Zestien keer doodstraf voor moord op vrouw in Bangladesh

Een 19-jarige vrouw in Bangladesh weigerde haar aangifte van seksuele intimidatie in te trekken en werd vervolgens in brand gestoken.

Vrouwen in Bangladesh tijdens een protest na de dood van de 19-jarige vrouw.
Vrouwen in Bangladesh tijdens een protest na de dood van de 19-jarige vrouw. Foto Sazzad Hossain/AFP

In Bangladesh zijn donderdag zestien mensen ter dood veroordeeld voor de moord op een 19-jarige vrouw. Dat melden internationale persbureaus. De studente Nusrat Jahan werd in april levend verbrand omdat ze had geweigerd haar aangifte van seksuele intimidatie in te trekken.

Jahan deed in maart aangifte tegen het hoofd van haar koranschool, nadat hij haar meermaals had betast in zijn kantoor. Het schoolhoofd werd daarop gearresteerd en dat leidde tot onbegrip in Feni, een klein dorp in het zuidoosten van Bangladesh. In een protest dat was georganiseerd door twee mannelijke studenten werd Jahan als schuldige aangewezen en de vrijlating van het schoolhoofd geëist.

Pas elf dagen na haar aangifte ging Jahan weer naar school om schoolexamens af te leggen. Uit vrees voor haar veiligheid ging haar broer met haar mee, maar hij mocht niet mee naar binnen. Jahan werd door een vrouwelijke student gevraagd naar het dak van de school te komen, omdat een van haar vrienden daar in elkaar zou worden geslagen.

Op het dak werd ze opgewacht door een groepje van vier of vijf mensen, die haar dwongen de aangifte tegen het schoolhoofd in te trekken. Toen Jahan dat weigerde, werd ze vastgebonden, overgoten met benzine en in brand gestoken. Volgens de aanklager wilden de daders haar dood op zelfmoord laten lijken. Dat mislukte, omdat de vrouw wist te ontsnappen.

Vijf dagen later overleed Jahan aan haar verwondingen; 80 procent van haar lichaam was verbrand. In de ambulance lukte het haar nog om een verklaring op te nemen op de mobiele telefoon van haar broer.

Het schoolhoofd, dat na de aangifte werd aangehouden, gaf volgens de aanklager vanuit de gevangenis opdracht voor de moord. Vijf van de zestien veroordeelden waren direct betrokken bij haar dood, de andere elf hadden geholpen. Onder de veroordeelden zijn ook drie klasgenoten en een lerares van de vrouw. Alle daders gaan in beroep tegen hun veroordeling.

Massaprotesten

De dood van Jahan leidde tot verontwaardiging en massaprotesten in Bangladesh, waarin aandacht werd gevraagd voor vrouwenrechten in het land. Haar begrafenis werd bijgewoond door duizenden mensen.

Vrouwen zijn regelmatig slachtoffer van seksuele intimidatie in Bangladesh, dat zo’n 160 miljoen inwoners heeft. Volgens cijfers van lokale vrouwenrechtenorganisatie Bangladesh Mahila Parishad waren vorig jaar minstens 1.094 vrouwen het slachtoffer van verkrachting, aanranding en stalking.

Er wordt aangenomen dat het aantal slachtoffers in werkelijkheid vele malen hoger liggen. Veel vrouwen doen geen aangifte van verkrachting of aanranding uit angst voor schaamte in hun familie. Mensenrechtenactivisten schrijven het hoge aantal verkrachtingen ook toe aan een cultuur van straffeloosheid. Wie wel aangifte doet, wacht een langdurig proces en daders worden nauwelijks gestraft. Volgens Bangladesh Mahila Parishad leidde sinds 2014 slechts 3 procent van de aangiften tot een veroordeling.

„Dit zorgt ervoor dat slachtoffers opgeven om rechtvaardigheid te zoeken”, zei mensenrechtenadvocaat Salma Ali eerder dit jaar tegen de Britse omroep BBC. „Criminelen worden niet gestraft en ze blijven deze misdrijven plegen. Dit schrikt anderen niet af om hetzelfde te doen.”

De dood van Jahan lijkt daar, de massaprotesten ten spijt, geen verandering in te hebben gebracht. Volgens Bangladesh Mahila Parishad – die zijn cijfers baseert op lokale media – werden vorige maand zeker 217 vrouwen en kinderen verkracht in Bangladesh, het hoogste maandtotaal in bijna tien jaar.