Opinie

Terug naar de erfenis van James Baldwin

Paul Scheffer

Er bestaat een wijdverbreide angst voor een ‘zwarte overname van de planeet’, stelt de Britse journaliste Reni Eddo-Lodge: „De angst van oude witte mannen die bang zijn dat de greep op hun machtsposities afneemt. Als je naar de cijfers kijkt, zie je dat er meer witte mannen in het parlement zitten dan zwarte vrouwen.” (NRC, 11/10)

De bewijsvoering was aan de dunne kant. Ik ken geen mensen die bang zijn voor een ‘zwarte overname van de planeet’. Wel ken ik mensen die zich zorgen maken over de problemen in nogal wat Afrikaanse landen. En er zijn genoeg mensen die vrezen voor de groeiende macht van China. Maar een ‘zwarte overname van de planeet’?

Ik begrijp dat de schrijfster van Waarom ik niet meer met witte mensen over racisme praat haar lezers een geweten wil schoppen. Of het werkt weet ik niet. Het interview deed me terugverlangen naar de stemmen uit de burgerrechtenbeweging van de jaren zestig in Amerika. Zoals velen ben ik opgegroeid met de korrelige beelden van protestmarsen en de bezwerende toespraken van Martin Luther King.

In die jaren zijn geweldige schrijvers opgestaan, zoals James Baldwin. In The Fire Next Time (1963) probeerde hij een brug te slaan: „Willen we werkelijk één natie worden, dan hebben wij zwarten en blanken elkaar ten diepste nodig. Het is afschuwelijk moeilijk gebleken om één natie te vormen, er is zeker geen behoefte om er twee in het leven te roepen, een zwarte en een blanke.”

Maar die volwassenwording van Amerika vroeg volgens hem wel om een sprong in de verbeelding van de blanken: „Wanneer we blijven volharden in het zelfbeeld van een blanke natie, hoewel we dat nauwelijks zijn, veroordelen we onszelf tot steriliteit en verval. Wanneer we onszelf zouden zien zoals we werkelijk zijn, dan zouden we de westerse verworvenheden nieuw leven kunnen inblazen.” Dat zijn mooie en ware zinnen die de omgang met kleurverschillen veranderden.

Ik wil de geschiedenis van Amerika niet vereenzelvigen met die van een land als Nederland, maar we kunnen wel iets leren van zulke schrijvers. Het idee dat de werkelijkheid van het land moest worden gemeten aan het zelfverklaarde ideaal van ‘all men are created equal’ bleek heel vruchtbaar. Daaruit sprak het vertrouwen dat volwaardig burgerschap mogelijk is.

Juist de omarming van zo’n gedeelde norm zet tot zelfonderzoek aan. De geschiedenis van de burgerrechtenbeweging laat dat wel zien. Als het goed is brengt dat een open samenleving dichter bij het ideaal van gelijke behandeling. Zo groeit in de opeenvolging van vermijding, conflict en aanvaarding een ‘wij’ dat telkens nieuwe groepen omvat.

De geschiedenis blijft zich niet herhalen: vooroordelen zijn hardnekkig, maar houden uiteindelijk geen stand. Er valt ook hier veel te verbeteren, bijvoorbeeld waar sprake is van discriminatie op de arbeidsmarkt. Genoeg reden om precies over vooroordelen te spreken, zonder ons te verliezen in algemeenheden over ‘witte privileges’.

Barack Obama was duidelijk: „De meeste blanke Amerikanen uit de arbeidersklasse of uit de middenklasse hebben niet het gevoel dat ze bijzonder zijn bevoordeeld vanwege hun ras. Ze zijn bezorgd over de toekomst en hebben het gevoel dat hun droom ze ontglipt.” De ‘raciale kloof’ wordt volgens hem juist breder door alle blanken als bevoorrecht aan te spreken.

Dat geldt ook voor de omgang met het verleden. Het slavernijverleden verdient meer aandacht, maar niemand hoeft zich verantwoordelijk te voelen voor de daden van verre voorouders. Want hoe lang erven de zonden van vorige generaties eigenlijk over? Wel zou men zich verantwoordelijk mogen voelen voor de herinnering aan die daden.

In Museum van Loon valt deze maanden de tentoonstelling Aan de Surinaamse grachten te zien over de betrokkenheid van de familie Van Loon bij de plantage-economie: „Het verloop van de geschiedenis ligt niet meer in onze handen – hoe we met deze geschiedenis omgaan wél.” Dat is een mooie opdracht.

Het einde van het gesprek met Eddo-Lodge is uitnodigend: „Ik ben uit op een situatie waarin je ras geen invloed heeft tot welke universiteit je wordt toegelaten, welke cijfers je op school krijgt en welke baan je kunt krijgen. Om naar die wereld toe te bewegen, moet ik eerst de problemen aanwijzen.”

Weinigen zullen het idee verwerpen van een samenleving waar kansen niet worden beperkt door kleur. Zo’n visie die is geïnspireerd door de burgerrechtenbeweging kan mensen verenigen. En inderdaad, zolang kleur een rol speelt moeten we het erover hebben. Een gedeelde geschiedenis kan niet tot in lengte van jaren worden ontkend.

Paul Scheffer is hoogleraar Europese studies.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.