Recensie

Recensie Boeken

De damesafdeling, op een prettige manier stijfjes

Madeleine St. John De roman waarmee de Australische St. John in 1993 debuteerde is licht en geestig als een ouderwets meisjesboek, waarin glimpjes van emancipatie zijn waar te nemen.

Hoeden, petten en dameskorsetten: het is druk in het warenhuis, rond de Kerst. Allerlei dames bedenken op het laatste moment dat ze nog een feestjurk voor bij de boom behoeven: ‘nu waren ze er allemaal, en gingen de paskamers in met verscheidene japonnen over de arm die gepast moesten worden, wat voor veel verwarring zorgde [...]. Zelfs de Exclusieve Modellen leken zo vlot te lopen dat het bijna onfatsoenlijk was.’

De vrouwen in het zwart (1993), het late debuut van de Australische Madeleine St. John (1941-2006), is een boek vol lekkere hapjes, goede manieren en stoute dromen. Het speelt zich af in de jaren vijftig in Sydney. Het toont glimpjes van verandering, verbetering, emancipatie in het leven van vrouwen. St. Johns grote voorbeeld was dan ook Jane Austen. Vorig jaar nog werd de aangename kleine roman verfilmd, nu, in een nieuwe vertaling van Corine Kisling, heruitgegeven.

Het is een licht en geestig boek, een zedenkomedie, over de gegevenheden van een vrouwenleven in de jaren vijftig op de dameskledingafdeling. Net als de jurken zijn de hoofdpersonen in dit boek verscheiden van afkomst en aard, sommige nederig, andere excentriek – en natuurlijk roddelt iedereen over iedereen. Maar de vrouwen zijn ook bondgenoten.

Er komt een tijdelijke invalkracht te werken: een meisje, Lesley, die als enige in de roman bewust verandering na streeft. Ze noemt zich Lisa, om te beginnen. Ondanks haar slungelige uiterlijk is er iets aan haar wat de anderen inspireert. Lisa/Lesley droomt ervan te studeren. Haar moeder steunt haar, haar vader vindt het onzinnig voor een meisje om door te leren. In afwachting van haar eindexamenuitslag, waarvan afhangt of ze een beurs krijgt, werkt ze in het warenhuis. De andere vrouwen nemen Lisa onder hun vleugels, steunen haar en heroverwegen dan ook hun eigen toekomst.

Sinds jaar en dag staat Patty achter de toonbank, doodgewone Patty, die huwde met een doodgewone man. Ze krijgt ineens de inval een nieuwe nachtpon aan te schaffen. Niet zomaar een nachtpon, maar een van zwart satijn met strikjes, kwikjes en kant. Hierin brengt ze prompt, voor het eerst in haar leven, een man het hoofd op hol. Haar eigen man, welteverstaan. Het echtpaar schrikt ervan, en de nachtpon heeft onvermoede gevolgen.

De tegenhanger van Patty heet Magda. Zij is juist ‘de meest overweldigende, geurende, stralende, godsgruwelijk ijzingwekkende slangenvrouw’ die je je kunt indenken. De anderen kijken tegen haar op en op haar neer, ‘want Magda was continentaals: gelukkig dat zíj dat niet waren’. Dankzij Lisa ontdekt deze zwierige vrouw haar moederlijke kwaliteiten.

De verwikkelingen ontvouwen zich min of meer naar verwachting. Het boek leest als een smakelijk tussendoortje: het is speels, grappig en op een prettige manier stijfjes, als een ouderwets meisjesboek. Nijgh & Van Ditmar gaat ook de drie andere boeken van St. John uitbrengen. Die spelen in Engeland, waar de schrijfster na een mislukt huwelijk en een omweg naar Amerika, belandde, en schijnen wat ernstiger te zijn. Ik ben benieuwd.