‘Loof de Heer’ in een afgedankte Rotterdamse gymzaal

Kerken In Rotterdam wonen zo’n 100.000 christenen met een niet-Westerse achtergrond. Huisvesting voor hun ongeveer 180 migrantenkerken is een probleem, zeker sinds ze niet meer in wijkcentra mogen samenkomen. „Ach, Jezus predikte in de openlucht.”

Pinkstergemeente Zion International Intercessory Ministry in een bedrijfsverzamelgebouw.
Pinkstergemeente Zion International Intercessory Ministry in een bedrijfsverzamelgebouw. Foto Novi Zijlstra

Ze zijn met zo’n honderdduizend, de christelijke migranten in Rotterdam. Maar ze zijn vrijwel onzichtbaar. Hun kerk is gewoonlijk geen kathedraal met torenspits tot in de hemel, geen barokke basiliek met bulderende klokken of hippe highway church met hoge witte bogen. De christelijke migrant zit in een oude gymzaal, silo of bedrijfsgebouw.

Wie op de N209 naar Bergschenhoek rijdt, zou niet denken dat in de kookstudio naast de rijweg zondags een multi-etnische pinkstergemeente bijeenkomt. Of wie zaterdagnacht danst bij Now&Wow, dat zich enkele uren later in diezelfde Maassilo gelovigen verdringen voor de Hillsong Church.

Toch zijn er op zondag op 180 plaatsen in de stad diensten van migrantenkerken. Christenmigranten vormen eenzesde van de stadsbevolking, en de kerkgangers onder hen zingen in alle uithoeken van de stad ‘Hallelluja, looft de Heer’, als de verborgen christenen van de stad.

„Ik denk dat vijf, hooguit tien migrantengemeenschappen van niet-westerse afkomst een eigen kerkgebouw bezitten in Rotterdam”, schat Harm van Schie. Hij is diaconaal opbouwwerker bij SKIN (Samen Kerk in Nederland) Rotterdam, dat de belangen behartigt van alle 180 internationale christelijke gemeenschappen in de stad. Huisvesting is een nijpend probleem. Christelijke migranten hebben vaak te weinig geld, niet alleen om te kopen, ook om te huren. De huursom bedraagt al gauw duizend à tweeduizend euro per maand, tenzij je kunt bedingen dat je huurt per uur. En dan zijn er nog de cultuurverschillen.

Pinkstergemeente Eagle’s Wings aan de Piekstraat in een oude gymzaal.

Foto Novi Zijlstra

„In Nederland duurt een kerkdienst een uur, en daarna naar huis”, zegt Van Schie (51). „Maar kom eens naar een Afrikaanse dienst. Daar gaat eerst de muziek repeteren, dan stroomt langzaam de kerk vol, gelovigen komen rustig een uur te laat, mensen blijven buiten staan, en na afloop van de dienst is er onderwijs aan de kinderen, een gezamenlijke maaltijd, en zomers barbecue op de stoep. Westerse protestantse kerken, en dan met name de wat klassiekere, staan niet te springen om hun gebouw aan migranten te verhuren. Eten in de kerk, spelende kinderen en bands, dat zijn ze allemaal niet gewend.”

We staan bij een voormalig kinderdagverblijf in Vreewijk, nu domicilie van de Spaanstalige evangelischen. „De buurt was een beetje bang voor geluidsoverlast”, legt Van Schie uit, „maar er is, op last van de gemeente Rotterdam, een geluidstest geweest. Het pand is helemaal geïsoleerd, er valt buiten nu niets meer te horen.”

Het zit er elke zondag vol, weet de SKIN-medewerker. „Dat is in veel migrantenkerken het geval. Ze komen uit een wij-cultuur. De kerk hoort bij het gemeenschapsleven. Ik zeg wel eens: wij hebben de horloges, zij hebben de tijd.”

Jimmy en Safuna Ista zijn de voorgangers van pinkstergemeente Eagle’s Wings.

Foto Novi Zijlstra

We stappen in Van Schie’s oude Volvo op weg naar de volgende migrantenkerk: de Pinkstergemeente Eagle’s Wings Church op het Eiland van Feijenoord. De voorganger is wat vertraagd, zodat we tijd hebben het oude gymzaaltje goed in ons op te nemen. Een discobal aan het plafond, gymbanken tegen de muur, stellages met planten voor de sfeer. „Deze gemeente zat eerst in een buurthuis”, vertelt Van Schie, „maar in buurthuizen mogen geen religieuze bijeenkomsten meer worden gehouden. Door de verhuizing naar dit voormalige industriegebied zijn ze wel wat leden kwijtgeraakt.”

Dan komt de voorganger binnen: Jimmy Ista, samen met zijn vrouw Safuna, eveneens voorganger. Hij is Tanzaniaans, zij Surinaams, beiden bekeerlingen. De kerkgangers zijn een culturele mengelmoes. „Mensen komen en gaan, we zijn een in- en uitloopkerk”, glimlacht Jimmy Ista. Zou hij niet liever in een echt kerkgebouw zitten? „Ja, maar dan moet het wel betaalbaar zijn. Aan de andere kant: Jezus predikte in de openlucht. Het gaat niet om het gebouw, maar om de mensen, de levende stenen.”

Het middelbare echtpaar heeft een drukke taak. Zij: „Veel kerkgangers zitten in de problemen: huisvesting, financiën, noem maar op.” Hij: „Je moet ze meer geven dan het Woord van God. We regelen contacten met de Voedselbank en makelaars.” Voor de huur van de gymzaal betaalt de Eagle’s Wings-kerk twintig euro per uur. „Een flinke hap daarvan bekostigen we uit ons eigen salaris”, vertelt het echtpaar. „En dat doen we ook bij het kinderprogramma van onze kerk.”

„Dat is schering en inslag, hoor, voorgangers die meebetalen”, zegt Harm van Schie, op weg naar de auto. „Of die je koelkast vergoeden. Of je vliegreis omdat je nog één keer je stervende vader in Suriname wilt zien. Bij Nederlandse kerken heb je vaste donaties en voor alles een potje, bij migranten is het wat minder georganiseerd. Vaak hebben voorgangers een baan ernaast, Jimmy en Safuna ook.”

Tijdens onze reportage wordt de diaconaal opbouwwerker twee keer gebeld voor huisvestingsproblemen. „De Schotten hebben ruimte over, een andere migrantenkerk zoekt juist ruimte. Misschien kunnen ze elkaar helpen.” Van Schie schat dat hij het afgelopen jaar twintig keer een kerkgebouw heeft gezocht, waarvan in de helft van de gevallen met succes. „Er komt wat meer beweging in. Soms uit bittere noodzaak. Veel westerse kerken lopen leeg, maar de kosten blijven gelijk. Dan wordt de bereidheid om te gaan verhuren groter. Ik denk dat op het moment de helft van de Rotterdamse migrantengemeenschappen een kerkruimte huurt.”

Sally Williams uit Kameroen en Sandra Persijn uit Jamaica, nu in Schiebroek.

Foto Novi Zijlstra

Andere oplossingen voor het huisvestingsprobleem hoopt Van Schie te vinden in het benaderen van scholen, het oprichten van een kerkverzamelgebouw en het aandringen op bestemmingsplanwijzigingen bij de gemeente.

We arriveren bij onze laatste migrantenkerk deze middag: een pinkstergemeente op een industrieterrein in Schiebroek. Kookstudio 25, staat met grote letters op de gevel. Eenmaal binnen ziet de bezoeker feestkostuums en een bruidsjurk in wat een bedrijfsverzamelgebouw blijkt te zijn, met ook een fietsenzaak en de genoemde kookstudio 25. De kerkzaal op de eerste verdieping is groot, en vol met rood beklede stoelen. Voorin oefent een jongen op een keyboard, en achter vertellen de jonge medewerksters Sally Williams uit Kameroen en Sandra Persijn uit Jamaica dat de kerk groeit. „We begonnen met twintig bezoekers en zitten nu soms al op vijftig.”

De zondagse diensten duren drie uur. Er is een koor en er wordt gebeden. „Luid”, zegt Sally, „wij bidden luid. Niet zoals Nederlanders in stilte. Eén bedrijf heeft al geklaagd.” Dit is onze tweede plek in twee jaar, vult Sandra aan. Sally: „Op de eerste plek mochten we geen gebruik maken van de keuken, terwijl we onze diensten juist altijd afsluiten met een maaltijd.” Nog op zoek naar een echte kerk? Sally: „We hebben er erg ons best voor gedaan, maar het is niet gelukt.”

Terug in de auto vertelt Harm van Schie: „Een goede huisvesting helpt bij de betekenisgeving van migrantenkerken. Ze willen zich graag inzetten voor de wijk. Meehelpen bij de Voedselbank bijvoorbeeld of bij het oplossen van problemen in de buurt. Zelf ben ik een poosje ziek geweest, en in die tijd hing er elke avond een zakje eten aan mijn voordeur. Anoniem gegeven, maar ik weet zeker dat het van een migrantenkerk kwam.”