Opinie

Nederland kan terugkeer Syriëgangers niet blijven blokkeren

Kalifaat

Commentaar

In Syrië woedt sinds 2011 een conflict dat met de dag grotere geopolitieke dimensies krijgt. De Turkse inval van twee weken geleden in Noord- Syrië, bedoeld om in het gebied een bufferzone zonder Koerden te creëren, en de daarop volgende internationale reacties hebben dat nog eens duidelijk gemaakt. Aan de orde zijn zowel wijzigende invloedssferen van de grootmachten als het falen van de internationale gemeenschap om een van oorsprong regionaal conflict binnen de perken te houden.

In het Nederlandse politieke debat dringt de verstrekkendheid van wat zich in Syrië afspeelt in slechts zeer beperkte mate door. Het is bijvoorbeeld nog altijd gissen naar een Syrië-beleid van het kabinet. Binnen de coalitie is de burgeroorlog die inmiddels tot meer dan een half miljoen doden en ruim zes miljoen vluchtelingen heeft geleid, teruggebracht tot de ‘overzichtelijke’ vraag of naar schatting 85 kinderen van Nederlandse Syriëgangers naar Nederland terug kunnen en mogen worden gehaald. Het is een wel zeer eenzijdige en bijzondere invulling van de stelling dat buitenlands beleid steeds meer binnenlands beleid wordt. Maar de vraag ligt er.

De toon werd reeds in 2015 gezet door VVD-leider Mark Rutte die in een verkiezingsdebat verklaarde dat naar Syrië vertrokken Nederlanders om daar mee te vechten met de strijders van de Islamitische Staat beter op het slagveld konden sneuvelen dan naar Nederland terugkeren. Bedenkelijker is dat hij dit standpunt later in de Tweede Kamer als premier nog eens herhaalde.

Deels heeft Rutte zijn zin gekregen. Naar schatting negentig van de ruim 300 naar Syrië uitgereisde jihadisten zijn daar om het leven gekomen. Rond de zestig Syriëgangers zijn teruggekeerd. Achtergebleven vrouwen en hun kinderen zitten in kampen die in elk geval tot voor kort door Koerden werden bewaakt. Als gevolg van de door de Turkse inval ontstane chaos is hun positie nu onduidelijk.

Als het aan het kabinet en een meerderheid van de Tweede Kamer ligt, komen de vrouwen maar ook hun vaak jonge kinderen niet terug. Want de vrouwen dienen in de regio te worden berecht. Dit betekent dat ook de kinderen niet weg kunnen. Hierbij beroept men zich maar al te graag op internationaalrechtelijke bepalingen die een scheiding tussen ouders en kinderen niet zouden toestaan. Jammer dat het denken hiermee ophoudt.

Natuurlijk hebben de naar Syrië vertrokken jihadisten met hun keuze voor een volstrekt verwerpelijke ideologie het probleem over zichzelf afgeroepen. Maar dat ontslaat Nederland maar ook andere landen in Europa nog niet van hun verantwoordelijkheid voor deze (voormalige) landgenoten.

Het was de Amerikaanse president Donald Trump die de Europese landen al begin dit jaar opriep de 800 IS-strijders die toen nog in Syrië vastzaten terug te halen en in eigen land te berechten. Dat was toen Trump voor het eerst aankondigde dat de Verenigde Staten zich zouden terugtrekken uit Syrië en zijn land niet langer kon instaan voor de bewaking van de gevangenen.

Er is niet op ingegaan. Het aanbod van de VS te helpen bij het repatriëren van Nederlandse Syriëgangers staat nog steeds, getuige de opmerkingen van de Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra in NRC. Helaas. Angst heeft geleid tot verlamming en wegkijken. Inmiddels loopt na het verjagen van de Koerden een deel van de gevangengehouden IS-strijders vrij rond. De prijs van de poging schone handen te houden, is hiermee wel heel hoog.