Recensie

Recensie Boeken

De vergeten genocide op de jezidi’s

De slachtoffers van de genocide op de jezidi’s krijgen tot op heden weinig media-aandacht. Alleen al om die reden is Het vergeten volk van journalist Brenda Stoter Boscolo een belangrijk boek. (●●●●)

Jezidi-vrouwen die gered zijn uit handen van IS, 2019.
Jezidi-vrouwen die gered zijn uit handen van IS, 2019. AFP

Duizenden mensen die vastzaten op een berg en vanuit de lucht door Irakezen, Amerikanen en Britten van voedsel en water werden voorzien: de meesten van ons raakten pas van het bestaan van het jezidi-volk op de hoogte toen deze beelden de wereld over gingen. Het was 3 augustus 2014 en meer dan 50.000 jezidi’s zaten, op de vlucht voor IS, klem in Noordoost-Irak. Die nacht had de terreurgroep de stad en de regio Sinjar, die grotendeels door jezidi’s werden bevolkt, veroverd. De achtergebleven mannen werden vermoord, de vrouwen en kinderen ontvoerd. De jongens werden naar trainingskampen overgebracht, waar ze werden gehersenspoeld en opgeleid tot IS-strijders, de meisjes en vrouwen werden verkocht als slaven. De jezidi’s die naar het Sinjargebergte hadden weten te ontkomen werden uiteindelijk op 11 augustus door de Koerden bevrijd en belandden in opvangkampen.

In deze kampen, opgetrokken uit tentzeil en spaanplaat, tekent journalist Brenda Stoter Boscolo (1984) het relaas op van de slachtoffers van deze genocide, die tot op heden weinig media-aandacht heeft gekregen. Dat is volgens de cynische wetten van de media misschien niet zo verwonderlijk (een teruggetrokken volk zonder beroemde vertegenwoordigers in het Westen), maar tragisch is het des te meer. Alleen al om die reden is dit een belangrijk boek.

Wachtend op een teken van leven van vermiste familieleden of een Duits visum, en zonder noemenswaardige psychologische hulp, slijten de jezidi’s hun dagen. ‘Vertel ons verhaal’, wordt Stoter Boscolo telkens op het hart gedrukt. Ze doet dat grondig en integer, zonder effectbejag.

Dilemma’s van de journalistiek

Wanneer ze het heeft over de vrouwen die inmiddels gevlucht zijn of bevrijd uit gevangenschap spreekt ze niet van ‘ex-seksslavinnen’, maar van ‘survivors’ en ‘tot slaaf gemaakten’. Wanneer ze met zwaar getraumatiseerde vrouwen of (kleine) kinderen spreekt, gaat ze behoedzaam te werk. Moet ze doorvragen, een andere keer terugkomen of helemaal niet verder gaan met het interview, uit angst om (nog meer) psychische schade aan te richten? Door deze overwegingen met de lezer te delen, krijgt die inzicht in de dilemma’s van de journalistiek.

Een even bizar als triest lot is weggelegd voor de jezidi-vrouwen die in gevangenschap een kind van hun IS-verkrachter kregen. Zij mogen pas weer terugkomen in de jezidi-gemeenschap als ze hun kind hebben achtergelaten of afgestaan. Volgens de doctrine ben je alleen jezidi als je beide ouders dat zijn en deze kinderen zijn logischerwijs allemaal door islamitische mannen verwekt. En dus worden deze mishandelde en vernederde vrouwen voor een gruwelijk dilemma gesteld: nooit meer terug naar de familie en de gemeenschap of nooit meer hun kind zien. Stoter Boscolo neemt dit als een gegeven, een natuurverschijnsel bijna, en gaat snel voorbij aan het feit dat de oude wijze leiders van de gemeenschap een keuze hadden om in hun goedertierenheid deze moeders en kinderen toch te accepteren. Deze autoriteiten zouden niet gevrijwaard mogen blijven van kritiek.

Duivelaanbidders zijn het, die jezidi’s. Ze laten hun pasgeborenen hondenmelk drinken. En eet vooral hun voedsel niet, aldus soennitische buurtgenoten, van wie een deel collaboreerde met IS. De ontmenselijking van religieus-etnische groepen die de voorwaarde voor genocide schept is helaas niets nieuws onder de zon – en al helemaal niet voor de jezidi’s zelf, die al eeuwen onderdrukt worden. ‘Het is belangrijk dat de wereld weet wat ons is aangedaan, zodat het nooit meer gebeurt’, zegt survivor Nadima tegen Stoter Boscolo. Ik vrees dat Nadima de mensheid te hoog inschat.