Opinie

Geknipt

Ellen Deckwitz

Onlangs was mijn haar weer eens twaalf meter lang waarvan zeker tien geheel overleden en dus werd het tijd om naar de kapper te gaan, wat ik al jaren niet meer had gedaan. Ik stel de knipbeurt altijd uit omdat ik niet tegen het geforceerde gekeuvel in zo’n salon kan. Het is, hoe lief de friseur in kwestie ook is, altijd ongemakkelijk, je hoort jezelf dingen zeggen die je jezelf nooit hebt horen zeggen zoals dat peuters leuk zijn en dat Suzan en Freek een nieuw nummer hebben. Bij de kapper zitten is conversationele automutilatie en dan heb ik het nog niet eens gehad over die arme knippers zelf die ook niet op een gesprek met míj zitten te wachten.

„Maar wist je niet dat er tegenwoordig ook stille kappers bestaan?” zei een vriendin toen ik haar vertelde over mijn tegenzin. Één telefoontje en fietstocht later zat ik in een kapperstoel. De kapper in kwestie was een oudere, zeer vriendelijke man en nadat ik had uitgelegd wat ik wilde zei hij dat hij vanaf nu lekker stil zou zijn – ha ha ha – en ik zei dat zullen we nog wel eens zien ha ha ha.

En ja hoor, tijdens het knippen ontstond er alsnog een gesprek. Niet via woorden, de man hield zich perfect aan zijn zwijgplicht, maar diens fysieke aanwezigheid dwong me om me alsnog tot hem te verhouden. Hij maakte af en toe oogcontact in de spiegel waarop ik geforceerd teruglachte. Hij humde een liedje waardoor de afwezigheid van taal nog zwaarder werd.

Nu ik niet de hele tijd bezig was om een gesprek gaande te houden, lichtten er opeens andere dingen op. Hoe behaaglijk het is wanneer iemand zwijgend met zijn handen door je haar gaat. Met zijn vingertoppen je hoofdhuid aftast. De gêne dat dat zowel vervreemdend als fijn is. Er zijn maar weinig situaties waarin een ander je aanhoudend aanraakt zonder erbij te praten, en het was zowel intiem als intimiderend.

Misschien praten we daarom de hele dag door over koetjes en kalfjes. Om ons van de aanwezigheid van andere lichamen af te leiden. Want een ander lijf kan allerlei gedoe veroorzaken: fysieke weerzin of ongevraagde aantrekkingskracht, een knokpartij of een zwangerschap.

En toen schoot de schaar rakelings langs mijn ogen.

Eigenlijk, dacht ik huiverend, praat je bij de kapper vooral om maar te vergeten dat je iemand toestaat om met scherpe voorwerpen je hoofd te lijf te gaan. Ik durfde niet meer te bewegen en de stilte dikte in. Messen flitsten, lokken vlogen als doffe veren in het rond, ik liet steeds meer los.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.