De tuinder wil duurzamer, maar het gas is te goedkoop

CO2 voor de tuinderij De tuinders van Bergerden betalen CO2-emissierechten. Daarmee zijn ze een uitzondering in de sector. Dus proberen ze de uitstoot te verminderen, hoe lastig dat ook is.

Tuinder Bert Langelaan van Karma Plants moet wél aan emissiehandelssysteem ETS meedoen, tot zijn spijt.
Tuinder Bert Langelaan van Karma Plants moet wél aan emissiehandelssysteem ETS meedoen, tot zijn spijt. Foto´s Bram Petraeus

Hoe groot hij is in de anthuriums? „Toch wel topdrie... of toptwee.” Er zijn weinig plekken in Nederland waar je zes hectare kamerplanten kunt ervaren. Heel Europa koopt anthuriums, een soort aronskelken, bij Karma Plants. Rode voor de Italianen, vertelt oprichter Bert Langelaan van het tuinbouwbedrijf. Warmpaarse voor de Scandinavische markt, witte, Hot Lips en Roze Sweetdream. En sinds kort zelfs bijna zwarte bloemen, voor mensen met een moderne smaak.

Karma Plants is een van de veertien bedrijven in tuinbouwcomplex Bergerden. Dat ligt in de grootste tuinbouwregio van Gelderland, in het rivierengebied tussen Arnhem en Nijmegen. Tuinders verbouwen er paprika’s, orchideeën, aubergines en zo meer. De weg waaraan Karma Plants ligt, heet Geranium. De wegen zijn lange, rechte stroken asfalt langs het glas.

Landelijk is Bergerden ogenschijnlijk een gemiddeld kassengebied. Moderne bedrijven, hoge opbrengsten, sterke export. Eigenschappen waar de hele Nederlandse tuinbouwsector om wordt geroemd. En, zoals in alle tuinbouwgebieden in Nederland, is het energieverbruik hoog. Bergerden gebruikt evenveel aardgas als twintigduizend huizen.

Het schiet niet op met de verduurzaming van de sector, blijkt uit de Energiemonitor Nederlandse Glastuinbouw die over enkele weken verschijnt. De CO2-uitstoot daalt al vijf jaar niet meer. De klimaatdoelen voor 2020 die de branche en de overheid samen afspraken, zijn waarschijnlijk onhaalbaar geworden.

Dan kun je zeggen: de tuinders willen niet vergroenen. Maar in dit tuinbouwgebied tussen Arnhem en Nijmegen proberen de tuinders al tien jaar duurzamer te worden. Ze lopen echter tegen grenzen aan. Grenzen, bepaald door regels die de overheid stelt.

Bergerden haalde al twee keer het nieuws met duurzame primeurs. Sinds kort gebruikt het, als eerste tuinbouwgebied in Nederland, CO2 die uit de rook van een afvaloven is gerecycled – van AVR in Duiven, begin deze maand was de officiële opening van de afvanginstallatie. Ze gebruiken de CO2 om hun gewassen te laten groeien. En vorig jaar bouwde het het grootste drijvende zonnepark van Europa op zijn waterbassin.

En toch: net als in de rest van Nederland ging ook hier de CO2-uitstoot niet omlaag.

Het kassencomplex probeerde de afgelopen jaren aangesloten te worden op het stadswarmtenet van Nijmegen én dat van Arnhem – tevergeefs. Momenteel bouwt het tegen wil en dank een grote warmtecentrale die op snoeihout draait. „We worden in een situatie gedrukt die we helemaal niet willen”, zegt Berno Schouten, energiedirecteur van het kassencomplex. „We zien overal tuinders die volle bak aardgas gebruiken, en wij zitten maar te klooien.”

Foto Bram Petraeus

Gasprijs voor tuinders is laag

Aardgas, daar begint het allemaal mee. De keus van tuinbouwbedrijven om te verduurzamen draait om de prijs van aardgas, zegt Schouten. „De prijs van een paprika bestaat voor bijna de helft uit energiekosten.” De Nederlandse overheid houdt hun gasprijs al decennia zo laag mogelijk. Het speciale belastingtarief voor de glastuinbouw is per kuub bijna niets.

De overheid heeft daardoor nauwelijks invloed op de prijs die tuinders voor hun fossiele energie betalen. Als de aardgasprijs in de groothandel hoog is, zoals een jaar of tien geleden – die prijs fluctueert nogal met de jaren – krijgen tuinders een prikkel om te verduurzamen. Maar als de groothandelsprijs voor aardgas laag is, zoals nu, komt verduurzaming in de knel.

Daar waren de groene ambities van de tuinbouwers normaal gesproken geëindigd. Maar door een opmerkelijke samenloop van regels ligt dat voor Bergerden anders.

Vrijdag onthulde NRC dat bijna alle grote Nederlandse tuinders zich de afgelopen jaren hebben kunnen onttrekken aan het Europese emissiehandelssysteem ETS, met hulp van het ministerie van Economische Zaken. Bergerden is één van de vijftien ongelukkige tuindersbedrijven die wél in het ETS achterbleven. „Wij hadden er ook wel uit gewild, maar het lukte niet”, zegt Schouten.

De tuinders van Bergerden hebben namelijk naar eigen zeggen als enige kassencomplex in Nederland, een gezamenlijke energievoorziening op aardgas.

Een beetje tuinder heeft 10 megawatt (MW) aan gasketels, Bergerden heeft voor veertien tuinders samen 75 MW. Het zijn, zoals vaak in de sector, warmte-krachtkoppelingen. Deze WKK’s zijn ketels die warmte en elektriciteit opwekken. Buizen brengen die warmte, en de CO2 die uit de ketels vrijkomt, naar de kassen. Warmte die niet direct nodig is, wordt opgeslagen in twee ‘warmtebuffers’: silo’s die fungeren als grote thermoskannen. Zo bespaart het complex zo’n 15 procent aardgas, zegt Schouten. De energievoorziening zit al twintig jaar in een aparte bv, waarvan hij beheerder is.

Maar het voordeel van grootschaligheid en samenwerking is inmiddels omgeslagen in een nadeel. Bergerden bleek te groot om zich uit het ETS te manoeuvreren: de grens ligt bij 20 MW. De twee trucs die het ministerie faciliteerde – bedrijfssplitsing en aanmerken van gasketels als reservevermogen – boden geen soelaas.

En dat heeft forse financiële consequenties. In slechts twee jaar tijd is uitstoten van CO2 voor grote industriële energieverbruikers van Europa – zoals grote tuinders – aardig duur geworden. De prijs die ze binnen het ETS betalen voor een ton CO2 liep op van 5 naar nu 26 euro. Het energiebedrijf van Bergerden betaalt bij de huidige ETS-prijs jaarlijks bijna 800.000 euro aan CO2-rechten. Voor tuinders in het complex dreigen door de hoge kosten financiële problemen, zegt Berno Schouten. „Ik word er niet vrolijk van.”

Foto Bram Petraeus

Te weinig warm water in de aarde

De ETS-prijs is een belangrijke reden dat Bergerden al tien jaar zoekt naar een alternatieve warmtebron. Eerst dachten de tuinders aan aardwarmte: heet water op 2 à 3 kilometer diepte dat aangeboord kan worden om de kassen te verwarmen. Maar de boring leverde niets op, er zat stomweg te weinig warm water op die diepte tussen de Nederrijn en de Waal.

Een aansluiting op een warmtenet, dat was het volgende plan. Maar ook dat mislukte – en dat kwam volgens alle betrokkenen vooral door de lage aardgasprijs.

Al vijf jaar lonken de tuinders van Bergerden en de twee afvalovens in de regio naar elkaar. De vuilverbranding van AVR in Duiven, die sinds augustus afgevangen CO2 is gaan leveren aan het tuinbouwgebied, is de ene. De afvaloven van ARN in Weurt bij Nijmegen is de andere. Beide ovens produceren een overdaad aan warmte en CO2 – twee zaken die tuinders broodnodig hebben – en Bergerden ligt er precies tussenin.

De oplossing lag voor de hand, er lag in 2014 zelfs een ondertekende samenwerkingsovereenkomst. Maar een warmtenet naar de kassen kwam er niet. AVR, Vattenfall (voorheen Nuon) en de tuinders vertellen: dat kwam doordat aardgas – het alternatief voor restwarmte – zo goedkoop is. Dat is nu eenmaal hun ijkpunt, verklaart een woordvoerder van Vattenfall, de exploitant van het warmtenet. Voor levering aan woningen kan het warmtebedrijf veel hogere tarieven vragen, zegt Schouten. „Woningbouw betaalt 26 à 30 euro per gigajoule. Dat zijn geen tuinderstarieven. Wij zitten op 4 à 5 euro.”

Dat gaat in heel Nederland zo. Het gebruik van restwarmte uit industrie of centrales is in de kassen zelfs lager dan rond de eeuwwisseling, laat de Energiemonitor van vorig jaar zien.

Michiel Timmerije, directeur energie van AVR, waarmee de onderhandelingen het verst vorderden, vindt het jammer dat het is afgeketst. „Natuurlijk kijken tuinders op een andere manier naar de gasprijs van Nuon. Aan de andere kant denk ik: leg dat warmtenet nou aan.” Hij en de tuinders zagen een ander voordeel. „De tuinders beschikken al over een warmteopslag. Het kan flexibiliteit in het warmtenet aanbrengen.”

Lees ook over de grootschalige installatie waar afvalbedrijf AVR CO2 afvangt: CO2-afvang werkt, maar is te duur voor de markt

Schouten had zelfs gehoopt dat CO2 voor de tuinders óók vanuit de afvaloven zou worden aangevoerd, via een parallelle leiding. „Hoef je maar één keer te graven.” Op de website van Next Garden, het grotere tuinbouwgebied rond Bergerden, staat het gecombineerde net al ingetekend.

Maar AVR vond het tuinbouwgebied daarvoor te klein. Uiteindelijk sloten tuinders en afvalverbranding alleen een contract voor de levering van afgevangen CO2 met tankwagens, die net van start gegaan is. „Wij hebben gekozen dit eerst te doen. Anders zit iedereen op elkaar te wachten” zegt Timmerije.

Daarmee is het belangrijkste probleem waar Bergerden mee kampt – de dure emissierechten – niet opgelost. Van CO2 uit de afvaloven wordt de uitstoot van het kassencomplex niet minder.

De tuinders die CO2 uit een tankwagen inkopen, zoals Karma Plants, doen dat al jaren. Niet om aardgas te besparen, maar omdat hun teelt profiteert van heel veel, of heel zuivere CO2. Zoals de anthuriums, vertelt Bert Langelaan. „Ze worden steviger en weerbaarder tegen schimmels. De planten leveren meer op.”

Om de kosten voor emissierechten toch naar beneden te brengen, zagen de tuinders nog één uitweg. In Bergerden gaat volgend jaar een van de grootste biomassacentrales draaien die er in de tuinbouwsector te vinden is: een houtgestookte ketel van 14,7 MW. De installatie is een flink gebouw, goed voor driekwart van de warmtevoorziening van de tuinders.

Foto Bram Petraeus

Onrust over biomassacentrales

Het is een trend. Landbouwinstituut Wageningen Economic Research signaleerde vorig jaar al dat „meerdere partijen” grote houtketels bouwen. De gemeente Lingewaard stemde gemakkelijk in met de biomassacentrale (onder 15 MW geldt geen vergunningsplicht) en nu is er onrust. De fracties van GroenLinks en de lokale partij B06 stelden afgelopen zomer al twee keer raadsvragen.

De biomassacentrale van de tuinders zal draaien op lokaal snoeihout, sprak Bergerden af met financier ASN Bank. Maar fractievoorzitter Lianne Duiven van GroenLinks is sceptisch. „Er worden in de omtrek best veel biomassacentrales gebouwd. Ik denk niet dat er zo veel hout voorhanden is in de omgeving. En houtresten zijn in de bossen ook nodig voor de biodiversiteit.”

Biomassa heeft ook voor de tuinders een tekortkoming. Nu leiden ze de rookgassen uit de gasgestookte WKK de kassen in, voor de CO2. Maar straks, met de biomassacentrale, is dat onzeker. Houtstook geeft meer uitstoot dan aardgas: meer CO2, maar ook meer stikstof- en zwaveloxide, en fijnstof. Adviesbureau DNV-GL schreef dat vorige maand in een rapport voor het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Houtstook geeft meer vervuilende uitstoot dan aardgas

De CO2-houdende rookgassen zullen daardoor mogelijk te vervuild zijn voor de gewassen. Schouten: „We gaan echt proberen de CO2 af te vangen, zodat we die toch kunnen gebruiken. Dat is ons veel waard.” Maar als het niet lukt, moeten de tuinders meer CO2 van buiten inkopen en neemt de uitstoot weer toe.

Voor Bergerden lenigt de installatie in ieder geval de acute financiële nood. Houtstook telt in de klimaatboekhouding als CO2-neutraal, omdat hout altijd weer aangroeit. De tuinders hoeven daarom vanaf volgend jaar minder ETS-rechten te betalen, terwijl de houtcentrale bekostigd wordt met overheidssubsidie voor duurzame energie.

Voor Schouten is biomassa een tijdelijke oplossing. De tuinders willen verder zoeken naar aardwarmte, nu op grotere diepte. Dat is de toekomst, daarvan is hij overtuigd. „Over tien, elf jaar houden we weer op met biomassa. We doen dit alleen omdat alle andere opties zijn weggevallen. ”