Recensie

Recensie Muziek

Dawson bezingt mentale rijkdom van normale Brit

Een matig voetballertje dat z’n vader teleurstelt. Een zenuwachtige jogger. Het zijn heel gewone Britten waar Richard Dawson als een moderne bard bij in de huid kruipt op zijn zesde album 2020. Ook als ze een beetje van het pad af lijken. Neem de ambtenaar in ‘Civil Servant’, die de hele dag uitkeringen van arme drommels moet intrekken, terwijl hij een irritante collega de hersens wel zou willen inslaan. Het hoogtepunt van zijn razernij komt bij Dawson met een lieflijk falsetto. In ‘The Queen’s Head’ is er onverwachte hulp door praktisch onbekende buren, terwijl buiten iemand luidkeels immigranten van alles de schuld geeft.

Dawson’s vileine commentaar op de Britse maatschappij is duidelijk. Tegelijk bezingt hij fantastisch de rekbare mentale rijkdom van doodnormale mensen. Zijn muziek beweegt mee: een excentrieke mix van folk, blues en popmelodieën die zich snel in je hoofd nestelt.