Opinie

Boreale architectuur bestaat niet

Al lang voordat Hotel Boot & Co begin oktober open ging, werd het afgebrand. „Om te janken”, noemde een twitteraar het ontwerp van de Berlijnse architect Hans Kollhoff voor een appartementenhotel aan het IJ in de nieuwbouwwijk Houthavens al in 2017. En toen de ruwbouw van het hotel een half jaar geleden gereed was, stelde architectuurcriticus Jaap Huisman in Het Parool vast dat het was „doordrenkt van nostalgie”. Met zijn symmetrische bakstenen gevels en curieuze „puntvormige dakkapellen zoals je die zelden tegenkomt in Amsterdam”, was het gebouw een „terugkeer naar de 19de eeuw”, vond Huisman. En omdat Thierry Baudet toen net zijn verkiezingsrede over de „boreale wereld” nader had toegelicht met tirades tegen de twintigste-eeuwse cultuur in het algemeen en de modernistische architectuur in het bijzonder, noemde hij het hotel „een teken van boreale architectuur”.

Nu het Hotel Boot & Co klaar is, blijkt het gewoon een degelijk klassiek gebouw met een twist, zoals Kollhoff die ook in Amsterdam is gaan bouwen na zijn neo-expressionistische woonkolos Piraeus uit 1994 op het KNSM-eiland. Met een flinke basis van grijs natuursteen met mooi gedetailleerde randen staat het aangenaam stevig op de grond. Vooruitspringende bouwdelen en bakstenen pilasters voorkomen, met dank aan de regels van de klassieke bouwkunst, dat het forse gebouw massief oogt. En ondanks de imposante hoogte en glazen pui is het restaurant door de houten lambrizeringen en gezellige, eclectische inrichting een behaaglijke ruimte.

Anders dan Huisman trouwens beweert komt een dak met veel dakkapellen wel vaker voor in Amsterdam. Zo staan vlakbij Hotel Boot & Co in de Tasmanstraat vier grote, vroeg 20ste-eeuwse woningblokken met soortgelijke daken. De puntige, neogotische vorm van de dakkapellen is inderdaad een beetje merkwaardig, maar je hoeft geen architectuurcriticus te zijn om daar een verwijzing in te zien naar de schepen in het IJ en de naam van het hotel.

Met de oude nazi-truc is Hotel Boot & Co bestempeld tot een gebouw ‘om te janken’

Door Hotel Boot & Co „boreale architectuur” te noemen, gebruikte Huisman een sleetse truc om een hem onwelgevallig gebouw af te serveren. Vlak na de Tweede Wereldoorlog introduceerde de beroemde modernist J.J.P. Oud deze truc in de Nederlandse architectuur om zijn traditionalistische rivalen verdacht te maken. Het Nederlandse traditionalisme was verwant met de Duitse Heimatstil en omdat dit de favoriete stijl van de nazi’s was, zo redeneerde Oud, was het traditionalisme ‘fout’ na de oorlog.

Sinds Ouds bruinmaking van traditionalistische architectuur door guilt by association is de nazi-truc vaak gebruikt. Zo werd de Stopera al voor de voltooiing vergeleken met de streng classicistische gebouwen van Hitlers hofarchitect Albert Speer. En toen de neo-traditionalistische architectuur een kwarteeuw geleden in Nederland doorbrak, ontstond onder critici de gewoonte om bijvoorbeeld Vinexwijken die lijken op oude vestingstadjes te verbinden met het populisme van eerst Pim Fortuyn, vervolgens Geert Wilders en nu dan Thierry Baudet met zijn borealisme. Maar net zo min als communistische, fascistische of neoliberale gebouwen bestaat er zoiets als populistische of boreale architectuur. Zeker, de jarendertigstijl, die ook in de Houthavens goed vertegenwoordigd is, is ongekend populair, maar populair is heel iets anders dan populistisch. Het is met architectuur als met muziek, waarover het jazz-genie Duke Ellington eens zei: „Er zijn slechts twee soorten muziek: goede en slechte.”

Redacteur Bernard Hulsman vervangt tijdelijk Auke Kok, die de laatste hand legt aan zijn boek over Johan Cruijff. Dit was voorlopig zijn laatste bijdrage op deze plek.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.