Brieven

Brieven

Foto Pablo Vera/ AFP

Het meest stabiele land van Latijns-Amerika is afgelopen weekend geheel onverwachts door het ijs gezakt. De hevige rellen hebben alleen al in de metro van hoofdstad Santiago voor honderden miljoenen schade veroorzaakt. Het gaat niet meer over ov-kaartjes, zoals NRC terecht schreef (22/10). Niemand zag het aankomen, ik ook, niet tijdens mijn laatste bezoek begin vorig jaar. Voor het eerst sinds het vertrek van president Augusto Pinochet verscheen het leger op straat, lang vervlogen tijden herleven. Het lijkt erop dat de zelfbenoemde Zuid-Amerikaanse kampioen politieke en economische stabiliteit op drijfzand stond. En Chili staat niet op zichzelf. Afgelopen week moest de regering van Ecuador een verhoging van de benzineprijs intrekken na hevige onlusten. In het tegen corruptie strijdende Peru (alle nog levende ex-presidenten zijn inmiddels verdacht) sloot interim-president Martín Vizcarra onlangs het Congres. Argentinië doet het nog slechter: het staat aan de vooravond van een financiële implosie. Over Venezuela hebben we het maar niet.

Decennia van hervormingen en neoliberaal beleid hebben, geholpen door de groei van de wereldhandel, de extreme armoede in Latijns-Amerika teruggedrongen en in veel landen de rechtsstaat versterkt. Maar de structurele onevenwichtigheden zijn gebleven. De afhankelijkheid van de export van grondstoffen (gas, mineralen en olie) en landbouwproducten (soja, koffie en vlees) is gebleven en de welhaast koloniale verschillen tussen rijk en arm zijn onverminderd groot. De grote winstmaker is inmiddels cocaïne, met een geweldsexplosie in vele landen tot gevolg.

Latijns-Amerika blijft het continent van de niet-ingeloste beloftes.