Draghi pleit in laatste persconferentie voor centrale begroting eurozone

Europese Centrale Bank Op zijn laatste persconferentie als ECB-president pleitte Mario Draghi voor een centrale begroting voor de eurozone.

Mario Draghi, president van de Europese Centrale Bank, tijdens zijn laatste persconferentie. Hij wordt binnenkort opgevolgd door Christine Lagarde.
Mario Draghi, president van de Europese Centrale Bank, tijdens zijn laatste persconferentie. Hij wordt binnenkort opgevolgd door Christine Lagarde. Foto Daniel Roland/AFP

Dat Mario Draghi op zijn allerlaatste persconferentie nog een paar woorden Duits zou spreken – dat had niemand voorzien. De scheidend president van de Europese Centrale Bank haalde een Duitse uitdrukking aan: Geschenkt ist geschenkt. Ofwel: eenmaal gegeven blijft gegeven.

Dat ging over een Pruisische helm, een Pickelhaube, die de Italiaan bij zijn aantreden, acht jaar geleden, cadeau kreeg van Bild, de populaire Duitse krant. Bild dacht in Draghi een Italiaan te hebben gevonden die een echt streng Duits (‘Pruisisch’) monetair beleid zou gaan voeren. Donderdagochtend, vlak voor Draghi’s laatste gesprek met de pers, eiste Bild op hoge toon de helm terug. Want naar mening van Bild, en van veel Duitsers, heeft Draghi uiteindelijk juist een rampzalig beleid gevoerd. Hij zou Duitse spaarders „onteigend” hebben met zijn beleid van ultralage rentes. „Wir wollen unsere Pickelhaube zurück, Herr Draghi.” Maar Draghi week geen duimbreed. „Ik houd hem”, zei hij over de uit 1871 stammende helm, na een onvermijdelijke vraag hierover van de pers.

Lees ook het commentaar: Mario Draghi liet het nationaal belang binnen bij de ECB

Het is kenmerkend voor de 72-jarige Italiaan, die volgende week donderdag het stokje overdraagt aan de Française Christine Lagarde. Onverstoorbaar en niet bang voor conflict leidde hij de centrale bank van de eurozone een nieuw tijdperk in. Een tijdperk van nulrentes en negatieve rentes, en van grootscheepse geldinjecties in de economie. Dit tegen het verzet van Duitsland en andere, vooral noordelijke eurolanden in.

Met kleine sarcastische opmerkingen liet Draghi donderdag merken dat hij er niet rouwig om is om van die noordelijke tegenstribbelaars af te zijn. „Echt?”, zei Draghi, toen een journalist zei dat hij tijdens zijn ambtstermijn de nodige Duitse kritiek voor zijn kiezen had gekregen.

Bubbelwijn

Ook in Nederland riep de Italiaan verzet op, onder meer omdat de lage kapitaalmarktrente, die deels voortkomt uit het ECB-beleid, de pensioenfondsen zwaar onder druk zet. Toen een Nederlandse journalist tijdens een informeel toostmoment na de persconferentie – mét bubbelwijn – zei dat Draghi ook weleens wordt geprezen als redder van de euro, antwoordde Draghi dat hij „blij” is dat dat ook „in Nederland” gebeurt.

Dat Draghi inderdaad de euro heeft gered, in 2012, ontkennen maar weinigen. In de zomer van dat jaar, op het hoogtepunt van de eurocrisis, beloofde hij „al het nodige” (whatever it takes) te doen „om de euro te behouden”. Alleen al die woorden waren genoeg om de onrust op de financiële markten te temmen.

Maar ondanks meerdere vragen van journalisten naar dit bepalende moment wilde Draghi zichzelf niet op de borst kloppen. Ook andere vragen naar zijn erfenis ontweek hij. Hij had zijn tijd bij de ECB als „intensief, diepgaand en fascinerend” ervaren, zei hij. „Het meest trots”, zei hij, „ben ik dat het bestuur constant zijn mandaat heeft nagevolgd”. Zo bleef Draghi tot op het laatste moment bij het droge, technocratische jargon dat hem (en overigens de meeste andere centrale bankiers) kenmerkt. Maar het is tevens een antwoord op critici, zoals de commentatoren van Bild: ík heb me aan mijn mandaat gehouden.

Dat ‘mandaat’ is prijsstabiliteit, door de ECB gedefinieerd als inflatie van vlak onder de 2 procent. Dat percentage is bedoeld als buffer tegen deflatie, een gevaarlijke neergaande prijsspiraal. Het moet gezegd, onder Draghi heeft de ECB alles uit de kast getrokken om het inflatiedoel te bereiken. In acht jaar verlaagde ze tien keer de rente, nooit verhoogde ze die. De tarieven – minus 0,5 procent voor banken die geld stallen bij de ECB, 0 procent voor banken die lenen bij de ECB – bleven donderdag ongewijzigd. Onder Draghi kocht de ECB honderden miljarden euro’s aan staats- en bedrijfsschuld op, geld dat vervolgens de financiële markten in vloeide. Die overdosis aan geld moet ervoor zorgen dat de inflatie (nu zo’n 1 procent) richting de 2 procent kruipt.

Of deze ongekende monetaire stimulering ook echt helpt, werd in Draghi’s nadagen toenemend in twijfel getrokken, ook binnen het bestuur. In september verzetten de Duitse, Nederlandse én Franse ECB-bestuursleden zich tegen de lijn-Draghi. Die gaf zelf de laatste maanden steeds vaker toe dat het effectiever zou zijn als overheden, niet de centrale bank, de economie zouden stimuleren.

Eurozonebegroting

Zijn laatste persconferentie gebruikte hij voor een stevig pleidooi voor een gemeenschappelijke pot geld voor de eurozone om gericht overheidsinvesteringen te doen. Zo’n „centraal” begrotingsinstrument is „heel belangrijk” binnen een monetaire unie, zei hij. Als elk euroland afzonderlijk investeert, profiteert de hele muntunie daar amper van. Het idee van zo’n eurozonebegroting krijgt warme steun uit onder meer Parijs en Brussel. Maar laten het nu weer die noordelijke landen zijn, Nederland voorop, die op dit vlak voortdurend op de rem trappen.

Wat Mario Draghi gaat doen nadat hij komende donderdag voor het laatst de ECB-toren verlaat, dat kon of wilde hij niet zeggen. „Vraagt u mijn vrouw maar.”

Zaterdag in NRC: De vier gezichten van de sluwe redder van de euro