De werkende AOW’er is niet per se zielig

Doorwerkers Ze zouden, in theorie, kunnen rondkomen van hun AOW en wat spaargeld. Maar voor een extraatje werken deze gepensioneerden nog even door. „Zo kan ik eens toegeven aan een broodje haring bij de viskar.”

Auke Bijlsma rijdt op de bus zodat hij ook leuke dingen kan betalen.
Auke Bijlsma rijdt op de bus zodat hij ook leuke dingen kan betalen. Foto Bram Petraeus

Nee, als het niet had gehoeven, dan had Auke Bijlsma (67) uit Den Dolder nu niet meer op het Connexxion-busje gereden. Vijf dagen in de week rijdt hij er ‘volwassenen met een beperking’ mee van A naar B. Zijn inkomsten uit AOW en pensioen, 1.800 euro in de maand, zijn voor hem net te weinig om leuke dingen van te kunnen doen. „Een koffie met appelpunt bestellen op het terras bijvoorbeeld, of toegeven aan een broodje haring bij de viskar.” Ook kan hij nu meebetalen aan het onderhoud van de boot van zijn partner, en dat is „heel fijn”.

Bijlsma werkte na zijn studie bedrijfskunde achttien jaar voor ABN Amro. Daarna runde hij een eigen verzekeringskantoor, maar dat overleefde de crisis in 2008 niet. Hij begon met personenvervoer, tot op heden voor Connexxion. Vorig jaar bereikte hij officieel de AOW-gerechtigde leeftijd, toen precies 66 jaar, maar hij wist dat die datum niet het einde van zijn werkende leven zou betekenen.

„Dat had ik al ingecalculeerd”, zegt Bijlsma. „Mijn alleenstaanden-AOW is 1.150 euro per maand, met mijn pensioen uit mijn ABN Amro-tijd komt daar nog 700 euro bij. Nu ik nog kan, werk ik daarom door om wat te sparen. Daar ben ik de laatste jaren niet meer aan toegekomen.” Trots: „Ik heb er zelfs een speciale rekening voor geopend.”

Dat regelen we later wel

Ook Wil Nelen (71) uit Almere wist: als ik 65 ben, stop ik niet met werken. Met haar man runde Nelen jarenlang een autorijschool in Amsterdam. Op het hoogtepunt hadden ze bijna veertig man in dienst. En dat was precies de periode waarin het onderwerp pensioen altijd op de stapel ‘dat regelen we later wel’ terechtkwam. Na twintig jaar verkochten ze hun bedrijf, maar ook daar kwam geen spaargeld uit dat als pensioen kon dienen. Nelen: „Daar zijn we heel slecht uitgekomen, helaas.”

Dus meldde Nelen zich op haar 65ste bij een arbeidsbemiddelingsbureau voor gepensioneerden. Ze kon op flexibele basis aan de slag als receptioniste en op de serviceafdeling van Milieudefensie in Amsterdam. „Ik vind het fantastisch. Ik ben sowieso niet het type om hele dagen mijn huis te poetsen, te fietsen of met andere hobby’s bezig te zijn. Ik vind het fijn om aan het eind van de dag verhalen te hebben, onder de mensen te zijn geweest. En de extra inkomsten zijn ook mooi meegenomen.”

Met alleen haar AOW en een klein pensioentje van de vijftien jaar na de rijschool dat Nelen als receptioniste werkte, zou het schipperen zijn geweest. „Nu kunnen we lekker de boodschappen doen die we willen. Of, zoals laatst, een weekje naar Friesland om met de auto de Elfstedentocht te rijden.”

Wil Nelen ziet zich op haar tachtigste nog achter de receptie zitten. Foto Bram Petraeus

Voldoening

Ouderen die doorwerken na het bereiken van hun AOW-leeftijd zijn al lang geen uitzondering meer. De groep wordt zelfs groter, blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek vorige maand publiceerde. In 2003 waren er 75.000 65-plussers aan het werk, in 2018 waren dat er 255.000: ruim drie keer zoveel.

Die stijging komt voor een deel doordat de AOW-leeftijd vorig jaar al op 66 jaar lag, maar er zijn ook steeds meer ouderen die daarna nog doorwerken, blijkt uit onderzoek van TNO. Ze doen dat om hun dag nuttig te maken, omdat ze van betekenis willen blijven of omdat ze hun werk nog te leuk vinden om helemaal te stoppen. Althans, de meesten. Voor een bescheiden groep is doorwerken na de pensioenleeftijd een ‘moetje’. Bij hen is geld het belangrijkste motief om nog aan de slag te blijven.

Het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) vroeg in 2018 aan ruim duizend mensen tussen de 19 en 66 jaar oud hoe zij hun pensioen zagen. 12 procent van de werknemers in loondienst en 24 procent van de zzp’ers dacht nooit volledig te kunnen stoppen met werken, omdat ze het geld nodig hebben.

Die ‘doorwerkgroep’ bestaat voor het grootste deel uit mensen met een laag inkomen óf een zeer hoog inkomen. Mensen in die laatste groep werken door omdat ze daar voldoening uit halen en het geld niet willen missen om een bepaalde levensstandaard aan te blijven houden. Voor de lage inkomens is doorwerken noodzakelijk om de vaste lasten te kunnen betalen, en zich soms nog iets leuks te kunnen permitteren.

Lees ook: ‘Wanneer ga je nu eens genieten?’

Tweede leg

Annelous Vrancken ziet in haar werk voor De Doorwerkgever, een bureau dat bemiddelt tussen werkgevers en gepensioneerden, vooral die laatste groep ouderen voorbijkomen. Ze ziet vaak dezelfde situaties: „Mensen die op latere leeftijd gescheiden zijn en minder pensioen hebben opgebouwd dan ze altijd dachten. Mensen die een tijd in het buitenland hebben gewoond en daarom minder AOW hebben opgebouwd. Mannen die aan een tweede leg beginnen, waardoor extra inkomsten in een duur leven met jonge kinderen welkom zijn.”

Ook noemt Vrancken de mensen die gewoonweg niet bezig zijn met hun pensioen. „Dat zijn de optimisten die opeens denken: ik ben nu 60, hoe staat het er eigenlijk voor?”

En dan zijn er nog de zzp’ers, 1,1 miljoen in Nederland intussen, die zelf voor hun pensioenvoorziening moeten zorgen. „Als zzp’er zou je ongeveer één dag in de week voor je pensioenspaarpot moeten werken, wil je het op hetzelfde niveau krijgen als dat van een ambtenaar of een leraar”, zegt Kène Henkens, hoogleraar pensioensociologie bij het NIDI. „Dat is best pittig. Het is bekend dat niet veel zzp’ers dat doen.”

Volgens Henkens raken mensen écht klem als er naast een klein pensioen ook nog andere zaken spelen: een scheiding, ziekte of schulden. „Er is vaak niet één reden, het is én én.”

Wat moet je doen als je na een leven lang werken met pensioen gaat? Lees ook dit verhaal, waarin drie 60-plussers hun aanpak bespreken

Tientjes omzet

Dat was ook het geval bij Paulus Mooij (71), die een antiekzaak runt in de Utrechtse Vogelenbuurt. Hij vertelt zijn verhaal in de koffiehoek van zijn winkel: antiek is volgens hem al een tijdje geen booming business meer. „Met de verkoop van koffie heb ik in ieder geval nog een paar tientjes omzet per dag.”

Als zelfstandige had hij ooit twee panden in zijn bezit. Toen hij scheidde van zijn vrouw, bijna twintig jaar geleden, ging één pand naar haar. Hij vertelt hoe vervolgens de crisis in de antiekwereld, een auto op afbetaling – gekocht in de goede tijd – en een flexibel krediet voor de koffiehoek maakten dat zijn spaargeld in rook opging.

Nu leeft hij van zijn AOW en het beetje pensioen dat hij opbouwde in de 22 jaar dat hij in een autobandenmontagebedrijf werkte. „De 24ste van de maand komt de AOW binnen, dan mag ik het effetjes vasthouden, voordat het naar Eneco, de hypotheek, verzekering, Ziggo, KPN en de bank gaat. Daarna blijft er niet zoveel meer over.”

Ook bij Auke Bijlsma waren er meer factoren waardoor zijn pensioen nu ontoereikend is. Begin deze eeuw lag hij in scheiding: zijn ex krijgt daardoor een deel van zijn ABN Amro-pensioen. Hij moet bovendien huur- en zorgtoeslag terugbetalen – te veel ontvangen zonder het te weten, vertelt hij. En in de tijd dat hij een eigen bedrijf had, had hij niet genoeg inkomsten om een pensioen op te bouwen.

Ook Wil Nelen vond een pensioen opbouwen te duur in de tijd dat ze met haar man hun rijschool runde. „Daar heb ik nu spijt van. We hadden het toen goed kunnen regelen, maar in de stress en hectiek van het dagelijks leven hebben we dat niet gedaan.”

Paulus Mooij had ooit twee panden in bezit. Toen hij scheidde van zijn vrouw ging één pand naar haar. Foto Bram Petraeus

Zelf de regie nemen

Toch moeten we deze doorwerkers zeker niet als zielig zien, zegt Vrancken van De Doorwerkgever. „Mensen kunnen op zo’n semi-meelevende toon zeggen: ‘Jeetje, wat verschrikkelijk hè, als je nog moet werken na je pensioen?’ Terwijl ik juist zie dat doorwerkers blij zijn dat ze zélf de regie kunnen nemen om een fijn leven te leiden. Het zou mooi zijn als mensen zich realiseren dat je de pensioenperiode op veel verschillende manieren kunt inrichten.”

Zo ervaren de geïnterviewden het ook. Doorwerken levert ze naast extra inkomsten óók een leuke en fijne besteding van de dag op. Paulus Mooij: „Een klok of een kastje restaureren vind ik nog steeds leuk om te doen, anders zou ik er ook direct mee ophouden. Als ik een dag geen zin heb, gooi ik de winkel gewoon wat later open. Ik laat me niet meer zo opjagen.”

En hoewel Auke Bijlsma het busrijden echt als werk ziet, vindt hij het ook goed vol te houden. „Het is maar vier uurtjes per dag. En bovendien betekent het werken dat ik een beetje financiële vrijheid heb, dat is me ook wat waard.”

Vrancken ziet dat mensen die via de Doorwerkgever een baan vinden, gemiddeld nog zo’n vier à vijf jaar na hun AOW-leeftijd doorwerken. Daarna hebben ze wat gespaard en is hun uitgavenpatroon vaak veranderd, waardoor ze alsnog kunnen stoppen met werken. De meeste ouderen vinden het dan wel mooi geweest.

Al zijn er uitzonderingen. Wil Nelen ziet zichzelf op haar tachtigste nog wel achter de receptie zitten. „Ja hoor, waarom niet? Als mijn gezondheid het aankan en zolang mijn werkgever tevreden over me is, zie ik niet in waarom ik zou stoppen.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.