Hoe ziet het leven eruit in 2039? Natuurlijker, kalmer en flexibeler

Design Op de Dutch Design Week in Eindhoven presenteert de voorhoede van designers hun kijk op de toekomst.

Een ‘programmeerbaar gebouw' van het Rotterdamse architectenbureau MVRDV.
Een ‘programmeerbaar gebouw' van het Rotterdamse architectenbureau MVRDV. Beeld Ossip van Duivenbode

Natuurlijk staan er hippe prototypes van futuristische zelfrijdende auto’s met lichtgevende wielen. Natuurlijk zijn er allerlei experimenten waarbij mensen met virtual reality-brillen in de lucht staan te zwaaien. Maar op de Dutch Design Week, tot en met zondag in Eindhoven, vielen toch vooral heel andere ontwikkelingen op. De schreeuwerige techno-utopieën raken steeds meer uit de mode en maken plaats voor nieuwe ideeën. Maar hoe gaan we dan wél leven in 2039 als het aan de voorhoede van designers ligt?

  1. Natuurlijker

    Ook in Eindhoven is mycelium hét buzzword. Net als in veel recente boeken, TED-Talks en podcasts, hemelen diverse designers het gehypete natuurlijke en duurzame materiaal op. Volgens sommigen is het ‘het plastic van de toekomst’. Wat het is? Schimmel. Of nou ja, de draden van schimmels die in de natuur ondergrondse netwerken vormen, van soms wel kilometers groot. Het is het spul waar paddestoelen uit kunnen groeien. Als je de schimmels op de juiste manier kweekt, voedt en bewatert, kunnen ze in tal van vormen en gedaantes groeien, en diverse handige eigenschappen krijgen die productontwerpers wel kunnen gebruiken. Ze kunnen brandwerend en isolerend zijn, waterafstotend, desinfecterend, je kunt er bakstenen van maken die zichzelf kunnen repareren als ze beschadigd zijn, of leerachtig materiaal voor schoenen en tassen. Mycelium kan drijven en zelfs (een beetje) energie opwekken.

    De Delftse ontwerper Bob Hendrikx laat een soort kamer zien, die hij zelf heeft laten groeien met mycelium. In een week tijd is de kamer uitgegroeid tot enkele vierkante meters groot. „Tot nu toe parasiteert de mens op de planeet: alle materialen die we gebruiken zijn dood. Dit leeft, en hier moet je dus ook goed voor zorgen.” Je kunt de groei met behulp van sensoren meten, en vervolgens sturen of afremmen zodat het niet overwoekert. „Zie het een beetje als een Tamagotchi”, zegt Hendrikx. Als je de myceliumkamer niet voedt en bewatert, sterft hij. Of ‘zij’, want Hendrikx noemt het kamertje ‘Mollie’.

    Het ontwerp van de Delftse ontwerper Bob Hendrikx.

    Potentieel afstervend materiaal lijkt niet heel handig als je er huizen van wilt maken, nog afgezien van of het door de veiligheidstests komt. Voordat mensen massaal in dit soort schimmels gaan wonen, zijn we waarschijnlijk nog wel even verder, als het al ooit in industriële hoeveelheden geproduceerd kan worden. Maar de ideeën van Hendrikx staan zeker niet op zich. Bij veel exposities en presentaties gaat het over mycelium, en over het ontwerpen mét de natuur in plaats van alleen maar de natuur uitputten. Biodesign, in jargon.

    De Nederlandse ontwerper Teresa van Dongen ontwikkelde een lichtinstallatie die zijn energie krijgt van micro-organismen uit rivieren en meren. Deze microben hebben continu elektronen, oftewel energie, over. Daar kun je bijvoorbeeld lampjes mee laten branden zonder stroom. Dat betekent wel dat je die bacteriën, net als het mycelium, in leven moet houden door ze wekelijks te voeden. „Maar als je een plant in leven kunt houden, moet dit toch ook lukken”, zegt Van Dongen. „In de toekomst vraag je misschien je buren om je lamp te voeren als je met vakantie bent.”

  2. Kalmer

    We krijgen het dus nog druk met het in leven houden van materialen. Verder gaan we het vooral mínder druk krijgen in de nabije toekomst, als het aan veel designers ligt. Opvallend veel ontwerpen draaien om kalmte, rust, ontstressen, even helemaal uitstaan. Misschien ook niet heel vreemd in een tijd waarin bijna een miljoen Nederlanders tegen een burn-out aan zitten en smartphonestress overal is. „Het is wel duidelijk dat we ruimtes moeten gaan ontwerpen die beter voldoen aan menselijke wensen”, zegt de Britse interieurontwerper Julian Ellerby, die onder meer schuifpanelen toont waarmee mensen zich in kamers of kantoren even kunnen afschermen van de drukte, en geluidsabsorberende wandbekleding om ruimtes stiller te maken.

    De Nederlandse ontwerper Tom Bergman heeft een ‘anti-burnout-kamer’ ingericht met hypnotiserende lichtkunstwerken. Die bestaan uit panelen met verlichte hokjes die steeds vloeiend van kleur veranderen. Die zijn zó geprogrammeerd dat je er naar kunt blijven kijken zonder dat je verveeld raakt, maar ook zonder dat ze je zo sterk prikkelen dat je het kijken snel zat wordt. „Ze bootsen de veranderingen na in de omgeving die je ook ervaart bij een boswandeling”, zegt hij. Als je erin kijkt ervaar je inderdaad een bijna meditatie-achtig gevoel van rust.

    Bergman, eerder ontwerper bij Philips, test de panelen nu in een ziekenhuis waar artsen na stressvolle operaties even in de kleurvakken kunnen staren om weer rustig te worden. „Het is nog te vroeg om te zeggen dat het echt werkt maar de eerste reacties zijn goed.”

    Google werkt samen met de Deense meubelmakers van Muuto om data te analyseren welke kleuren, stoffen en texturen mensen rustiger maken. Met hulp van slimme polsbandjes die zaken meten zoals hartslag en ademhaling, proberen ze te achterhalen waar mensen het kalmst van worden. Uit een promotiefilmpje blijkt dat dat vooral goed past bij wat Muuto al langer maakt: veel natuurlijke materialen zoals hout, zachte stoffen, lege ruimtes en pastelkleurige, Scandinavisch-minimalistische meubels.

  3. Flexibeler

    Tegen 2039 wonen nog veel meer mensen in grote steden dan nu, is de algemene verwachting. Dat betekent dat het nóg krapper gaat worden en dat ruimtes waarschijnlijk veel flexibeler gebruikt moeten gaan worden. Er zijn van verschillende ontwerpers zogeheten modulaire huizen, kleine huisjes die als een soort IKEA-pakket in een dag op- en afgebouwd kunnen worden. De tiny houses met namen als Wikkelhouse en Nezzt, leeg en clean ingericht, met inklapbare bedden en inschuifbare keukens, zijn al een aantal jaar in opmars en worden door ontwerpers nog steeds gezien als goede optie voor wonen in de toekomst. Maar die piepkleine huisjes zijn niet de enige oplossing die in Eindhoven te zien is.

    Winy Maas van het Rotterdamse architectenbureau MVRDV laat zijn idee zien van ‘programmeerbare gebouwen’. Het concept van dit ‘Wego’-gebouw ziet eruit als een kleurige blokkendoos waarin de muren en plafonds verschuiven en telkens nieuwe kamers en ruimtes vormen, zodat de ruimte optimaal benut wordt. Het ziet er vrij onpraktisch uit maar Maas zegt er zelf over: „Ik kan het nu nog niet betalen maar ik zou er graag zelf wonen.”

    Beeld Ossip van Duivenbode

    En als het te lang duurt voordat dit soort ideeën betaalbaar en bereikbaar zijn, denkt Bob Hendrikx dat zijn mycelium-kamertjes misschien ook hiervoor een oplossing kunnen zijn: „Als je een weekje wacht, kun je zó een extra kamer aan je huis laten groeien.”

    Correctie (30-10-2019): In een eerdere versie stond verkeerd beschreven hoe de lichtinstallatie van Teresa van Dongen werkt. Dat is hierboven aangepast.