Brieven

Het klimaatbeleid heeft kernenergie wel/niet nodig

NRC onderzocht in een serie wat het betekent als kernenergie wordt ingezet om de klimaatdoelen te halen. Paul Luttikhuis maakte een bloemlezing van de vele lezersreacties die volgden.

„Klimaatwetenschappers zijn het eens, de klimaatdoelen zijn niet te halen zonder gebruik van kernenergie”, schreef NRC in de intro bij de serie over kernenergie. Het leidde tot enkele felle reacties. „Het voelt alsof mij een mening wordt opgedrongen”, schrijft klimaatwetenschapper Heleen de Coninck. Zo kort geformuleerd is het „mondiaal ook gewoon onwaar”, aldus De Coninck. We hadden beter kunnen schrijven: „Klimaatwetenschappers zijn het eens: de klimaatdoelen zijn makkelijker te halen met kernenergie.”

Waarschijnlijk hadden we daarmee niet alle critici tevredengesteld. „Bij welke gelegenheid hebben [klimaatwetenschappers] zich, kennelijk unaniem, uitgesproken ten gunste van kernenergie?”, vraagt Hans Koenen, voormalig Hoofd Duurzame Energie van het ministerie van Economische Zaken, zich af. Joep van Dijk vreest dat NRC zijn mening vooraf al heeft gevormd: „Kennelijk heeft u die vraag al beantwoord voordat wij mogen weten op welke gronden die uitspraak is gedaan.” En Hervé Rahier meent uit de serie op te kunnen maken dat NRC „pro-kernenergie” is.

Kirsten Sleven, van de anti-kernenergie organisatie WISE, wijst erop dat klimaatwetenschappers van het VN-klimaatpanel IPCC geen aanbevelingen (mogen) doen voor beleid en dus ook nooit zullen pleiten voor het gebruik van kernenergie. Sleven verwijst naar het World Nuclear Industry Status Report 2019, waarin staat dat de rol van kernenergie in de wereldwijde energiemix veel kleiner is dan die van hernieuwbare energiebronnen. Ook zijn er volgens het rapport betere, sneller beschikbare en goedkopere duurzame alternatieven. „NRC maakt in de gepubliceerde artikelen niet duidelijk waarom men kan spreken over een ‘redding’. Dus waarom is ervoor gekozen dit frame te gebruiken?”

Veel NRC-lezers vinden het zeer terecht dat we uitgebreid aandacht besteden aan kernenergie. Wat opvalt is dat voor- en tegenstanders elkaar soms bestrijden met vergelijkbare argumenten. Zo vindt Anke van Houten dat we niet kunnen wachten op de energie- en klimaatwinst van kerncentrales, omdat de bouw van die centrales veel te lang duurt. In plaats daarvan zouden we beter massaal wind- en zonne-energie kunnen opwekken in landen die daarvoor geschikt zijn – en die dan over de wereld verspreiden. Rudy Puister denkt dat dit net zo veel of misschien wel veel meer tijd kost.

Jelle Schöttelndreier vraagt zich af: „Hoe kun je een gigantisch complex dat miljarden kost schoon noemen qua CO2? Al dat beton en staal kost heel veel uitstoot.” Hij krijgt bijval van Joep van Dijk, die onder andere wijst op de kosten van de winning van uranium. Hij concludeert dat kernenergie „al met al bijna evenveel CO2 produceert als aardgas. […] Voeg daarbij de exorbitante kosten, terwijl zonne- en windenergie en andere vormen van duurzame energie hoogstwaarschijnlijk steeds goedkoper zullen worden, en het kaartenhuis valt in elkaar.”

„En ik begrijp dat die windmolens en zonnecollectoren aan de boom groeien”, reageert Patrick Walthie. Bovendien vrezen sommige lezers dat met wind en zon de groeiende energievraag onmogelijk gestild kan worden. „Het gebruik van energie is, sinds we meester zijn van het vuur, exponentieel gestegen, en met onze steeds complexere en technologisch ontwikkelende globale samenleving zal dit alleen nog maar sneller toenemen”, denkt Marian Jongste. Rudy Puister concludeert: „de bulk van de mensheid wil gewoon steeds meer energie tot zich nemen. Dat gaat echt de komende 100 jaar niet drastisch veranderen.”

Sommige reageerders verwijzen daarom graag naar nieuwe technologieën. „Waarom wordt bij de discussies over kernenergie steeds gezwegen over de nieuwe ontwikkelingen, zoals kernfusie en thoriumcentrales? Schoner en veel veiliger dan de huidige kerncentrales”, aldus Niko Hiep. En Rein Lohman schrijft: „Thoriumcentrales zijn inherent veilig en leveren een aantal ordes van grootte minder afval op dan kerncentrales, dat ook nog eens een aantal ordes van grootte minder lang gevaarlijk blijft.”

Bijkomend voordeel van die nieuwe technologie – die op dit moment slechts ‘een belofte’ is – is de grotere veiligheid. Al relativeren voorstanders de veiligheidsrisico’s van kernenergie. Rudy Puister vindt dat altijd met twee maten wordt gemeten als het om veiligheid gaat, terwijl het dodental, op basis van het aantal TWh aan opgewekte elektriciteit, vele malen lager ligt dan bij andere energieopwekking.

Volgens M. Tettero is kernenergie zelf best veilig. De kernramp in Tsjernobyl kwam door het ontbreken van „de beste en strengste veiligheidscultuur” en in Fukushima ging het mis door „een buitengewoon zeldzaam fenomeen”.

Jan van Oort wijst erop dat zelfs als de kans op een ongeluk extreem laag is, de mogelijkheid van een kernramp, met alle gevolgen van dien, blijft bestaan. Voor hem is dat een reden om kernenergie „problematisch” te noemen.

Voor Trea Hermans is de menselijke factor een reden om kernenergie te wantrouwen. In het artikel over kernenergie in Nederland zegt hoogleraar Wim Turkenburg: „de kans op een ongeluk met Borssele ligt op eens in de 100.000 jaar”. Zelfs als een centrale een veilige bunker wordt, beschermd tegen aanslagen en natuurrampen kun je het risico volgens Hermans niet op die manier kwantificeren. Zo lang er mensen aan de knoppen zitten, is het koffiedik kijken.