Opinie

Die kaars is larie en daarom extra sterk

Joyce Roodnat Sommigen vinden de zeven films van de Russische regisseur Andrej Tarkovski saai. Joyce Roodnat vindt ze weergaloos. Ze laat zich graag door Tarkovski’s werk verbluffen.

Joyce Roodnat

Twee maal mislukt het, de derde keer gaat hij door. Van de ene kant naar de andere van een drooggevallen bassin, glibberend over de modder, met een stompje kaars in zijn hand. Het vlammetje moet blijven branden, dus hij houdt er zijn vingers voor, of zijn jas.

Als de kunsten iets doen, dan is het iets onbegrijpelijks wortel laten schieten in je geheugen. Zoals dit kaarsje in de hand van die man die het na negen minuten schuifelen brandend naar de andere kant van dat bassin krijgt. Wat dat betekent? Spanning toen ik de scène voor het eerst zag. Opluchting op een mislukte avond in Eye. Het programma sprak van een eerbetoon aan de cineast Andrej Tarkovski. Maar de beloofde beelden uit het familiearchief zijn overbekende foto’s. De voordracht van de gedichten van zijn vader Arseni Tarkovski is geschrapt. En zijn zoon, die er wel is, komt niet aan het woord. Zijn filmfragmenten redden de avond.

Filmmuseum Eye staat deze maanden in het teken van Tarkovski, met een prachtige expositie (ook voor wie zijn werk niet kent, ga en je bent verslingerd) en een vertoning van zijn oeuvre. Ik zag al verschillende films terug. Maar Nostalghia (1983) nog niet, dus ook het kaarsje niet. Door het brandend over te brengen, moet de man het einde van de wereld afwenden (Tarkovski doet het niet voor minder. Nooit, eigenlijk.) Tarkovski maakte zeven weergaloze speelfilms. Sommigen noemen ze saai. Wie dat vindt, is zelf saai. Mag ik niet zeggen, ik weet het, ieder zijn meug. Mijn meug is meedrijven met Tarkovski’s logica van herinneringen en dromen. Mijn meug is me laten verbluffen door een man met een kaarsje, in een shot van negen minuten.

Lees ook: Een portret van de visuele magiër Andrej Tarkovski in zeven films

Daar is het vlammetje. De man, zijn gesteun, zijn afgedragen overjas. Dit is the unbearable lightness van een kaarsje, denk ik met een buiging naar de roman die Milan Kundera een jaar na de film, in 1984, zou schrijven. Niet om de inhoud maar om die titel was Kundera’s The Unbearable Lightness of Being hét geschenk voor je geliefde – een romantische boodschap: met jou is mijn leven zo onverdraaglijk licht dat het verder geen betekenis heeft. Zo kan het kaarsje ook worden begrepen. Maar voor mij definieert het eerst letterlijk de licht-heid die duisternis oplost. Want los van het redden van de wereld, laat het zien dat valsspelen geen zin heeft. Zou makkelijk kunnen, maar het overzetten van die kaars is in principe larie, dus waarom zou je.

De man sloft verder. Ergens blaft een hond. De man is moe, hij struikelt. Maar hij haalt het, en ik volgde hem en ik ging onderuit. Niet omdat dat moest, kunst is wat niet moet. Ik viel voor de film omdat ik graag mijn hart laat verlichten.