Vredesakkoord

Soedan tekent vredesakkoord met rebellen

De Soedanese regering heeft maandag een vredesakkoord gesloten met verschillende rebellengroepen. Dat betekent dat een aantal gebieden die acht jaar lang niet toegankelijk waren voor humanitaire hulp, weer bereikbaar zullen zijn.

Het ondertekenen van de overeenkomst wordt gezien als belangrijke stap op weg naar vrede in het land dat een roerig jaar achter de rug heeft. Afgelopen april werd Omar al-Bashir, die dertig jaar aan de macht was, weggestuurd. Tijdens zijn regeerperiode voerde hij oorlog: eerst tegen de Zuid-Soedanezen (Zuid-Soedan werd in 2011 onafhankelijk), toen tegen de opstandelingen in de westelijke regio Darfur en vervolgens tegen rebellen in de Nubabergen. Het akkoord van maandag is gesloten tussen deze overgangsregering en rebellengroepen die actief zijn in Darfur, het Nuba-gebergte en in de Blauwe Nijl-regio.

Buurland Zuid-Soedan had aangeboden te bemiddelen in het conflict. In dat land woedt sinds 2013 ook een burgeroorlog, waarbij tienduizenden doden zijn gevallen. Vorig jaar september werd hier opnieuw een vredesakkoord getekend, nadat een eerder akkoord niet lang stand had gehouden.

In Soedan werd vorige maand een nieuwe tussentijdse regering beëdigd. Burgers en militairen delen de komende drie jaar de macht in het Oost-Afrikaanse land. Voor de overgangsregering is het belangrijk vrede te sluiten, ook omdat er groot gebrek aan geld is voor de wederopbouw van het land.

De regering verwacht dat internationale financiële steun op gang komt als de gewapende conflicten in het land stoppen. Ook zullen dan pas de sancties tegen het land worden stopgezet.

Het nieuwe overgangskabinet wordt geleid door premier Abdalla Hamdok.