Opinie

Zo wordt sekswerker geen eigen baas

De Wet Regulering Sekswerk marginaliseert sekswerkers en kan de kans op mensenhandel vergroten, schrijft
De WRS gaat over het voorkomen en tegengaan van misstanden, belangrijk, maar het voorkomen van misstanden zou niet de basis moeten zijn voor een wet voor een arbeidssector.
De WRS gaat over het voorkomen en tegengaan van misstanden, belangrijk, maar het voorkomen van misstanden zou niet de basis moeten zijn voor een wet voor een arbeidssector. Foto Koen van Weel

Er zijn heel veel verschillende sekswerkers in Nederland: raamwerkers, escorts, thuisontvangers, tippelaars, werkers in privéhuizen, bdsm-meesteressen, strippers, camwerkers en nog veel meer. Sekswerkers zijn buitenlandse en Nederlandse vrouwen, mannen en transpersonen. Onder studenten ‘sekswerkt’ 6 procent en 27 procent heeft het wel eens overwogen. Eén op de vier mannen heeft wel eens betaald voor seks en 5 procent heeft dat afgelopen jaar gedaan.

Vorige week bood het ministerie van Justitie en Veiligheid een nieuwe Wet Regulering Sekswerk (WRS) ter consultatie aan, iedereen mag reageren. Deze wet stelt – in grote lijnen – twee maatregelen voor. De eerste is dat elke sekswerker in Nederland een vergunning moet hebben om te mogen werken en wordt opgenomen in een landelijk register. De gedachte is dat toezichthouders hierdoor sekswerkers beter kunnen vinden en kunnen controleren in een vergunningsgesprek of zij dit werk echt willen doen.

Op het eerste gezicht lijkt dit een goed idee. Maar we kunnen sekswerkers al goed vinden: je kunt langs bij iedereen die in een bordeel werkt en alle overige sekswerkers adverteren om klanten te krijgen. De politie en gemeenten scannen die advertenties en daar worden ze steeds beter in. Verschillende gemeenten en onderdelen van de politie maken bijvoorbeeld gebruik van een webcrawler: een computerprogramma dat zelf methodisch internet doorbladert. Ze hebben daarmee successen kunnen boeken in de aanpak van mensenhandel en onvergund sekswerk.

Als het over sekswerkers gaat, lijkt de kans klein dat een slachtoffer in één gesprek zal zeggen gedwongen of uitgebuit te worden. Politie en justitie zijn soms jaren bezig een zaak op te bouwen, juist omdat slachtoffers zo bang zijn of andere redenen hebben te zwijgen over het misbruik dat zij ondergaan. Een vergunning betekent dus geenszins dat het risico op misstanden verdwijnt.

Tegelijkertijd heeft een vergunningsplicht nadelen die wél zeker zijn. Ik weet uit de praktijk dat veel sekswerkers niet geregistreerd willen staan. Ze zijn bang dat die informatie uitlekt en ze problemen zullen ondervinden wanneer mensen hun beroep achterhalen. Die angst is reëel. Sekswerkers worden nog altijd gestigmatiseerd, het beroep blijft een taboe. Zo hoor ik regelmatig over sekswerkers die hun huis uit gezet zijn vanwege hun beroep, zelfs door woningcorporaties. Wanneer je sekswerker bent, is het ook moeilijker om een huis te kopen, een bankrekening te openen of verzekeringen af te sluiten. Er zijn dus gegarandeerd sekswerkers die als gevolg van de WRS illegaal gaan werken. Dit is zeer zorgelijk: er is bewijs dat misstanden vaker plaatsvinden als sekswerkers illegaal werken.

Daarnaast zullen deze sekswerkers minder of niet de politie contacteren bij misstanden, te meer vanwege de boetes (tot 20.500 euro!) die komen te staan op werken zonder vergunning. Om dezelfde redenen maken gezondheidswerkers zich zorgen dat onder de WRS minder sekswerkers zich zullen laten testen of hulp zullen zoeken. Gemeenten die de afgelopen jaren zelf al een vergunningsplicht probeerden in te voeren, zijn dan ook door de Autoriteit Persoonsgegevens op de vingers getikt.

Uniforme regels

De tweede grote maatregel in de WRS houdt in dat er landelijk uniforme regels voor seksbedrijven komen. Dit is in principe een goed idee. Maar één van die regels is dat bordeelhouders hun vergunning kwijtraken wanneer er bij dat bedrijf een sekswerker werkt die slachtoffer is van mensenhandel. Dit klinkt natuurlijk goed. Ware het niet dat hierdoor het seksbedrijf een belang krijgt om vermoedens van mensenhandel niet (meer) te melden. In plaats daarvan zullen ze een mogelijk slachtoffer wegsturen. Die raakt daarmee uit het zicht van politie en maatschappelijk werkers. Bovendien is mensenhandel vaak verborgen. Vaak speelt het zich af achter de voordeur, waar een slachtoffer door haar partner wordt gedwongen of uitgebuit. Je kunt niet van een seksbedrijf verwachten dat ze dat altijd kunnen signaleren.

Registreer sekswerkers niet maar maak het zo makkelijk mogelijk voor ze om hulp te zoeken

Qua aanpak lijkt de WRS op het huidig sekswerkbeleid bij veel gemeenten. De nadruk ligt op bestrijding van mensenhandel. Deze focus komt door ambtelijke inbedding: de ontwikkeling van sekswerkbeleid gebeurt meestal door afdelingen die gaan over veiligheid, in plaats van, wat je zou verwachten, sociale zaken en werkgelegenheid. Ook de WRS is geschreven op het ministerie van JenV. Tegenstrijdig genoeg marginaliseert een focus op veiligheid sekswerkers meestal en dat maakt ze juist kwetsbaarder voor mensenhandel.

Sekswerksector op niveau

De juiste aanpak is omgekeerd: laat zoveel seksbedrijven toe als de markt vraagt en creëer een zo transparant mogelijke sector. Registreer sekswerkers niet maar maak het zo makkelijk mogelijk voor ze om hulp te zoeken. Werk sámen met seksbedrijven in de aanpak van misstanden. Zorg ervoor dat deze de mogelijkheden hebben om mensenhandel goed te signaleren, door bijvoorbeeld medewerkers te trainen. Bestraf het niet wanneer er mensenhandel of een andere misstand is, maar wanneer bedrijven verzuimen dit te melden. Deze aanpak is al jaren succesvol voor het signaleren van huiselijk geweld en kindermishandeling en er zijn goede redenen om aan te nemen dat dit ook geldt voor mensenhandel.

Lees ook dit commentaar: Misstanden bestrijden, uitbuiters aanpakken, veel meer kan er niet

Tot slot: er is nog veel nodig om sekswerk een goede, geëmancipeerde en veilige sector te maken in Nederland. Zoals eerder gezegd, banken, verzekeraars en betaaldiensten weigeren sekswerkers regelmatig. Daarnaast er is amper geld voor goede projecten en onderzoek in de sekswerksector, is de sekswerker-vakbond (PROUD) enorm onder-gefinancierd, en worden seksbedrijven in een kwart van de gemeenten helemaal verboden (de ‘nuloptie’) terwijl dat juridisch gezien niet mag. De WRS lost deze problemen niet op en gaat de nuloptie zelfs toestaan.

Dit is mijn belangrijkste kritiekpunt op de WRS: deze neemt het verkeerde uitgangspunt. De wet gaat grotendeels over het voorkomen en tegengaan van misstanden. Dit is heel belangrijk. Mensenhandel, bijvoorbeeld, is een verschrikkelijke misdaad. Maar het voorkomen van misstanden zou niet de basis moeten zijn voor een wet voor een arbeidssector. Die basis zou moeten zijn: het neerzetten van een goede, geëmancipeerde en – ja, ook – veilige arbeidssector. Een dergelijke aanpak begint met het zorgen voor een goede rechts- en maatschappelijke positie van de arbeiders. Er is nog zoveel te doen om de sekswerksector op dat niveau te krijgen. En deze wet werkt dat doel tegen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.