Opinie

Mario Draghi liet het nationaal belang binnen bij de ECB

monetair beleid

Commentaar

De euro is als een hommel: een beestje dat niet zou moeten kunnen vliegen, maar het toch doet. Die beeldspraak gebruikte Mario Draghi, de president van de Europese Centrale Bank in een inmiddels beroemde speech in juli 2012. De eurocrisis was destijds op zijn hoogtepunt en er was gerede twijfel of de munt wel ongeschonden zou overleven. Met die argwaan maakte Draghi korte metten. De ECB, zei hij, zou alles wat nodig is doen om de munt te redden. En, beloofde hij, dat zou genoeg zijn.

Dit ‘whatever it takes’, een amalgaam van belofte, geruststelling en dreigement, overtuigde de financiële markten en droeg bij aan het wederkeren van de rust rond de munt. De reputatie van Draghi, toen een half jaar in functie, was in één klap gevestigd.

Donderdag zat de Italiaan zijn laatste bestuursvergadering voor. Draghi wordt per 1 november opgevolgd door Christine Lagarde, die haar termijn als directeur van het Internationaal Monetair Fonds voortijdig afbreekt.

De ECB die Draghi voor zijn opvolgster achter laat is een zeer andere dan hij zelf acht jaar geleden aantrof. Het uitzonderlijke monetaire beleid dat de centrale bank heeft gevoerd heeft wellicht bijgedragen aan de redding van de euro, maar heeft de bank ook het politieke domein ingetrokken. Door het beleid van ‘kwantitatieve verruiming’ staat inmiddels alleen al 2.100 miljard euro aan staatsleningen op de balans van de bij de ECB aangesloten nationale centrale banken. Dat is nog los van honderden miljarden aan andere opgekochte leningen.

Het monetaire beleid stuurt nu niet langer alleen de kortlopende rentes op de geldmarkt, maar ook de rentes op langlopende leningen zoals staatsleningen en hypotheken. Het beleid komt, mede door zijn vooralsnog onbepaalde duur, zeer dicht in de buurt van monetaire financiering: het betalen van overheidstekorten met ‘vers gedrukt geld’. De centrale bank is daarmee ver doorgedrongen in het politieke domein.

Dit monetaire activisme is voor een deel het gevolg van de uitzonderlijke economische omstandigheden van na de financiële crisis van 2008. De ECB heeft ook extra ver moeten gaan omdat de nationale regeringen van de eurolanden zelf noodzakelijke hervormingen achterwege lieten.

Maar de intensiteit en duur van de onconventionele maatregelen zijn in belangrijke mate ook het gevolg van een bewuste keuze. Draghi is verder gegaan dan, met name, veel noordelijke eurolanden wilden. Aanvankelijk bevond de weerstand zich vooral in Duitsland, Nederland en een handvol kleinere landen. Tijdens de voorlaatste ECB-vergadering in september voegde ook Frankrijk zich daarbij.

Draghi maakte vooral gebruik van het feit dat alle eurolanden vrijwel dezelfde stem hebben, van Malta tot Duitsland. Zo kon hij tijdens de zeer controversiële septembervergadering landen met samen een meerderheid van de euro-bevolking, euro-economie en het bij de ECB ingelegde euro-kapitaal opzij zetten. Ondanks hun weerstand worden de aankopen van staatsleningen toch weer hervat, voor onbepaalde tijd. Waarmee overigens ook het beleid van opvolger Lagarde voor onbepaalde tijd door Draghi is vastgezet.

Zo is niet alleen het beleid van de ECB politieker geworden, maar ook de centrale bank zelf. Door te verzuimen een breed draagvlak voor het beleid te bereiken, heeft Draghi het gif van de nationale belangen van de eurolanden binnen laten sijpelen in het bestuur. Voor zijn opvolgster valt er veel te repareren.