De schilders van Dongen, het vergeten kunstenaarsdorp

Kunstenaarsdorp Het Brabantse Dongen heeft altijd veel kunstenaars getrokken. Ze zochten er de onderwerpen die ook Van Gogh schilderde: het arme boerenleven. Voor het eerst is er een overzichtstentoonstelling.

Landschap met boerderij te Dongen (1871-1872) van J.C.K. Klinkenberg, olieverf op doek.
Landschap met boerderij te Dongen (1871-1872) van J.C.K. Klinkenberg, olieverf op doek. Collectie Vereniging Vrienden Stedelijk Museum Breda

Hij is er nooit geweest, althans: hij heeft het er in zijn brieven nooit over gehad, ook zijn er geen tekeningen of schilderijen van hem bekend over het dorpsleven daar. Vincent van Gogh werd geboren in het westen van Noord-Brabant (Zundert) en schilderde zijn eerste landschappen, parochietuinen en arme boeren in het oosten van die provincie (Nuenen). Kunstenaarsdorp Dongen, indertijd een ongerept dorpje met bouwvallige boerderijen midden in een romantisch landschap, lag daar zo ongeveer tussenin.

Anderen kwamen er wel. „Ik heb het altijd wat de natuur aangaat daar prettig gevonden omdat schilderijtjes of motieven daartoe er eigenlijk op straat liggen”, schreef Van Goghs tijdgenoot August Allebé (1838-1927) over Dongen. En Jozef Israëls (1824-1911) – een van „de boerenschilders van deze eeuw” noemde Van Gogh hem – schilderde in Dongen in 1882 Boerengezin aan de maaltijd. In het Van Gogh Museum in Amsterdam hangt dat boerengezin naast De aardappeleters. Van Gogh zag Israëls’ werk in 1883 op een tentoonstelling in Den Haag, waarschijnlijk inspireerde het hem. De aardappeleters schilderde hij in 1885 in Nuenen.

Stedelijk Museum Breda wijdt nu de eerste overzichtstentoonstelling ooit aan ‘de schilders van Dongen’: meer dan honderd werken die in de negentiende eeuw in en rond het dorp werden gemaakt. Op tekeningen en schilderijen zie je de onbedorven sfeer waar in die tijd van beginnende industrialisatie en nieuwe onzekerheden heimwee naar was. Allebé, Israëls, Max Liebermann, Jan Veth, Suze Robertson: allemaal portretteerden ze er thuiswevers en kantklossers, noeste boerenarbeid en primitief leven.

Geen Laren, Bergen of Domburg

Waarom Vincent van Gogh niet naar Dongen ging, weten we niet. Wél waarom Dongen geen bekend kunstenaarsdorp werd, zoals Laren, Bergen of Domburg. Anders dan daar verdween in Dongen het oorspronkelijke karakter al snel. Het werd een klein stadje met een industrieel karakter, precies wat de schilders nou juist wilden ontvluchten. En: er is nooit een schilderskolonie gevestigd, kunstenaars kwamen en gingen, ook hoorden ze niet altijd bij dezelfde stroming.

Dongen werd ‘ontdekt’ door de Bredase kunstschilder Constant Huijsmans. Na de Belgische Opstand van 1830 nam hij deel aan de grensbewaking in Brabant, al rondreizend schetste hij de omgeving: Bivak nabij het dorp Dongen dateert uit 1832, je ziet groepjes soldaten zitten en staan in een lommerrijk, bijna goudkleurig landschap. Huijsmans’ werk attendeerde anderen op de schilderachtigheid van de omgeving, vooral ook doordat hij later als tekenleraar een lesmethode ontwikkelde en daar zijn schetsen voor gebruikte.

Boerenmeisje bij een waterput (1869) van August Allebé, olieverf op paneel. Collectie Vereniging Vrienden Stedelijk Museum Breda

Van die navolgers kwam de Amsterdamse August Allebé nog het vaakst: tien jaar lang elke zomer. Dan logeerde hij in Hotel Muskens aan de Hoge Ham, waar hij onder anderen de dochter portretteerde. Het nooit afgemaakte Portret van een Dongense vrouw (Mina Muskens) uit 1869 hing later in zijn directeurskamer op de Rijksacademie. De meeste anderen hielden het sneller voor gezien. Over datzelfde Hotel Muskens schreef Jan Veth aan zijn vrouw Anna: „Je begrijpt dat Hotel een zeer weidsche titel is voor dit landlogementje”.

Als een rode lijn

„Het is een diffuus en versnipperd verhaal, dat we met deze tentoonstelling proberen te reconstrueren”, zei museumdirecteur Dingeman Kuilman bij de opening. En daar loopt, zou je kunnen zeggen, Van Goghs werk als een rode lijn doorheen. Niet alleen omdat het museum tijdelijk Israëls’ Boerengezin aan de maaltijd in bruikleen heeft, met ernaast een afbeelding van het niet uitgeleende De aardappeleters, maar vooral doordat je hier alle motieven tegenkomt uit het begin van Van Goghs schilderscarrière, toen hij zich aangetrokken voelde tot het armoedige boerenleven.

Je ziet vergelijkbare, vaak donkere landschappen, eenvoudige interieurs, over hun werk gebogen figuren. En je leest zijn fascinatie terug, bijvoorbeeld in zijn beschrijving van Petrus van der Velden, ook een kunstenaar die Dongen aandeed. Op In de duinen te Dongen schilderde Van der Velden in 1876 een arme vrouw met een sprokhaak en een takkenbos, Pietje Verhoef, de schilders beeldden haar vaker af, ze noemden haar ‘de heks van Dongen’. Van Gogh over Van der Velden, in een brief aan zijn broer Theo uit 1883: „Een man, die de beschaving blijkbaar niet zoekt in uiterlijke dingen, doch inwendig veel, veel, veel verder is dan de meesten. Enfin, hij is een echte artist en ik wou dat ik hem kende, want ik zou hem vertrouwen en ik weet zeker, ik van hem zou leeren.”

Boerengezin aan de maaltijd (1882) van Jozef Israëls, olieverf op doek. Collectie Van Gogh Museum- Amsterdam Van Gogh Foundation

Maar dat is allemaal lang geleden. De teloorgang van die aloude, ambachtelijke en geruststellende wereld was ooit een belangrijk thema, maar is dat nu niet meer. Tenminste, niet in deze vorm.

Om dat hiaat te vullen, loopt de tentoonstelling over in een tweede tentoonstelling, Dongen Revisited, een actuele terugblik. Tien kunstenaars van nu reageren daar op hun negentiende-eeuwse voorgangers. Fotograaf Dirk Kome (1976) is er zelfs voor naar Dongen gereisd, toen hij eerder dit jaar artist in residence was in het Vincent Van GoghHuis in Zundert. Hij vond er alsnog een wereld die verdwijnt: een oude boerderij, een vervallen, bijna vooroorlogse keuken, een worstenbroodjesmaker. Van Ruud van Empel (1958) hangen er drie sprookjesachtige, donkergroene werken. Een fotocollage als Study in Green is een betoverend, maar met een hert in onnatuurlijk licht toch vooral vervreemdend landschap. Of neem de kleurrijke schilderijen van Tessa Chaplin (1991), je ziet westerse toeristen in het verre oosten, kennelijk op zoek naar hier verdwenen authenticiteit.

Een derde tentoonstelling vindt gelijktijdig plaats in Zundert, waar in het Van GoghHuis schilderijen van Suze Robertson, indertijd ‘de vrouwelijke Van Gogh’ genoemd, worden getoond naast de al even indringende portretten van Marenne Welten (1959). Bedoeling, zegt museumdirecteur Dingeman Kuilman, is dat je heen en weer gaat tussen de verschillende zalen en tijdperken. „De relaties zijn niet letterlijk, maar de werken spiegelen elkaar wel. Je kunt je blik opfrissen aan de hedendaagse werken, teruglopen en je afvragen wat je nu eigenlijk hebt gezien.”

De heks van Dongen, Een kunstenaarsdorp in de 19de eeuw/Dongen Revisited, een actuele terugblik. Stedelijk Museum Breda, t/m 26/1/2020. Inl: stedelijkmuseumbreda.nl Suze Robertson & Marenne Welten, naast van Gogh. Van GoghHuis in Zundert, t/m 26/1/2020. Inl: vangoghhuis.com