Deze ‘krasse knarren’ zorgen goed voor elkaar

Vergrijzing Met minder mantelzorgers en meer ouderen wordt het belangrijk dat ouderen naar elkaar omkijken. Maar nieuwe woonvormen zijn niet zo makkelijk te beginnen.

Samen oud worden betekent niet dat je de billen van de buren moet wassen, zegt Arnold ter Averst lachend. „Dat denken mensen wel eens, maar dat doet de thuiszorg gewoon hoor, mocht het ooit nodig zijn.” Ter Averst (68) woont sinds anderhalf jaar met zijn vrouw Riny in woonproject Knarrenhof in Zwolle. De 48 huizen staan rond een gezamenlijke binnentuin, waardoor een ouderwetse woonhof ontstaat.

‘Noaberschap’ is belangrijk in de Knarrenhof. „Dat betekent omzien naar elkaar”, zegt Ter Averst. „Ik ben kookgek en heb vaak een portie over. Die breng ik dan naar mijn buurvrouw Marty, zij is wat minder mobiel. Ze vindt het heel gezellig als ik even langskom én ze smult ervan.”

Knarrenhof is een wooncoöperatie, waar bewoners gezamenlijk eigenaar zijn van de woningen en het beheer en onderhoud helemaal zelf regelen. Ter Averst wijst naar de binnentuin. Het gazon is keurig gemaaid en de planten staan er verzorgd bij. Er is een tuincommissie en op ‘Burendag’ waren onlangs veel bewoners „met handschoenen en kruiwagens in de weer”, zegt Ter Averst. Die gezamenlijke verantwoordelijkheid is positief, vindt hij, net als de activiteiten die bewoners met elkaar ondernemen. Samen naar het museum, een middagje kaarten of wandelen. Of voor één euro drankjes drinken tijdens het ‘piekuur’ in het Hofhuys, het gemeenschappelijke gebouw midden in de wijk.

Ouderen die langer thuis wonen en elkaar een handje helpen, zo ziet minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) het graag. Het aantal 75-plussers neemt de komende jaren razendsnel toe, van 1,3 miljoen nu naar ruim 2 miljoen in 2030. De druk op de verpleeghuizen zal toenemen, terwijl daarvoor nu al zo’n vijftienduizend mensen op de wachtlijst staan.

Foto Sake Elzinga

Het actieprogramma Langer Thuis van De Jonge heeft mede als doel dat het aantal woonzorginitiatieven, zoals Knarrenhof, toeneemt. Hoeveel ‘Knarrenhofjes’ er deze kabinetsperiode bij moeten komen, is niet vastgelegd. „De verschillen tussen gemeenten zijn groot”, zegt een woordvoerder van De Jonge. Een taskforce gaat de komende maanden in beeld brengen hoeveel woonzorgcomplexen nodig zijn en welke obstakels gemeenten en initiatiefnemers ervaren.

Sociaal contract

De 48 eengezinswoningen op Knarrenhof - genoemd naar de ‘Krasse Knarren’ uit Van Kooten en De Bie - zijn voor een relatief lage prijs (ruim 2 ton) verkocht. De bewoners zijn zorgvuldig geselecteerd, zegt directeur Peter Prak. „We vragen mensen naar hun motivatie om hier te wonen en wat ze qua talenten en hobby’s in de aanbieding hebben voor de groep.”

Knarrenhof laat de bewoners een ‘sociaal contract’ tekenen waarin staat dat je de buren een beetje in de gaten houdt en zelf om hulp vraagt als dat nodig is. Zo’n afspraak is hard nodig zegt Prak, want het aantal mantelzorgers loopt volgens berekeningen van het Planbureau voor de Leefomgeving de komende decennia snel terug. Zijn er nu nog vijftien potentiële mantelzorgers op elke hoogbejaarde, in 2040 zijn dat er nog maar zes. En mantelzorgers zijn nu al vaak overbelast.

Lees ook: De mantelzorger wil meer dan mooie woorden

De woningen van Knarrenhof zijn onderhoudsarm. Prak wijst op de keramische dakpannen. „Die zijn duurder, maar er kan geen mos op groeien.” Bladvangers zorgen ervoor dat de dakgoot schoon blijft. Bewoners hoeven zo nooit op een trap te gaan staan om de dakgoten te reinigen. De woningen zijn ook levensloopbestendig. Slaapkamer en badkamer zijn op de begane grond en de stopcontacten zitten zo hoog dat je niet hoeft te bukken.

Initiatieven als Knarrenhof passen goed bij de veranderende woonbehoefte van veel ouderen, zegt Mirella Minkman, bestuurder bij kennisorganisatie voor de langdurende zorg Vilans. „Ouderen zijn tegenwoordig veel langer fit en actief. De tijd dat je op je 65ste naar het bejaardenhuis ging, is echt voorbij. Er is een grote groep ouderen die nog van alles wil. Daar horen woonvormen als hofjes bij.”

Prak is ervan overtuigd dat samen maar zelfstandig wonen ouderen gezond houdt. „Hoe actiever mensen zijn, hoe minder eenzaam en hoe gelukkiger ze zijn.”

Lange wachtlijst

De vraag naar Knarrenhof-woningen is groot. Voor de 48 woningen in Zwolle staan 180 mensen op de wachtlijst. „Die hopen stiekem dat hier iemand omvalt”, zegt Prak. Zijn stichting probeert vergelijkbare woonhofjes door heel Nederland op te zetten. In Zutphen, Gouda, Hardenberg en Zeewolde moet de bouw van hofjes volgend jaar starten en in meer dan tien andere gemeenten is Prak bezig met onderhandelingen. Ruim dertienduizend mensen hebben zich ingeschreven.

Foto Sake Elzinga

Toch is het niet makkelijk projecten snel van de grond te krijgen. Wooncoöperaties zoals Knarrenhof hebben vaak moeite om financiering te regelen, weet Maarten van Poelgeest, oud-wethouder wonen in Amsterdam. Hij is dit jaar door die gemeente aangesteld om de komst van wooncoöperaties te bevorderen. Van Poelgeest ziet dat gemeenten en woningcorporaties bezit of grond lang niet altijd tegen een lage prijs willen verkopen. Banken vinden een wooncoöperatie vaak „een vreemd product”, aldus Van Poelgeest, en zijn huiverig om leningen te verstrekken. „Je hebt in Nederland eigenlijk maar twee smaken: sociale huur en de vrije sector. Wooncoöperaties passen hier juridisch niet automatisch tussen”.

Crowdfunding

Peter Prak kreeg het startkapitaal voor zijn hofjes in Zwolle, zo’n 10.000 euro per woning, bij elkaar doordat bouwer Trebbe het laatste deel van de aanloopkosten voor zijn rekening wilde nemen. En woningcorporatie Delta Wonen droeg financieel bij aan de veertien sociale huurwoningen op de hof.

Elders zoekt hij creatieve oplossingen, zoals crowdfunding. In Zutphen en Gouda waren potentiële kopers bereid om gezamenlijk vooraf tienduizenden euro’s in te leggen. Toch zou Prak liever structurele financiering van de overheid krijgen om meer projecten te kunnen starten.

Het Rijk probeert woonzorgvormen sinds kort te stimuleren met een subsidieregeling, die minister De Jonge in april in Knarrenhof Zwolle presenteerde. Het idee van de regeling is dat het Rijk garant staat voor de financiering van dit soort initiatieven. Maar hoewel Knarrenhof het voorbeeldproject voor de regeling is, heeft uitgerekend het Zwolse initiatief moeite subsidiegeld te krijgen. Juridische bepalingen zitten in de weg. De regeling gaat uit van kleinschalige bewonersinitiatieven. Maar de Stichting Knarrenhof organiseert het bouwproces, in samenspraak met de bewoners. Het is daarom een sociale onderneming, maar geldt voor de wet als projectontwikkelaar. Die financieel steunen kan in strijd zijn met Europese regels over staatssteun. Het ministerie kijkt hoe de regeling kan worden aangepast.

Schouderklopjes

Prak vindt het prachtig dat bewindslieden en Kamerleden, zoals De Jonge, diens collega Kajsa Ollongren (Wonen, D66) en ChristenUnie-fractievoorzitter Gert-Jan Segers al zijn komen kijken. Maar, zegt hij: „Ik kan niemand aannemen op basis van schouderklopjes. Qua beleid vinden we elkaar helemaal, nu nog de uitvoering”. Aan vier andere initiatieven is al wel subsidie toegekend, in totaal zijn er dertien aanvragen gedaan.

Voor Knarrenhof-bewoner Arnold ter Averst is het vooruitzicht dat hij niet naar het verpleeghuis hoeft geruststellend. Hij en zijn vrouw Riny zijn nog fitte zestigers, maar het sprak hen erg aan dat hun woning op het verlenen van zorg is ontworpen. Hij laat de ruime badkamer zien, waar zo nodig zelfs een brancard in past. „Het is fijn dat ook als we echt heel oud zijn, we hier onze oude dag kunnen slijten.” Omdat veel relatief jonge ouderen op Knarrenhof zijn komen wonen, heeft pas één bewoner thuiszorg nodig gehad, zegt Peter Prak. „En die persoon rijdt hier nu weer op de scootmobiel rond.”