Politiechef Paul van Musscher

Foto David van Dam

‘Ik walg van politieagenten die zich Marokkanenverdelgers noemen’

Interview | Paul van Musscher Klokkenluiders binnen de politie hebben de afgelopen maanden geklaagd over misstanden in de eenheid Den Haag. Voor het eerst reageert politiebaas Paul van Musscher. „Ik baal er verschrikkelijk van”.

De verzuchting klinkt met regelmaat. Dan zegt Paul van Musscher, de baas van de Haagse politie, uiterlijk onbewogen dat hij zich „niet herkent” in de kritiek op zijn politie-eenheid. Maar aan het eind van het vraaggesprek wordt duidelijk dat de recente aanmerkingen aan zijn adres over het ‘wegkijken’ bij structurele misstanden binnen de eigen organisatie hem niet onberoerd laten. „Ik vind mezelf een buitengewoon fatsoenlijke, eerlijke vent. En ik ben ook maar een mens hè. Ik maak fouten maar ik sta wel voor bepaalde waarden.”

Al sinds de zomer ligt de eenheidschef van de regio Den Haag onder vuur. Klokkenluiders hebben laten weten dat machtsmisbruik, discriminatie en seksisme binnen zijn politiekorps een voornaam probleem zijn. Maatschappelijke organisaties en partijen in de Haagse gemeenteraad drongen de afgelopen dagen zelfs aan op ingrijpen in de eenheidsleiding. Belangrijkste kritiek is dat foute agenten in Den Haag niet of nauwelijks worden aangepakt. De melders van misstanden, daarentegen, worden overgeplaatst of weggepest.

Voor het eerst is Van Musscher bereid vragen over deze kwestie te beantwoorden. Het gebeurt op het moment dat de burgemeesters in zijn regio hem steun in de rug geven door dinsdag te verklaren dat „er geen sprake is van een verziekte cultuur” bij de politie. De man die al 35 jaar in dienst is van de politie en niet vaak interviews geeft, is een en al hoffelijkheid. Hij haalt een doekje en dept persoonlijk het schoteltje van de bezoeker waar door een medewerker koffie op is geknoeid. Tijdens het gesprek wordt hoofdcommissaris Van Musscher geflankeerd door commissaris Mariëtte Kobus, in zijn eenheid belast met de portefeuille Kracht van het Verschil (diversiteitsbeleid) en Willem Hinskens, de voor deze gelegenheid geleende woordvoerder van de nationale korpschef Erik Akerboom. Voor Van Musscher ligt tijdens het gesprek een lang spiekbriefje.

Het publieke debat over wantoestanden bij de Haagse politie werd deze zomer geopend door de teamchef van Leiden, Fatima Aboulouafa. Op haar Instagramaccount klaagde ze over „grensoverschrijdende zaken” binnen de politie en de blue wall of silence, een soort geüninformeerde omerta. Haar handelen zette kwaad bloed onder collega’s en lijkt haar fataal te worden. Deze maand kreeg Aboulouafa van Van Musscher te horen dat voor haar geen plek meer is binnen de eenheid Den Haag. Volgens de korpsleiding en minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) hebben andere leidinggevenden geen vertrouwen in haar. Haar „inhoudelijke kritiek op misstanden” zou niet de reden zijn dat ze weg moet, schreef de bewindsman de Tweede Kamer.

Lees ook het interview met Fatima Aboulouafa: Ik heb een paar mannen pissed off gemaakt

Als ze niet weg moet vanwege haar kritiek, waarom moet Aboulouafa dan wel vertrekken?

„Er ontstonden spanningen tussen haar en andere leidinggevende collega’s. Niet omdat Fatima kritisch was. Het kwam door de manier waarop ze zich uitte op Instagram en in de media. Het is belangrijk dat we samen de boodschap uitdragen van het belang van een divers korps. Maar door haar opstelling is ze uit de verbinding geraakt met haar directe collega’s en was er geen vertrouwen meer. We hebben het ook nog door een extern bureaulaten bekijken. Dat trok dezelfde conclusies. De teamdynamiek was niet goed en de situatie onhoudbaar.”

Omdat ze publiekelijk kritiek had, was er geen teamdynamiek?

„Nee, want er zijn wel meer mensen met kritiek. Het ging echt om de manier waarop ze haar boodschap naar buiten bracht. Als teamchef moet je je houden aan bepaalde spelregels. Je kunt niet zomaar over een lopend onderzoek praten. Of aantijgingen aan collega’s doen, die ongefundeerd zijn. Dat roept spanningen op.”

In een interview met NRC begin deze maand vertelde Aboulouafa gedetailleerd over misstanden die zich zouden voordoen op politiebureau Hoefkade in de Haagse Schilderswijk. Het bureau Veiligheid Integriteit en Klachten (VIK) van de Haagse politie is al het hele jaar bezig met een onderzoek naar incidenten op dit bureau. Vorige maand lekte een brief uit waarin de leiding van Hoefkade aan het eigen personeel schrijft dat er sprake is van „een ongewenste cultuur” en een „opeenstapeling van ongewenste gedragingen”.

Dat klinkt bijzonder ernstig.

„Ik baal er verschrikkelijk van. De teamleiding is na de eerste signalen meteen in actie gekomen. We willen de onderste steen boven. Uiteindelijk spitst het onderzoek zich toe op vier politiemensen. Ik walg van politieagenten die zich Marokkanenverdelgers noemen. Ik neem daar echt fors afstand van.”

De betrokkenen zijn nog steeds in dienst. Kunnen ‘Marokkanenverdelgers’ wel bij de politie werken?

„Als je je racistisch uitlaat of discrimineert, hoor je niet bij de politie. Discriminatie is wel een stuk complexer om te onderzoeken dan bijvoorbeeld diefstal. Wie heeft die term Marokkanenverdelger nu precies gebezigd in de appgroep van een twintigtal agenten waar het begrip voor het eerst opdook? Dat is best ingewikkeld vast te stellen. Ik verwacht voor half november te concluderen of er mensen buiten functie worden gesteld of geschorst.”

Waarom wordt niemand strafrechtelijk vervolgd?

„Er loopt ook een strafrechtelijk onderzoek tegen een agent.”

Aboulouafa vertelde in NRC dat de foute agenten zich de ‘Zuiveren’ noemen en op skivakantie gingen met een dienstauto. Klopt dat?

„Dat maakt onderdeel uit van het onderzoek. Maar zoiets is natuurlijk onacceptabel.”

Aboulouafa zei ook dat een van de agenten op Hoefkade voordat hij iemand aanhoudt pepperspray spuit op zijn kogelwerend vest, zodat hij een verdachte tegen zich aan kan drukken en dan niet hoeft te rapporteren dat hij geweld heeft gebruikt. Gebeurt dat?

„Als je dat doet, maak je misbruik van je geweldsmiddelen. Dat hoort niet bij een professionele politie en wordt niet getolereerd. Ik kan hier verontwaardigd over worden. De Nederlandse bevolking moet haar politie kunnen vertrouwen. Wij beschermen de waarden van de rechtsstaat.”

Volgens jullie eigen cijfers hebben slechts zes van de 120 leidinggevenden in de politieregio Den Haag een migratieachtergrond. Is het dan niet extra wrang dat uitgerekend Aboulouafa, wier meldingen kennelijk klopten, moet opstappen?

„Het vertrek van Fatima betreur ik zeer. We hebben haar zelf vanuit de politie in Limburg naar de Hoefkade gehaald. Ze viel op. We willen graag een meer divers korps zijn en uiteindelijk hebben we haar versneld teamchef Leiden-Midden gemaakt. Dan is het spijtig dat ze niet meer te handhaven was.”

In 2015 vertrok Nicole Bogers gefrustreerd uit de Haagse korpsleiding, deze zomer stapte haar opvolger Monique Mos eveneens ongelukkig op. En nu stuurt u Aboulouafa weg. Uw critici zeggen dat u als politiebaas niet overweg kunt met hoogopgeleide vrouwen.

„Nee. Dat is echt onzin. De zaken hebben niks met elkaar te maken. Mijn managementteam bestaat voor 25 procent uit hoogopgeleide, kritische vrouwen. Dat juich ik zeer toe. Het zou goed zijn als de opvolger van Monique Mos ook weer een hoogopgeleide, kritische vrouw is.”

Helaas doet zich af en toe ongewenst gedrag voor. Den Haag is daarin niet uniek

Paul van Musscher Eenheidschef politie Den Haag

U hebt recentelijk iemand van Marokkaanse komaf, een jurist afkomstig van het politiedienstencentrum, afgewezen die solliciteerde naar een plek in de eenheidsleiding. Volgens collega’s is zij zeer getalenteerd.

„We hebben twee keer een zorgvuldig gesprek met haar gehouden. Het beeld dat daar uit naar voren kwam heb ik besproken met de korpsleiding. Wij hebben in gezamenlijkheid gezegd: het is niet verstandig om haar met haar werkachtergrond toe te voegen aan de eenheidsleiding. Ze komt uit een specialistische hoek en zou op een zwaar operationele plek komen. Het is hier echt aanpoten. Kijk naar zo’n boerendemonstratie. Het is elke keer een hele forse hectiek. We hebben geoordeeld dat ze niet de goede kandidaat was en wilden meedenken over alternatieven om haar operationele ervaring te laten opdoen. Toch zal binnen twee maanden voor het eerst bij ons iemand in de eenheidsleiding worden opgenomen met een migratieachtergrond.”

Het is opvallend dat veel politieagenten heimelijk geluidsopnames maken om die in arbeidsconflicten te kunnen gebruiken. Ook collega’s die door u zijn afgewezen beschikken over stiekeme opnames. Zegt dat iets over de verziekte cultuur binnen de politie?

„Ik ken het gesprek waar het over gaat. Dat heb ik naar eer en geweten gevoerd. Ik vind het heel vervelend, als ik een gesprek inga en ik ben open, dat het dan opgenomen wordt. Ik vind het niet netjes om zo met elkaar om te gaan.”

Agenten maken ook ruzie op LinkedIn door te debatteren over zin en onzin van diversiteitsbeleid. Is dat goed?

„Ik vind het niet handig. Een agent mag zich uiten op sociale media. In het begin was het nog wennen als een wijkagent op Twitter ging. Dat veroorzaakte nogal eens ongemak maar na cursussen weten we daar goed mee om te gaan. Maar het verspreiden van opiniestukken via LinkedIn is niet verstandig voor een politieagent. Dat kan spanningen vergroten.”

Lees ook: Politiecoach Carel Boers slaat alarm over intimidatie en discriminatie in het korps

Volgens de klacht van twintig maatschappelijke organisaties kijkt u te veel weg bij problemen.

„Er wordt hier niets onder het tapijt geveegd. Ik heb het even na gekeken maar in 2018 en 2019 zijn elf mensen ontslagen uit deze eenheid wegens wangedrag. Strafontslag. Er wordt hier niet weggekeken. Alle incidenten worden onafhankelijk onderzocht. Ik laat straks ook onafhankelijk evalueren hoe we de kwestie Hoefkade hebben afgehandeld.”

Zou het niet verstandig zijn bureau Hoefkade te sluiten om een nieuw bureau met nieuwe mensen te kunnen beginnen? Zoals in Amsterdam in 2000 bureau Warmoesstraat werd gesloten na wantoestanden.

„Ik ken de geschiedenis van de Warmoesstraat. Daar was sprake van naggen (norm afwijkend gedrag) en dalven (aannemen steekpenningen). Agenten eigenden zich in beslag genomen goederen toe. Daar was zoveel aan de hand. Dat herken ik echt niet op de Hoefkade waar veel mensen naar eer en geweten werken.”

Toch hoor je meer klachten over politiediscriminatie in Den Haag dan in bijvoorbeeld Amsterdam of Rotterdam.

„Ja en de vraag is of dat terecht is. Wij nemen thema’s als discriminatie en inclusie al jaren serieus. Maar de cultuurverandering gaat stap voor stap. Het blijft een worsteling. Ik heb onze 6.500 dienders niet allemaal aan een touwtje waardoor ze zich allemaal zo gedragen als ik wil. Helaas doet zich af en toe ongewenst gedrag voor. Den Haag is daarin niet uniek.”

Ontstaan de incidenten niet ook doordat agenten te veel jaren achtereen werken in moeilijke wijken? Moet er geen maximale termijn komen voor het werken van agenten in probleembuurten?

„Dat is een goed punt. Ik heb dit ook met mijn ondernemingsraad besproken. Maar ik ken ook wijkagenten die er al tientallen jaren werken en door bewoners op handen worden gedragen. Jonge dienders halen we tegenwoordig wel door een ‘culturele wasstraat’. Ze krijgen lessen over de culturele setting waarin ze komen te werken. Je moet voorkomen dat agenten afgestompt raken. Ik denk dus dat het goed is met termijnen te gaan werken. Het is niet gemakkelijk om in probleemwijken te werken. Je krijgt in korte tijd veel voor je kiezen en dat doet iets met je.”

U bent al ruim zes jaar eenheidschef in Den Haag en was daarvoor twee jaar plaatsvervangend hoofd. Wordt het voor u niet ook tijd voor een andere functie?

„Ik heb tegen de korpsleiding gezegd: ik zit er zes jaar, laten we het gesprek voeren over wat de vervolgstap is. Ik vind dat hartstikke gezond. Die gesprekken zijn volop gaande. Je moet niet – zoals de Engelsen dat zo mooi zeggen – overstay your welcome. Op dit moment moet er nog van alles gebeuren en in gang gezet worden. Maar ik kijk ook heel kritisch naar me zelf.”

Hierna wordt u directeur op de Politieacademie?

(Lacht) „Die functie is vacant. Die is vacant.”

Of u neemt de vluchtroute naar de Antillen?

„Nou, dat weet ik niet. Er zijn veel meer mogelijkheden. Whatever. Ik vind mezelf nog hartstikke vitaal.”