Recensie

Recensie Beeldende kunst

Leonardo, het genie uit Vinci, nu met een prachtig overzicht in Parijs

Tentoonstelling In zijn vijfhonderdste sterfjaar eert het Louvre Leonardo da Vinci met een grote tentoonstelling van schilderijen, tekeningen en wetenschappelijke observaties.

Journalisten bekijken Leonardo’s schilderij La Belle Ferronniere op de voorbezichtiging van de tentoonstelling Leonardo da Vinci in het Louvre
Journalisten bekijken Leonardo’s schilderij La Belle Ferronniere op de voorbezichtiging van de tentoonstelling Leonardo da Vinci in het Louvre Foto AP Photo/Thibault Camus

Toen Leonardo da Vinci in de herfst van 1516 naar Frankrijk vertrok, bevatte zijn bagage ten minste drie schilderijen waar hij al een tijd aan had gewerkt. Kardinaal Louis van Aragon schrijft een jaar later dat hij de kunstenaar bezocht in het Loire-kasteel van Cloux (Amboise). De meester toonde hem drie werken waar hij toen naar eigen zeggen al minstens tien jaar aan bezig was: het vrouwenportret dat later wereldberoemd werd als ‘Mona Lisa’, een kleine uitbeelding van het bovenlichaam van Johannes de Doper, en een fors schilderij met de merkwaardige thematiek van Sint-Anna-te-drieën.

Leonardo, Sint-Anna-te-drieën, 1503-1519. Olieverf op paneel, 168 × 130 cm. Collectie Louvre Foto René-Gabriel Ojéda

Dat laatste schilderij toont de rijpe gestalte van de heilige Anna met, zittend op haar schoot, haar dochter Maria als jonge vrouw, die zich zelf weer ontfermt over haar zoontje Jezus. De naakte knaap, op zijn beurt, pakt met beide handen een lam vast, dat voor de goede verstaander verwijst naar het lot van het goddelijke kind. Zo’n dertig jaar later, immers, zou hij ‘als een lam ter slachtbank gevoerd’ sterven aan het kruis.

Leonardo (1452-1519) was met zijn 64 jaar al aardig op leeftijd toen hij zich vestigde aan het hof van de Franse koning Frans I, die een uitgesproken belangstelling koesterde voor Italiaanse renaissancekunstenaars. Of Leonardo in de drie jaren dat hij er nog werkte voordat hij in 1519 in Amboise zou overlijden, nog veel schilderwerk heeft geproduceerd, is niet waarschijnlijk. Zeker is dat hij de drie schilderijen die hij vanuit Italië meenam, zou nalaten aan zijn koninklijke broodheer. Tegenwoordig bevinden zij zich in de verzameling van het Louvre in Parijs. Dat museum beschikt daarnaast over nog twee topstukken van de meester: een portret van een jonge vrouw dat met een romantische bijnaam bekend staat als ‘de knappe smidsdochter’ (La belle ferronière), en een groot paneel dat, met een voorstelling van Maria met kind, een engel en de jonge Johannes de Doper in een landschap tegen de achtergrond van een grotachtig landschap, de naam Madonna van de rotsen heeft gekregen.

Leonardo da Vinci, La belle ferronière, 1490-1496. Olieverf op paneel, 62 × 44 cm. Collectie Louvre Foto Michel Urtado
Lees ook deze reportage over het kasteel in Amboise waar Leonardo zijn laatste jaren verbleef

Vier van deze vijf ‘Franse’ schilderijen vormen de kern van de grote expositie die het Louvre ter gelegenheid van zijn vijfhonderdste sterfjaar wijdt aan het werk van het veelzijdige genie uit het Toscaanse stadje Vinci. Op de rotsenmadonna na zijn ze speciaal voor de gelegenheid gerestaureerd. Mona Lisa ontbreekt in de expositie, maar ze is vlakbij, op haar vaste plaats in de permanente collectie. Daar blijft ze de jammerlijke gevangene van haar eigen succes, opgesloten achter een dikke glasplaat, met haar vele bewonderaars op een verplichte afstand.

Toegeschreven aan Francesco Melzi, Portret van Leonardo. Rode krijt op papier, 32 x 24 cm. Collectie Veneranda Biblioteca Ambrosiana Foto Gianni Cigolini

Toch is de vertegenwoordiging van Leonardo’s Franse episode in de expositie uiteindelijk evenredig met de korte duur en geringe output ervan. De afsluitende sectie getiteld ‘Het vertrek naar Frankrijk’, toont namelijk weinig meer dan het handschrift van het verslag dat Louis d’Aragon schreef van zijn bezoek aan Leonardo in 1517. Daarnaast is er een tekening die Leonardo maakte van een vloedgolf, en een profielaanzicht in rood krijt van het gezicht van een man met lange haren en baard. Onder het hoofd staat in kapitalen de naam van Leonardo vermeld. Die, zonder twijfel op een later moment aangebrachte, inscriptie wil doen geloven dat het hier een portret van Leonardo betreft. Het wordt toegeschreven aan diens Milanese leerling Francesco Melzi, die het dan zeker niet in Frankrijk heeft gemaakt.

Het recente geharrewar tussen Frankrijk en Italië over de ‘appropriatie’ van de kunstenaar, die triomfen vierde in de Italiaanse steden Florence, Milaan en Rome maar uiteindelijk overleed in Frankrijk, komt dus gekunsteld over. De beroemde tekening van de ‘Vitruviaanse man’, waarvan het de laatste weken onduidelijkheid was of die wel zou worden uitgeleend door de Accademia in Venetië, is uiteindelijk present, al is het waarschijnlijk maar voor een deel van de looptijd van de tentoonstelling.

Goede score

Behalve de schilderijen uit het bezit van het Louvre zelf, worden er nog vijf schilderijen van de hand van Leonardo getoond. Op het geringe totaal van vijftien à twintig schilderwerken die algemeen aan de meester worden toegeschreven, is dat een goede score. Zo is uit de Pinacoteca Ambrosiana in Milaan het kleine portret van een musicus overgekomen. Het benige gezicht van de onbekende man met een stuk bladmuziek in de hand, steekt in driekwart aanzicht af tegen de donkere achtergrond. Tegenover de Parijse Sint-Anna-te-Drieën is de enorme tekening van hetzelfde onderwerp opgehangen die nu in de National Gallery in Londen wordt bewaard. En uit de Hermitage in Sint-Petersburg is een klein paneel overgekomen van Maria met kind. Verrassend genoeg wordt het centrum van de intieme voorstelling ingenomen door de elegante rechterhand van Maria die een bloem vasthoudt waarnaar de handjes van het kind grijpen.

Leonardo da Vinci, Portret van een musicus, 1485-1490. Tempera en olieverf op doek, 40 x 30 cm. Collectie Veneranda Biblioteca Ambrosiana Foto Paolo Manusardi

Samen geven de schilderijen een mooi, maar noodgedwongen beperkt beeld van Leonardo’s veelzijdigheid in het schilderen van portretten en religieuze voorstellingen. Naast de schilderijen zelf zijn her en der in de tentoonstelling levensgrote infrarood-opnamen geplaatst. De bedoeling is kennelijk iets te laten zien van het werkproces van de kunstenaar, zoals de voorbereidende tekeningen onder de verflaag die bij deze techniek zichtbaar worden. Maar omdat er ook foto’s zijn opgenomen van schilderijen die zelf niet in de tentoonstelling hangen, zijn ze blijkbaar ook bedoeld om het beeld van Leonardo’s schilderkunstige productie enigszins te completeren. Hoe dan ook lijken ze, zonder verder commentaar, vooral bedoeld voor kenners op het gebied van materiaaltechnisch onderzoek. De keuze om deze spookachtig verlichte zwart-witopnamen in de expositie op te nemen, is dan ook moeilijk te begrijpen. Dan vormt het rijtje van zeven kleurige portretten van jongelieden door Leonardo’s leerlingen Marco d’Oggiono en Giovanni Boltraffio een betere afspiegeling van diens voorbeeld.

Briljante tekenaar

De tientallen tekeningen en beschreven bladen van de hand van Leonardo en tijdgenoten vergen een ander soort concentratie. In kleine schetsjes of meer uitgewerkte motieven voor schilderijen, zoals figuren, hoofden en handen, betoont Leonardo zich een briljante tekenaar met pen, krijt en zilverstift. In andere bladen is het zijn ongebreidelde nieuwsgierigheid die de hoofdrol speelt. Met de ‘Vitruviaanse man’ laat hij, naar de principes van de antiek-Romeinse architectuurtheoreticus Vitruvius, zien hoe de menselijke figuur met al dan niet uitgestrekte armen, proportioneel past in een vierkant en een cirkel. Het blad toont hoezeer de kunstenaar geïnteresseerd was in de klassieke traditie.

Leonardo, Studie van planten, 1506. Foto Royal Collection Trust, Her Majesty Queen Elizabeth II

Maar anders dan bij veel van zijn tijdgenoten, was het zeker niet alleen de antieke wereld die Leonardo fascineerde. De werkelijkheid om hem heen was een minstens even dankbaar onderwerp voor de uitzonderlijk breed geïnteresseerde wetenschapper die Leonardo ook was. Als autodidact bestudeerde hij allerlei natuurlijke fenomenen, zoals blijkt uit schetsen en aantekeningen, in tekenboekjes en op losse bladen, van de anatomie van mens en dier tot botanische studies, en van de mogelijkheden om een door spierkracht aangedreven helikopterachtige vliegmachine te bouwen, tot bespiegelingen over de hypothetische aanwezigheid van water op de maan. Een eenvoudig krabbeltje van een driehoek en vierkanten waarin de stelling van Pythagoras wordt gedemonstreerd, steekt in zijn eenvoud af tegen gedetailleerde illustraties van ingewikkelder wiskundige vraagstukken.

Leonardo da Vinci. Studie voor een figuur. Rode krijt op papier, 226 x 186 mm. Collectie Museum of Fine Arts Budapest Foto Jozsa Denes

Ook al werpt de tentoonstelling in Parijs niet veel nieuw licht op de veelzijdige kwaliteiten van Leonardo, zij geeft een prachtig beeld van zijn immense productie van tekst en beeld. De jaren die hij doorbracht in Frankrijk komen er bekaaid vanaf. Noodgedwongen, want Leonardo werkte er door aan de schilderijen die hij uit Italië had meegebracht, maar startte geen grote nieuwe projecten meer. Koning Frans zal er niet om hebben gemaald. De legende vertelt dat de geliefde kunstenaar stierf in de armen van de Franse vorst.

Correctie 24-10-2019: In een eerdere versie van dit artikel stond dat op de expositie, behalve de schilderijen uit het bezit van het Louvre zelf, nog zes schilderijen van de hand van Leonardo worden getoond. Zonder de afwezige Salvator Mundi zijn dat er 5.