Opinie

Mario’s monetaire manspreading

Maarten Schinkel

Het zal, voor de verandering, best gezellig worden in Frankfurt. Donderdag houdt de Europese Centrale Bank haar laatste vergadering onder het bewind van de Italiaan Mario Draghi. Niets dan goeds natuurlijk op zo’n laatste bijeenkomst. Zand erover, even goede vrienden. En respect man, heel veel respect.

Acht jaar Draghi zitten erop. Hoewel: er zijn waarnemers die er inmiddels tien jaar van maken. Want de maatregelen die de ECB-topman er in zijn voorlaatste vergadering doorheen heeft gedrukt, kunnen ervoor zorgen dat zijn opvolger, de Française Christine Lagarde, nog minstens twee jaar aan zijn erfenis vastzit.

Dat ligt niet zozeer aan het renteverlaginkje van min 0,4 procent naar min 0,5 procent waartoe werd besloten. Het gaat vooral om de herstart van de opkoopregeling van staatsleningen van eurolanden, ter waarde van 20 miljard euro per maand. Vooral het open einde van deze nieuwe regeling maakt dat er lastig vanaf te komen is. Want je kunt er als opvolger wel kritisch tegenover staan, als op de financiële markten de regeling eenmaal als een gegeven wordt beschouwd, is het lastig terugkrabbelen. Tenzij je een meltdown van de euro-obligatiemarkt op je geweten wil hebben.

Het is een beetje alsof de topman van een enorme multinational er als laatste daad niet alleen een prijsverlaging van álle producten doorheen drukt, maar ook een miljardenprogramma voor de inkoop van eigen aandelen. Wee de opvolger die dat wil terugdraaien, op straffe van een koersimplosie van het bedrijf op de beurs.

Zo is de ECB op de valreep nog harder gaan duwen tegen het draadje van de inflatie. Want helpen doet dit staaltje van monetaire manspreading van Draghi niet. Tenminste: dat antwoordde een schokkende 95 procent van de economen die persbureau Reuters er vorige week over ondervroeg.

En dan hebben we het over het uitblijven van voordelen, en nog niet eens over het optreden van nadelen. Een belangrijk nadeel betreft het evenwicht binnen de eurozone zelf. Bij 20 miljard per maand gaat de ECB dus 240 miljard aan staatsleningen per jaar opkopen. Dat is bijna tweemaal zoveel als het totale jaarlijkse netto-leenbedrag van eurolanden met een begrotingstekort.

Draghi’s opvolgster zit met handen en voeten vast aan zijn laatste daden

Nu mag de centrale bank niet meer dan een derde van de staatsschuld in bezit hebben van een land. Die grens is voor sommige landen al (bijna) bereikt. Denk aan Duitsland en Nederland. Dat betekent dat het maandelijkse aankoopbedrag van 20 miljard straks niet meer aan hen mag worden besteed. En dus moeten dan van andere eurolanden – we noemen geen namen, maar denk aan Italië – relatief méér staatsleningen worden ingekocht.

Is dat niet in strijd met de kapitaalsleutel van de ECB, die fundamentele verdeling van lust en last tussen de deelnemende landen die bij aanvang van de euro is afgesproken? Ja. Er is in het verleden al een beetje mee gesjoemeld, maar de schaal waarop het nu belooft te gaan gebeuren, wordt ongekend. En het wordt geïnstitutionaliseerd. Want iedereen weet dat dit gaat gebeuren, en het gebeurt tóch.

Het is een voordeel dat in 2015, bij de aanvang van het opkoopbeleid, is afgedwongen dat de nationale centrale banken de staatsschuld van hun eigen overheid op hun balans krijgen en dus zelf het grootste risico lopen. Maar voor iedereen die de ECB in acht jaar Draghi heeft zien veranderen van een collegiaal naar een verpolitiekt instituut, is dat een schrale troost.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.