Opinie

Neerslachtigheid op Justitie en Veiligheid

Tom-Jan Meeus

De follow-up is een ongemakkelijk genre. Je peilt reacties op een eigen stuk – ‘rondje Kamerleden’ –, en het resultaat is vaak dat ze ‘opheldering’ vragen, hoewel je ook wel weet dat ze hierover nooit waren begonnen als jij niet gebeld had. Hol bewijs van eigen voortreffelijkheid.

Evengoed publiceer je soms iets waarvan je merkt: dit raakt een snaar. In het weekeinde schreef ik over een ambtelijke evaluatie van het aftreden van staatssecretaris Mark Harbers (Migratie, VVD). Dubieuze toestand. De evaluatie met geruststellende conclusie (geen bewuste ambtelijke fouten) was door de Bestuursraad van het ministerie van Justitie en Veiligheid al vastgesteld voordat Harbers inzage kreeg. De onderzoekers hechtten geen waarde aan zijn weerwoord, hoewel pijnlijke aspecten omfloerst of niet in het stuk staan. Harbers beaamde dat hem soms alsnog „de gedachte bekruipt” dat zijn aftreden een opzetje was.

Het geheel past in een slepende koude oorlog: politici van VVD en CDA die al een jaar aansturen op vervanging van Justitie en Veiligheid-topambtenaren hoewel sommigen, zoals secretaris-generaal Siebe Riedstra, nog steeds in functie zijn.

Binnen Justitie en Veiligheid leidt het, merkte ik, tot nervositeit en neerslachtigheid. Weer een affaire. Wéér de suggestie van ambtelijke manipulatie. Interne argwaan voor collega’s. Chagrijn over wantrouwende politici. En de secretaris-generaal zelf, veel bekritiseerd, mede omdat hij geen jurist is, die doorvergadert alsof er niets aan de hand is.

Paradoxaal genoeg presenteert een aanstichter van de ellende, oud-minister Opstelten (2010-2015, VVD), vandaag een boek over zijn loopbaan. Onder hem was het ministerie jaren een goed nieuws-machine, een aanpak waarvoor de feiten desnoods moesten wijken. Het veroorzaakte mede, zeggen critici, de dubbelzinnige ambtelijke omgang met de werkelijkheid, die werd versterkt omdat de minister langer aanbleef dan hij aankon.

En de secretaris-generaal die hij aantrok vloog al na drie jaar de laan uit. Dus om zijn opvolger, nu na vier jaar, ook weer tot vertrek te dwingen, is eigenlijk niet erg geloofwaardig. Er komt bij dat het ministerie weinig eigen talent opleidde, zodat natuurlijke opvolgers niet voorhanden zijn.

Alleen: niets doen is voor de huidige minister, Ferd Grapperhaus (CDA), onder deze omstandigheden ook geen optie meer. Bovendien is in politieke én ambtelijke kring bekend dat ook hij vorig jaar al zinspeelde op het vertrek van de secretaris-generaal, hoewel hij dit officieel weerspreekt. Dus hopen Justitie en Veiligheid-medewerkers toch op een spoedig vertrek van de hoogste ambtenaar, als signaal aan het gedeprimeerde apparaat. Je moet alleen vrezen dat het lang niet alles oplost, hoeveel opheldering Kamerleden ook zullen vragen.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Lotfi El Hamidi.