Opinie

Een sinister gedrocht

Tommy Wieringa

‘Wie weet hier wat SyRI is?” Een belangrijke vraag, onlangs gesteld door een acteur aan een publiek, tijdens de voorstelling #niksteverbergen van De Verleiders. Nog geen tien handen. De zaal van het DeLaMar Theater zat vol (het was een slimme, goede voorstelling), eenzaam staken die handen boven de hoofden uit. Het verbaasde me dat het er zo weinig waren, want SyRI gaat ons allemaal aan.

Nog één keertje dan: SyRI is het Systeem Risico Indicatie, een digitaal surveillance-instrument waarin alle gegevens die de burger in vertrouwen met de overheid deelt, worden samengebracht en ingezet om bijvoorbeeld bijstandsfraude op te sporen. De overheid, die grote grazer, verzamelt data uit zeventien categorieën persoonsgegevens, die alle levensterreinen bestrijken, en gebruikt ze voor het oneigenlijke doel van risicoprofilering. Al onze gegevens op het terrein van roerende en onroerende goederen, fiscaliteit, arbeid, schulden, zorgverzekeringen, onderwijs, uitkeringen, toeslagen, subsidies, vergunningen, ontheffingen en nog zo wat worden ingezet voor de digitale drijfjacht. Peter Sloterdijk schreef: „Zelfs het nazi-regime was technisch langzamer en aanzienlijk minder gesynchroniseerd dan de totale openbaarheid van nu.” (Geen dag zonder Godwin, wat mij betreft.)

Voor ons persoonlijk leven legt de overheid een diepe, onpersoonlijke belangstelling aan de dag. Hele wijken en stadsdelen worden in één keer doorgelicht met geheime algoritmes.

Een adres dat afwijkt van de norm, bijvoorbeeld in water- of elektriciteitverbruik, heet een ‘verwonderadres’. Hoe en door wie de norm wordt vastgesteld, is onduidelijk, maar de zogenaamde verwonderadressen kunnen bezoek verwachten van frauderechercheurs. SyRI is inmiddels in een paar steden gebruikt. Altijd in sociaal zwakke wijken waar veel mensen met een migratieachtergrond wonen, nooit in de welgestelde buurten. Een instrument voor risicoprofilering is zo ook een instrument dat etnisch profileert. Op grond waarvan is onduidelijk. Het systeem functioneert ongericht en onbepaald, er is geen concrete verdenking van een strafbaar feit, de bewoners zijn bij voorbaat verdacht.

De bezwaren tegen SyRI zijn velerlei. We weten niet waarom we worden onderzocht. We weten niet wat er met onze gegevens gebeurt. We weten niet welke conclusies men uit onze gegevens trekt en waar we terecht kunnen met klachten over deze privacyschending.

Een griezelig werktuig kortom, SyRI, een soort dark web in overheidshanden. Een buitenwettelijke vrijplaats waar men vrij spel heeft met onze persoonsgegevens.

De ironie is: we verstrekken al deze gegevens zelf. We doen dat omdat we erop vertrouwen in de overheid een betrouwbare partner te hebben. De overheid beantwoordt ons vertrouwen met institutioneel wantrouwen. Waar ze van de burger transparantie vraagt, geeft ze volstrekte ondoorzichtigheid terug.

Natuurlijk moet fraude worden opgespoord. Alleen: is de overtreding van enkelen waard dat de privacy van allen wordt geschonden? De overheid legitimeert haar disproportionele datahonger en koppelingswoede met een materieel argument: er wordt geld mee teruggehaald van fraudeurs. Dat is maar zeer de vraag.

Toen SyRI in 2013 werd toegepast in Groningen, werden de gegevens van 119.000 uitkeringsgerechtigden doorgelicht. Bij 117 mensen werden onrechtmatigheden vastgesteld, van tien van hen werd de uitkering beëindigd. Nog geen promille. We kunnen er veilig van uitgaan dat de kosten bij lange na niet opwogen tegen de baten. Sinds de wettelijke vastlegging van SyRI in 2014 is er zelfs nog niet één fraudegeval opgespoord. Kortom: SyRI mag niet én werkt niet, en draagt bij aan het toenemende wantrouwen tussen burger en overheid.

Nadat eerder dit jaar twee Rotterdamse wijken door de servers van SyRI waren gehaald, besloot burgemeester Aboutaleb – wijs als altijd – het project te beëindigen met de woorden: „Wij sturen aan op smal informatie vergaren, gericht op het doel, namelijk bijstandsfraude. De landelijke partijen wilden breed gaan en wilden ook zorginformatie en politie-informatie. Dat is, ik kan het niet anders verwoorden, een moloch van een bureaucratisch ding dat zich niet laat sturen. Dan doet het niet wat het moet doen en stoppen we ermee.”

Dat is ook de inzet van de rechtszaak die komende dinsdag in Den Haag dient, aangespannen door een coalitie van juristen, maatschappelijke organisaties en twee burgers (Maxim Februari en ik): onmiddellijke beëindiging van het sinistere gedrocht dat SyRI heet.

Tommy Wieringa schrijft elke week een column op deze plaats.