Opinie

Zuiptenten

Mirjam de Winter

Die feestcafés op het Stadhuisplein hebben mij nooit getrokken, maar afgelopen week waren er Rotterdammers die het ineens een „iconisch uitgaansplein” noemden en „Rotterdams erfgoed”. De horeca op het plein zou al tientallen jaren „smoel aan de stad” geven en moet daarom koste wat kost bewaard blijven, vinden ze. De verontwaardiging was dan ook groot toen de gemeenteraad vorige week instemde met maatregelen om de herrie van die nachtkroegen in te perken. Voortaan moeten vanaf 19 uur alle deuren en ramen dicht en de muziek op de terrassen uit, en ondernemers worden verplicht isolerende maatregelen te nemen. „Het einde van een tijdperk”, waarschuwen habitués en oud-bezoekers van het Stadhuisplein, die op social media massaal herinneringen ophalen aan „historische” avondjes doorzakken in 't Fust of de Après Skihut, waar ze kennelijk allemaal ooit op de bar hebben gedanst met een zoveelste flesje Flügel aan hun mond.

De raad nam het besluit met tegenzin, zo bleek tijdens de raadsvergadering, want voelt zich klemgezet door allerlei tegenstrijdige wensen en belangen. Zij pleit namelijk al jaren voor een combinatie van „rust en reuring” in de binnenstad, met winkels, horeca én woningen. Op de Lijnbaan en de Coolsingel kun je na het sluiten van de winkels namelijk „een kanon afschieten”, zo wil het lokale gezegde. Meer woningen zouden het centrum „levendiger en veiliger” maken, is de achterliggende gedachte van de gemeente. Twee jaar geleden werd daarom op het Stadhuisplein, pal tegenover dat rijtje feestcafés, een flat met 210 studentenkamers gebouwd en er liggen plannen voor nog eens 400 tot 500 woningen in de omgeving.

De raad voelt zich klemgezet door allerlei tegenstrijdige wensen en belangen.

De horecaondernemers zagen de bui al hangen en stapten naar de rechter om meer duidelijkheid te krijgen over de gevolgen daarvan voor de nachthoreca. Wat bleek? Voor de bouw van die studentenflat is gek genoeg (of bewust?) geen rekening gehouden met de wettelijke normen voor geluidsoverlast veroorzaakt door omliggende horeca, terwijl dat volgens de rechter wel had gemoeten. En toen er alsnog metingen werden verricht, bleken die geluidsoverschrijdingen natuurlijk ontoelaatbaar. Niet alleen vervelend voor de huidige bewoners (zelfs studenten slapen er slecht van), maar het kan ook verstrekkende gevolgen hebben voor de bouw van nieuwe woningen in de omgeving. Binnenkort moet ook de Raad van State zich uitspreken over deze kwestie en het is dan ook niet voor niks dat de raad alsnog besloot tot maatregelen tegen de horeca-overlast op het Stadhuisplein.

De horecaondernemers zijn woest, vinden het oneerlijk dat zij nu moeten opdraaien voor die zogenaamde ‘blunder’ van de gemeente. Wonen en nachthoreca gaan volgens de ondernemers onmogelijk samen, en dat had de gemeente kunnen weten. Ze voorspellen het einde van een „bruisend nachtleven” op het Stadhuisplein en het verlies van honderden horecabanen.

Een nogal overtrokken reactie, lijkt mij, want zou het uitgaanspubliek werkelijk stoppen met geld uitgeven als er geen muziek meer te horen is op het terras? Binnen kunnen ze toch nog steeds de polonaise lopen en zich lamzuipen op de stampmuziek van de Hermes Houseband? En mocht het alsnog het ‘einde van een tijdperk’ betekenen, laat die feestneuzen dan voortaan lekker in de provincie blijven of naar de Witte de Withstraat gaan, waar het qua sfeer en publiek de laatste jaren toch al steeds meer op het Stadhuisplein is gaan lijken.

Meer woningen zijn tenslotte veel belangrijker voor de leefbaarheid en gezelligheid van de binnenstad dan een paar van die ordinaire zuiptenten op een rij. Zó jaren tachtig bovendien.

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.