Recensie

Recensie

Een verlammende vrees voor discussie

Boek Holocaust Namenmonument Volgende week begint de bouw van het Holocaust Namenmonument. Tegenstanders bundelden hun bezwaren in een rijk boekje.

Een van de Holocaustmonumenten gemaakt vanuit een heel andere gedachte dan die voor het Holocaust Namenmonument: de omgebogen treinrails in kamp Westerbork.
Een van de Holocaustmonumenten gemaakt vanuit een heel andere gedachte dan die voor het Holocaust Namenmonument: de omgebogen treinrails in kamp Westerbork. Foto Koen Suyk/ANP

De rechter heeft gesproken, de bomen zijn gekapt. Over anderhalve week beginnen de voorbereidingen voor de bouw van het Holocaust Namenmonument in Amsterdam. Locatie: een groenstrook langs de Weesperstraat, vlakbij museum Hermitage Amsterdam. Het hart van het gedenkteken, ontworpen door de bekende Amerikaanse architect Daniel Libeskind, is een namenwand met 102.000 stenen: één voor iedere Nederlandse Jood, Roma of Sinto die in de nazikampen is vermoord.

Aan de start van de bouw gingen jaren van ruzie en getouwtrek vooraf. De tegenstanders togen naar de rechter en schreven felle opiniestukken. Initiatiefnemer Jacques Grishaver, voorzitter van het Nederlands Auschwitz Comité, zette zijn opponenten weg als antisemieten. Architect Libeskind ging nog verder: hij bracht ze in verband met „de wereldwijde ontkenning van de holocaust”.

Monumenten hebben behoefte aan ‘ruimtelijk drama’. Daar is op de krap bemeten groenstrook naast de drukke Weesperstraat geen sprake van

De tegenstanders hebben hun bezwaren nu gebundeld in een boekje, Bedenkt eer gij herdenkt. Ze willen laten zien dat hun oppositie tegen het namenmonument geen kwestie is van not in my backyard, zoals de voorstanders suggereren. De auteurs – onder wie buurtbewoners, maar ook bekende namen als socioloog Abram de Swaan, architect Herman Hertzberger en columnist Max Pam – zijn over het algemeen voorstander van een monument. Alleen: niet op deze plek en in deze vorm. Hun belangrijkste grief is dat er nooit een fatsoenlijk debat heeft plaatsgevonden over de locatie en het ontwerp. De gemeente Amsterdam en het Auschwitz Comité, zo staat in de inleiding, lijden aan een „vreemde, onbegrijpelijke, frustrerende en verlammende vrees voor discussie, voor controverse en voor kritiek.”

Er was nooit serieuze inspraak

Geen enkel debat? Er is wel degelijk inhoudelijk (en heftig) gediscussieerd over het namenmonument: het simpele bewijs is dat een aantal van de stukken uit dit boekje eerder in kranten is verschenen, waaronder NRC. Maar waar de tegenstanders gelijk in hebben, is dat politici en bestuurders, de eindverantwoordelijken, zich op beslissende momenten aan de discussie hebben onttrokken. De gemeenteraad stelde de locatie vast, unaniem en zonder een inhoudelijk debat. Er was geen enkele inspraak voor de buurt. Over het ontwerp van Libeskind werd überhaupt nooit gepraat – het werd pas onthuld nadat de locatie al was vastgesteld. Toen de tegenstanders het monument aanvochten bij de rechter, werd dat noodgedwongen een technisch geschil: hadden de gemeente en het Auschwitz Comité netjes alle procedures gevolgd of niet?

Het Mémorial des Martyrs de la Déportation in Parijs.

Foto Getty Images

Liever waren de tegenstanders een andere weg gegaan: een open prijsvraag voor kunstenaars en architecten, zoals in veel andere Europese landen. Dan was er vanzelf een écht debat gekomen en hadden de bestuurders met de billen bloot gemoeten. En als je Bedenkt eer gij herdenkt uit hebt, besef je hoe zonde het is dat die weg niet is gevolgd.

Het Auschwitz Comité wilde een groot, in het oog springend monument – „beklemmend” en „een schreeuw”, in de woorden van voorzitter Grishaver. En zo’n monument komt er ook. De filosofie van architect Libeskind luidt, kort gezegd: hoe groter de misdaad, hoe heftiger het bouwwerk. Het gedenkteken dat straks aan de Weesperstraat verrijst, is een reusachtige constructie van steen en spiegelend staal die op sommige plekken zeven meter hoog is. Het monument, zo schrijven de auteurs, is „ontworpen in de gebiedende wijs: Gedenk. En nu. En hier.”

Maar moet dat eigenlijk wel? In het boekje komen tal van Holocaustmonumenten uit binnen- en buitenland voorbij die gemaakt zijn vanuit een heel andere gedachte. Het Mémorial des Martyrs de la Déportation in Parijs bijvoorbeeld, een lange gang met één lichtbron die in 200.000 gebroken kristallen wordt gereflecteerd. De omgebogen spoorrails in kamp Westerbork van kunstenaar Ralph Prins. En, letterlijk om de hoek van de Weesperstraat, het ‘schaduwmonument’ aan de Nieuwe Keizersgracht: stoepstenen met de namen van de gedeporteerde Joodse bewoners van de huizen aan de overkant. Aangrijpend in al zijn subtiliteit en eenvoud.

Het ‘schaduwmonument’ op de Nieuwe Keizersgracht in Amsterdam; stoepstenen met de namen van gedeporteerde Joodse bewoners van de huizen aan de overkant. Foto Novi Zijlstra

Minstens zo belangrijk, schrijft kunstenaar Ronald van Tienhoven in zijn bijdrage, is de weg naar het monument: de maximale beleving van een gedenkteken vergt een „mentale voorbereiding” – de bezoeker moet er niet meteen, pats, middenin staan. Geslaagde monumenten hebben behoefte aan „ruimtelijk drama”. Daar is op de krap bemeten groenstrook naast de drukke Weesperstraat geen sprake van.

Zo komt in dit dunne maar rijke boekje de ene na de andere fundamentele vraag over het monument voorbij, vaak voorzien van een prikkelend antwoord. Waarom komen op de namenwand niet ook de Nederlandse Joden die elders stierven dan in de kampen? Moet het monument überhaupt wel een namenwand zijn? En waarom komt het gedenkteken eigenlijk in Amsterdam, waar voor de oorlog weliswaar de meeste, maar lang niet alle Nederlandse Joden woonden?

Het zwakke punt van Bedenkt eer gij herdenkt is dat je slechts één kant van de discussie hoort. Een stuk van de hand van de initiatiefnemers of architect Libeskind had niet misstaan – nu lezen we hun opvattingen alleen door de ogen van hun tegenstanders. Jacques Grishaver van het Auschwitz Comité heeft namelijk een bijzonder sterk argument: Nederland heeft, in tegenstelling tot veel andere Europese landen, nog steeds geen plek waar de namen van álle in de kampen vermoorde Joden bijeengebracht zijn. Zij verdienen het graf dat ze nooit gekregen hebben. Iedereen die wel eens het Vietnam Memorial in Washington D.C. heeft bezocht, begrijpt meteen hoe belangrijk een namenwand kan zijn voor de nazaten – en hoe indrukwekkend en leerzaam voor het brede publiek.

Over een kleine twee jaar, in het najaar van 2021, moet het monument klaar zijn. Dan zal blijken of de auteurs van dit boekje gelijk hebben of niet. Want dat is natuurlijk het gekke aan de hele controverse: het gaat over een papieren plan. Pas als het gedenkteken er staat, weten we of het een gedrocht is – of misschien toch een heel indrukwekkende plek.

Petra Catz, Abram de Swaan en Herman Vuijsje (red.), Bedenkt eer gij herdenkt. Kritische geluiden over het geplande Holocaust Namenmonument, Lecturis, 78 blz.

●●●●

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.