Recensie

Recensie Beeldende kunst

De onontkoombare familiebanden van de Toorop-dynastie

Kunstenaarsdynastie Jan Toorop, Charley Toorop en Edgar Fernhout vormden drie generaties kunstenaars. Een tentoonstelling in Stedelijk Museum Alkmaar laat hun verbondenheid zien. En vertelt tegelijk hun verhaal, dat niet altijd even vlekkeloos verliep.

Jan Toorop schilderde De zee in 1887.
Jan Toorop schilderde De zee in 1887. Beeld Rijksmuseum

Negen jaar deed Charley Toorop over het schilderij Drie generaties, van 1941 tot 1950. Het duurde ook zo lang vanwege haar slechte gezondheid, ze had last van haar hart en kreeg in die jaren een paar keer een beroerte. „Ik dicteer deze brief, en spreek moeilijk, en mijn rechterhand is geheel krachteloos”, schreef ze in 1947 aan haar vriendin Til Brugman.

Drie generaties (1941-1950) door Charley Toorop, links haar vader Jan Toorop, rechts haar zoon Edgar Fernhout. Beeld Museum Boijmans van Beuningen

Maar je ziet geen zwakheid op het schilderij, integendeel. De nageschilderde, bronzen ‘Masterkop Jan Toorop’, Charleys in 1928 overleden vader Jan, straalt alleen maar kracht uit. Net als zijzelf, met haar fiere blik, het penseel in de hand als een dirigent haar baton. Ook Eddy, haar oudste zoon die achter haar staat en die dat penseel als derde generatie over moet gaan nemen, maakt een zelfverzekerde indruk.

Er is meer op dit schilderij wat niet is zoals het lijkt. In 1941 was Eddy, Edgar Fernhout, 29 jaar oud. Zijn eerste huwelijk was mislukt, zijn kunstenaarschap precair: critici noemden zijn verstilde, neorealistische werk star. In de jaren daarna veranderde hij zijn stijl, maar zo zelfverzekerd als op Drie generaties was hij in die tijd zeker niet, nooit eigenlijk.

Je ziet het verschil meteen als je zijn dromerige, bijna bedeesde Zelfportret uit 1937, en de al doorleefder, maar nog altijd ingetogen uitdrukking op Zelfportret uit 1945 vergelijkt met Drie generaties. Charley Toorop (1891-1955) schilderde haar zoon Eddy (1912-1974) naar het beeld dat zij wilde vestigen van een onontkoombare kunstenaarsdynastie: een indringende blik, de wenkbrauwen zwaarder aangezet dan ze in werkelijkheid waren, ook zijn onderlip maakte ze voller dan in het echt – zo leek hij meer op zijn beroemde grootvader.

De Toorop Dynastie in Stedelijk Museum Alkmaar toont het allemaal: een stuk of zestig prachtige schilderijen, beginnend in de tijd van het impressionisme en eindigend in vrijwel abstracte landschappen, maar ook de samenhang tussen al die werken en het verhaal erachter. Want inderdaad, de Toorops zijn een dynastie geworden, dankzij hun talent natuurlijk, maar ook door hun onderlinge verbondenheid en de manier waarop ze elkaar vooruithielpen, eerst de vader de dochter, later de dochter de zoon: financieel, met adviezen, door hun netwerk.

Die verbondenheid zie je al in de eerste zaal, waar portretten hangen die ze maakten van zichzelf, elkaar en andere leden van de familie. Ze worden begeleid door verhoudingsgewijs veel tekst, maar dat is terecht. Als je Jan Toorops liefdevolle Annie Hall te Lissadell, Surrey (1885) ziet, zijn eerste portret van Charleys Engelse moeder, moet je ook weten dat dit huwelijk moeilijke tijden kende, en hun enige dochter zich al op jonge leeftijd ontworstelde aan het gezin. Op 21-jarige leeftijd, zwanger, trouwde ze tegen de zin van haar ouders. Uit een latere brief: „Dit is de grote stap van mijn leven geweest en het begin van mijn eigen vorming, het moest.”

Zelfportret met drie kinderen (1929) door Charley Toorop, rechts staat Edgar. Beeld Groninger Museum

Er zijn meer verstoorde verhoudingen. Dat zie je bijvoorbeeld, vertelt conservator Marjan van Heteren, op een foto waarop Eddy poseert voor Drie generaties. Aan zijn voeten op die foto zit zijn tweede vrouw, Netje Salomonson. De poseersessies met zijn dominante moeder, die door de jaren heen ook voortdurend zijn werk beoordeelde, vielen Eddy zwaar. Zittend aan zijn voeten, een arm rustend op zijn bovenbeen, stond Netje hem bij.

Dan zijn er nog twee zalen te gaan, in de tweede zaal zie je van elke kunstenaar de eigen ontwikkeling: Jan Toorop (1858-1928), de flamboyante veelvraat die zo ongeveer elke kunststroming die zich voordeed even omarmde, Charley Toorop, koppig stijlvast en intens, Edgar Fernhout, ten slotte, de meer beheerste van de drie die evolueerde naar zo goed als abstracte natuurimpressies.

De zee (1958) door Edgar Fernhout hangt op de expositie bij De zee door zijn grootvader Jan Toorop. Beeld Museum Bommel van Dam

En artistieke verwantschap, is die er ook? „Wauw!”, riep conservator Marjan van Heteren, toen ze voor het eerst De Zee (1887) van Jan Toorop, dat ze kende, vergeleek met De Zee (1958) van Edgar Fernhout uit Museum van Bommel van Dam in Venlo. In de derde zaal hangen ze nu bij elkaar, net als een aantal andere, elkaar spiegelende schilderijen, zoals drie interieurs tegen de achtergrond van een kruisraam.

Precies zo’n raam had ook de atelierwoning in Bergen, die Jan Toorop in 1921 liet bouwen voor Charley, Eddy woonde er met Netje tot zijn overlijden in 1974. „Ik heb ze aan het kruis genageld”, schreef Charley tevreden over die achtergrond op Drie generaties.