Vrouwelijke statushouder vaak onder de radar bij werkbegeleiding

Bijstand De begeleiding die nieuwkomers in Nederland uit de bijstand moet helpen, richt zich nog vaak op mannen. Nu zijn er ook speciale vrouwentrajecten.

Nesrin Alobid (r) tijdens een training van We-Match.
Nesrin Alobid (r) tijdens een training van We-Match. Foto John van Hamond

Welk werk zou je het allerliefste doen in Nederland? Op die vraag weet Nesrin Alobid (33) het antwoord meteen. Een eigen schoonheidssalon runnen. Net zoals ze in het Syrische Homs deed, voordat ze drie jaar geleden de burgeroorlog ontvluchtte.

Alobid mist het helpen van haar klanten, hoe die altijd met méér zelfvertrouwen haar zaak uitliepen dan waarmee ze binnenkwamen. Maar wat ze vooral mist, zegt Alobid, is „het contact met mensen. Met iedereen uit de buurt een praatje kunnen maken.”

Uit een jaarlijks onderzoek van Kennisplatform Integratie & Samenleving (KIS) blijkt dat iets meer statushouders dit jaar een baan hebben dan vorig jaar. Toch heeft de grote meerderheid nog steeds geen betaald werk: dat is weggelegd voor slechts 17 procent van de statushouders die sinds 2015 in Nederland wonen. In 2018 was dat 13 procent. Twee derde van hen werkt bovendien onder zijn eigen opleidingsniveau, en vaak gaat het om tijdelijk werk, meldde KIS vorige maand.

Met name vrouwelijke statushouders lijken moeilijk werk te vinden. Van de mannelijke Syrische statushouders die in de periode 2014-2016 een verblijfsvergunning kregen, had in 2018 bijvoorbeeld 15 procent een baan, tegenover 4 procent van de vrouwelijke Syrische statushouders, becijferde het Sociaal en Cultureel Planbureau.

KIS stelt dat de begeleiding die statushouders uit de bijstand moet helpen nog te veel is gericht op mannen.

Gezinshereniging

Van de 355 Nederlandse gemeenten waren er 286 in het onderzoek vertegenwoordigd. Zij schatten dat 63 procent van de statushouders nu een bijstandsuitkering ontvangt. Deze groep krijgt begeleiding om aan het werk te gaan, zoals in de Participatiewet is vastgelegd. Doel van die wet is mensen in de bijstand zo snel mogelijk weer financieel onafhankelijk te maken.

Omdat vrouwelijke statushouders vaak naar Nederland komen via gezinshereniging, loopt hun man in de meeste gevallen ‘voor’. Hij spreekt bijvoorbeeld de taal al, krijgt arbeidsmarktbegeleiding via de gemeente. De kans dat hij eerder een baan vindt en kostwinner wordt, is daarom groot. Heeft één van de twee partners een vast inkomen, dan gaat het gezin de bijstand uit. En zo verdwijnt ook de vrouw van de radar.

Het huidige beleid zorgt ervoor dat gemeenten degene met de meeste baankansen in het gezin begeleiden, zegt Joline Verloove, projectleider bij KIS. „De nadruk ligt daardoor al snel op de man.” En wanneer de man een baan vindt, krijgt de vrouw óók geen begeleiding meer.

KIS constateert bovendien dat vrouwelijke statushouders vaak minder hoogopgeleid zijn dan mannen. Traditionele rolpatronen – de vrouw zorgt voor de kinderen en het huishouden – spelen daarbij een belangrijke rol, stelt KIS.

Ook speelt mee dat het even duurt om te aarden in Nederland. Een baan vinden is vaak niet de eerste prioriteit. „Ze willen eerst hun gezinsleven op de rit krijgen en zorgen dat de kinderen naar school gaan.”

Lilian Zawedde (tweede van links) schudt de hand van een cursist bij een onderdeel over verjaardagen in Nederland. Foto John van Hamond

Vrouw centraal

Daarom zijn trajecten nodig waarin vrouwen centraal staan, vindt KIS. „Zulke programma’s zijn belangrijk voor vrouwen om erachter te komen welke vaardigheden ze hebben, wat voor baan ze ambiëren en wat ze daarvoor nog moeten bijleren”, zegt Verloove.

Ook voor vrouwen mét werkervaring is begeleiding waardevol. Voor hen is het belangrijk erachter te komen wat hun diploma of cv in Nederland waard is en hoe de werkcultuur is.

Dat ondervond ook Lilian Zawedde (36), die in 2016 van Oeganda naar Nederland vluchtte en daarvoor projectleider was bij een ngo in Kampala. „In Oeganda was het mijn werk om mensenrechten te beschermen. Dat zou ik graag weer doen, maar Nederland is een heel ander land. Hier is bijvoorbeeld geen corruptie zoals we die in Oeganda kennen.”

We laten zien dat vrouwen kúnnen werken als ze willen. Dat is niet in elke cultuur vanzelfsprekend

Willeke Colenbrander We-Match

Zawedde had het gevoel dat ze in Nederland helemaal opnieuw moest beginnen. Van maart tot juli volgde ze daarom een begeleidingstraject bij We-Match, een participatieprogramma in de gemeente De Bilt dat beroepsbegeleiding combineert met theater.

Naast een wekelijkse cursus krijgen de vijftien deelnemers een ‘buddy’: een Nederlandse vrouw uit de gemeente De Bilt, die als vrijwilliger helpt met huiswerk en andere zaken waar de vrouwen tegenaan lopen.

Tijdens de theatertrainingen doen de vrouwen rollenspellen waarin ze sollicitatiegesprekken oefenen en „typisch Nederlandse” gebruiken bespreken. Handen schudden, bijvoorbeeld. Colenbrander, een van de initiatiefnemers van We-Match: „De ‘Arabische hand’ is vaak zacht. Bij ons zijn een krachtige eerste indruk en een stevige handdruk juist belangrijk bij een sollicitatie.”

Niet vanzelfsprekend

Uiteindelijk is het doel om de cursisten zelfvertrouwen te geven en hen bewust te maken van de mogelijkheden in Nederland. „We willen laten zien dat vrouwen kúnnen werken als ze willen. Dat is niet in iedere cultuur vanzelfsprekend”, zegt Willeke Colenbrander.

Van de vijftien vrouwen die meededen aan het eerste ‘vrouwentraject’ hebben er nu twaalf een baan, stageplek, opleiding of vrijwilligerswerk. Zawedde werkt sinds de zomer zelf bij We-Match. Eerst hielp ze met administratieve taken en het voorbereiden van lessen, in het volgende programma gaat ze zelf ook lesgeven.

Colenbrander: „Het belangrijkste is dat deze vrouwen zich kunnen inzetten in de maatschappij, in plaats van thuis te zitten. Ook een stage of vrijwilligerswerk kunnen daarbij helpen.”

Nesrin Alobid, de Syrische schoonheidsspecialiste, deed eveneens mee aan het vrouwentraject van We-Match. Ze volgt nu een verkorte kappersopleiding van één jaar. Overdag zorgt ze voor haar drie kinderen, in de avond gaat ze naar school. Alobid: „Mijn salon in Syrië is verwoest door de oorlog. Hier in Nederland kan ik wel werken. Met die kans ben ik echt héél blij.”