Campagne moet boa’s gezicht en gezag geven

Talk of the Town Handhavers zijn te weinig zichtbaar en veel mensen weten niet welke bevoegdheden ze hebben. „De moderne boa’s zijn geen Wielklem & Co.”

Foto Gemeente Amsterdam

Het begon vorige maand met een tweet van de gemeente Amsterdam: een foto van de handhavers en hun uitrusting uitgestald op straat met als bijschrift een gebalde biceps-emoji. Het was het Amsterdamse antwoord op de wereldwijde hulpdienstrage: de Tetris Challenge. Overgewaaid uit het Zwitserse Zürich stallen hulpdiensten de complete inhoud van hun voertuigen, inclusief hulpverleners, systematisch uit op de grond: kleur bij kleur, object bij object, mens bij mens. De composities die zo ontstaan doen denken aan het computerspel Tetris.

De tweet was een voorbode op de nieuwe publiekscampagne handhaving van de gemeente. Want, zo bleek deze maand uit een raadsbrief aan het stadsbestuur na een nulmeting onder Amsterdammers: de handhaver, ook wel buitengewone opsporingsambtenaar (boa), is „te weinig zichtbaar”. Over het „uitstralen van gezag” zijn de meningen verdeeld: de handhaver is „vriendelijk en servicegericht” maar over hun bevoegdheden is „weinig bekend”.

‘Neppolitie’

„Burgers weten vaak wel dat we ze staande mogen houden, maar zijn zich er niet van bewust dat we ze ook mogen aanhouden”, zegt Mohamed Aznag (50). Aznag werkt al zo’n twee jaar als handhaver in het openbaar vervoer in Amsterdam, daarvoor was hij acht jaar boa in Haarlem.

„Veel mensen roepen dat we geen politie zijn, maar als je in een noodsituatie moet uitleggen dat je bepaalde bevoegdheden wel hebt, is het kwaad al geschied. Een welles-nietesdiscussie helpt niemand verder: veel van die onwetendheid leidt onnodig tot agressie.” Aznag krijgt „bijna dagelijks” met de agressie van zwartrijders en daklozen te maken.

Hij is blij met de gemeenteplannen een campagne te starten die „meer begrip en waardering” voor het werk van boa’s moet kweken, maar bovenal de kennis van hun taken en bevoegdheden bij het publiek moet vergroten. „De moderne boa is geen stadswacht of ‘banenpouler’ meer, we zijn goed getraind en onmisbaar voor de stad”, aldus Aznag. Ook Ruud Kuin, voorzitter van de Nederlandse BOA Bond, vindt het goed dat er een campagne komt: „We moeten echt af van dat hardnekkige Wielklem & Co imago, of het credo van ‘neppolitie’.”

Wapenstok en pepperspray

Wel zet Kuin „vraagtekens” bij de timing van de campagne. „De campagneplannen worden naar buiten gebracht net nu er op landelijk niveau veel staat te gebeuren voor de boa’s: die verandering vraagt straks mogelijk weer om andere voorlichting.” Hij doelt op „de belangrijke doorbraak” dat boa’s verdedigingsmiddelen krijgen: de veel besproken wapenstok en pepperspray. Nog dit jaar wordt er een landelijke regeling voor de „uitrusting en bewapening” van boa’s opgesteld onder leiding van minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid), zo kwam deze week naar buiten. Aanleiding is het lichamelijk geweld waarmee boa’s regelmatig te maken krijgen. Het aantal geweldsmeldingen tegen boa’s groeide recent met meer dan 25 procent in Amsterdam volgens Kuin (580 meldingen in 2018, tegen 460 in 2017).

De afstand in het grijze gebied tussen politie en boa’s wordt „terecht kleiner”, stelt Kuin: „We staan nu in de frontlinie met een lege riem.” In Amsterdam draagt elke boa in het openbaar vervoer al een wapenstok, maar nog geen pepperspray. Handhaver Aznag: „Zonder wapenstok zou ik me niet veilig voelen, maar het is een uiterst middel om een doel te bereiken.” Hij gebruikt de stok „hooguit twee à drie keer per jaar”.

Tegenstanders twijfelen aan de intensiviteit van training en het niveau van de boa’s, die veelal laag opgeleid zouden zijn. Moet je het geweldsmonopolie van de politie en krijgsmacht wel willen verschuiven? Kuin: „De nieuwe generatie boa’s heeft een MBO3-opleiding handhaving en toezicht en krijgt jaarlijks geweldstrainingen.” Daarnaast: „De politie legt zich steeds meer toe op grotere overtredingen, boa’s nemen de rol van politiesurveillant over.”

De campagne, die waarschijnlijk in december van start gaat, zet in op „online storytelling” via sociale media. Ook schoolbezoeken staan op de planning – niet alleen om begrip en erkenning te kweken, maar ook om te laten zien: ook jij kan handhaver worden. Want vacatures zijn er genoeg.