Ivo Opstelten erkent grove fouten in bonnetjesaffaire

Boek over Ivo Opstelten Zijn vervroegde vertrek was terecht, zegt de oud-VVD-minister in een boek. „ Ik wist dat ik dat dossier heel slecht behandeld had.”

Minister Ivo Opstelten treedt af, 9 maart 2015.
Minister Ivo Opstelten treedt af, 9 maart 2015. Foto Evert-Jan Daniels

„Totaal onderschat” en een kwestie van „een grove fout”. In deze bewoordingen kijkt oud-minister Ivo Opstelten (Justitie en Veiligheid, VVD) terug op de beruchte ‘bonnetjesaffaire’, die hem in 2015 de politieke kop kostte.

In het donderdag verschenen boek Opstelten, een leven in het openbaar bestuur van oud-journalist Ron Meerhof staat uitvoerig beschreven hoe de door en door ervaren bestuurder Opstelten zo in de problemen kon komen dat hij het vertrouwen van de VVD-partijtop verloor en uiteindelijk niets anders kon doen dan aftreden.

Wat Opstelten zichzelf achteraf vooral kwalijk neemt, is dat hij de zaak – die draaide rond een schikking uit 2000 met drugshandelaar Cees H., waardoor hij in de Tweede Kamer zwaar onder vuur was komen te liggen – nooit met één van zijn collega’s heeft gedeeld. Hij had dan de vraag kunnen stellen ‘wat zou jij doen?’ Opstelten in het boek: „Ik vond het niet nodig.”

Vertrouwen op ervaring

In plaats daarvan vertrouwde de man met de zware stem op zijn eigen ervaring en overwicht. Bijvoorbeeld toen de Tweede Kamer hem bij het eerste debat over de zaak in 2014 vroeg hoeveel geld er was gemoeid met de schikking: „Ik wist de precieze bedragen helemaal niet en dat had ik gewoon tot in den treure moeten herhalen. In plaats daarvan ging ik de burgemeester spelen. Ik probeerde de boel te bezweren met het mantra dat het dit bedrag ongeveer moest zijn en dat de Kamer het maar met deze informatie moest doen. Toen heb ik ook nog gezegd dat het een kwestie van vertrouwen was”, zegt Opstelten.

Lees ook: De zeven plagen van het ministerie van Veiligheid en Justitie

Dat laatste had hij nu juist helemaal niet moeten zeggen, hield zijn vrouw Mariëtte hem voor toen hij na het Kamerdebat thuiskwam. „Nou Stelten, dat was wel ongeveer het stomste wat je zeggen kon”, zei zij. Opstelten: „Dat begon mij inmiddels ook te dagen.” Toch werd dit optreden hem niet noodlottig. Zijn val werd onvermijdelijk nadat het televisieprogramma Nieuwsuur, dat de omstreden deal had onthuld, in maart 2015 meldde dat de afrekening waarvan Opstelten steeds had beweerd dat deze onvindbaar was, wel degelijk bestond. Het uitbetaalde bedrag werd daarbij tot op de cent nauwkeurig vermeld.

De conclusie van Nieuwsuur: de minister had de Tweede Kamer verkeerd voorgelicht. Maar Opstelten bleef volharden: „Zolang ik dat betalingsbewijs niet heb gezien, weet ik van niks.”

Op dat moment was de partijpolitieke steun voor Opstelten vanuit zijn eigen VVD grotendeels verdampt. Daar was opgevallen dat de 71-jarige minister niet scherp was, vaag antwoordde en zich slecht voorbereidde op debatten.

Eind 2014 had toenmalig VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra al bij premier Rutte aangedrongen op een vervroegd vertrek van Opstelten. Maar toen had Rutte het idee dat het juist weer beter ging met Opstelten. Enkele maanden later, na de nieuwe onthulling, gaf Rutte hem de boodschap alsnog. „Het is klaar”, zei hij tegen zijn minister. Opstelten in het boek: „Ik vond dat terecht. Ik wist dat ik dat dossier heel slecht behandeld had.”