Gif is een moeilijk dossier voor hockeyclubs

Duurzaamheid Hockeyclubs gebruiken middelen om algengroei te voorkomen en te bestrijden. Door gebrek aan kennis kunnen die terechtkomen in het milieu.

In het Wagenerstadion, waar hockeyclub Amsterdam speelt, wordt bijvoorbeeld ’s nachts beregend met waterstofperoxide.
In het Wagenerstadion, waar hockeyclub Amsterdam speelt, wordt bijvoorbeeld ’s nachts beregend met waterstofperoxide. Foto Bastiaan Heus

Algen op hockeyvelden van kunstgras zijn de nachtmerrie van iedere verenigingsmanager. De velden worden glibberig en gevaarlijk, soms worden ze afgekeurd door hockeybond KNHB. Om dat te voorkomen voegen hockeyclubs ’s nachts geautomatiseerd bestrijdingsmiddelen toe aan het water van de beregeningsinstallatie om de groei van algen, al dan niet preventief, tegen te gaan.

Hockeyclubs gebruiken ook middelen die mogelijk schadelijk zijn voor het milieu. Er heerst onduidelijkheid bij de clubs en overheidsinstanties over welke middelen legaal gebruikt mogen worden, en op welke manieren die middelen moeten worden ingezet.

Lees ook: Tot het écht niet meer mag: geen gif, geen golf.

Bio-Guard van het Nederlandse bedrijf AlgenControl is zo’n bestrijdingsmiddel. Het wordt door ongeveer vijftig hockeyclubs gebruikt. Het middel is geregistreerd bij het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb), dat de risico’s van deze middelen beoordeelt. Bio-Guard behoort tot de biociden, middelen die zijn bedoeld om schadelijke of ongewenste organismen te vernietigen, af te weren, onschadelijk te maken of te voorkomen.

Volgens het Ctgb is Bio-Guard schadelijk als het wordt ingeslikt, kan het ernstige brandwonden en oogletsel veroorzaken, kan het bijtend zijn voor metalen en is het zeer giftig voor waterorganismen. Het College wijst er bovendien op dat moet worden voorkomen dat Bio-Guard wordt geloosd in het milieu. Juist dat is een probleem.

Hoewel Bio-Guard is toegestaan, worden de gebruiksvoorschriften door hockeyclubs niet altijd nageleefd. Zo mag het middel uitsluitend handmatig of via een kleine spuit worden toegepast bij windsnelheden onder windkracht 3. Uit een rondgang onder clubs die uitkomen in de twee hoogste competities (hoofd- en promotieklasse) blijkt dat middelen, waaronder Bio-Guard, worden toegevoegd aan het beregeningssysteem. Dat is verboden, om milieuschade te voorkomen.

Gebrek aan kennis

Naast Bio-Guard worden er ook stoffen gebruikt die niet door het Ctgb zijn goedgekeurd ter bestrijding van algen op hockeyvelden. In het Wagenerstadion, waar hockeyclub Amsterdam speelt, wordt bijvoorbeeld ’s nachts waterstofperoxide toegevoegd aan de beregeningsinstallatie.

Waterstofperoxide is ‘wettelijk gezien geen toegelaten middel voor de bestrijding van algen op kunstgras’, zo staat in een verkennende studie van Branchevereniging Sport en Cultuurtechniek (BSNC) en de Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA) van vorig jaar. Uit deze studie bleek ook het gebrek aan kennis over de middelen. Een waterschap of gemeente kan lokaal toestemming geven voor het gebruik van waterstofperoxide op hockeyvelden, omdat er geen ‘langdurige negatieve beïnvloeding van de waterkwaliteit wordt verwacht’. De gevolgen voor het milieu in het geval van het Wagenerstadion – dat ligt in het Amsterdamse Bos – zijn onbekend.

Beoordeling van middelen

Een ander middel, KG Reiniger, pretendeert biologisch afbreekbaar te zijn en kunstgras te reinigen door middel van enzymen. Daardoor hoeft het niet te worden getoetst door de Ctgb, hoewel de werking vrijwel identiek is aan Bio-Guard. Aad van Oosten, directeur van KG Reiniger, wil niet ingaan op vragen over de werking en potentiële schadelijkheid van het middel.

Bij de overheid heerst ook onduidelijkheid. In de beoordeling van middelen, waarin de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) samenwerkt met onder andere het Ctgb, wordt naast concentratie van de werkzame stoffen ook, maar niet uitsluitend gelet op de marketing van het product. Na beoordeling zou de ILT niet de mankracht hebben om de toegestane biociden te blijven controleren. Een woordvoerder zegt dat de toezichthouder op de hoogte is van het overtreden van de wettelijke gebruiksvoorschriften. Sportverenigingen worden daarom sinds de tweede helft van dit jaar gecontroleerd. Volgens de toezichthouder van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zullen in 2019 totaal zo’n veertig inspecties hebben plaatsgevonden.