim. Het OM zou documenten waarover de interne advocaten hebben geadviseerd ook niet mogen gebruiken in strafzaken, zoals die rond de omstreden Nigeriaanse oliedeal.

De rechtbank laat weinig heel van dit argument. Volgens de rechter-commissaris zijn medewerkers van de juridische afdeling van Shell allerminst onafhankelijk en kunnen zij geen aanspraak maken op advocaten-verworvenheden zoals beroepsgeheim.

„De onafhankelijke positie van het Legal Department [van Shell] is in het gedrang, net als die van de binnen het legal department werkzame buitenlandse inhouse lawyers,” aldus het vonnis. Dat valt onder meer af te lezen uit de dubbelrol van Donny Ching, de baas van de juridische afdeling van Shell – aldus de rechter. Ching is niet alleen de hoogste jurist van het oliebedrijf maar ook lid van de directie en daarmee „mede verantwoordelijk voor de algemene gang van zaken binnen Shell”.

Waarborg

Shell reageert fel en gaat in beroep. „Volgens ons hebben interne advocaten dezelfde positie en functie als externe advocaten,” zegt een woordvoerder. Shell-medewerkers moeten volgens hem met de interne juristen kunnen communiceren „in het volstrekt legitieme vertrouwen dat vertrouwelijkheid zal worden gerespecteerd,” zegt hij. „Deze waarborg is een leidend beginsel in tal van landen.”

Lees ook: ‘U wist dat Shell toestemming voor de deal nodig had?’

Het OM is „tevreden” met het oordeel van de rechter-commissaris, al gaat het nog maanden duren voordat duidelijk is of de in beslag genomen stukken gebruikt mogen worden. Dat komt doordat volgens Shell niet alleen interne, maar ook externe advocaten zich over de stukken hebben gebogen.

Daarom moet document voor document worden beoordeeld of dat aan het strafdossier kan worden toegevoegd. De verwachting is dat er tot aan de hoge raad geprocedeerd zal worden. „De procedures zijn zoals ze zijn, dus we moeten geduld hebben,” aldus de OM-woordvoerder.