‘Bah, jullie maken mensen kapot’

Beeldvorming Parkeerwachters en deurwaarders hebben bij velen een negatief imago. Niet zelden is dat beeld eenzijdig, maar vertel je kennissen dan nog maar eens dat je zo’n ontzettend leuk beroep hebt.

Illustratie Studio NRC

Drie angstig kijkende mensen – twee mannen en een gesluierde vrouw – komen uit een woonhuis en worden in een zwart busje geduwd door twee mensen in een uniform dat lijkt op dat van de Mobiele Eenheid. De vrouw heeft een koffertje bij zich, de mannen dragen ieder een plastic tas. Op de kogelvrije vesten staat: IND.

„Wat doet de IND precies, meneer?”, vraagt een presentator. „We doen eigenlijk heel veel, maar vandaag zetten we mensen het land uit!”, antwoordt een van de mannen opgewekt. Zijn collega zet nog een kind in het busje.

Het is een komisch bedoelde scène uit het televisieprogramma Klikbeet, die veelzeggend is voor het beeld dat van de Immigratie- en Naturalisatiedienst bestaat. Dat de medewerkers van de IND niemand het land uitzetten (dat doet de Dienst Terugkeer en Vertrek) en geen zwarte busjes of kogelvrije vesten hebben, mag voorlichter Ruth Kanis (45) elke keer weer uitleggen. Dat doet ze bij de politie, belangenverenigingen, op scholen – en eigenlijk aan iedereen die wil weten wat de IND dan wél doet.

Hoeder van leefbaarheid

IND-ambtenaar past in het rijtje deurwaarder, belastinginspecteur en parkeerwachter – beroepsgroepen die bij veel mensen overwegend negatieve associaties oproepen. Een parkeerwachter wordt zelden onthaald als hoeder van de leefbaarheid in de grote stad, een deurwaarder wordt meestal niet beschouwd als strijder voor financiële rechtvaardigheid. En vertel kennissen dan nog maar eens dat je zo’n ontzettend leuk vak uitoefent.

Wat de beroepen ook gemeen hebben, volgens hun beoefenaars, is dat er vaak misverstanden bestaan over de inhoud van het werk. Kanis: „Het merendeel van de mensen die bij ons een verblijfsvergunning aanvragen, is internationale student, werknemer of heeft een relatie met een Nederlander. En de meeste van die aanvragen worden ingewilligd. Slechts 20 procent van ons werk gaat over asielaanvragen.” Maar die 20 procent bepaalt wél voor een groot deel de beeldvorming over het werk.

„De ene groep is boos omdat wij niet streng genoeg zouden zijn, de andere groep is van mening dat er helemaal geen landsgrenzen zouden moeten bestaan”, zegt Kanis. Dan vertelt ze telkens weer: „Wij maken de regels niet. Wij behandelen alleen de aanvragen.” En zelfs wanneer die regels tegen haar eigen principes ingaan, haalt ze voldoening uit de manier waaróp ze de regels uitvoert, zegt Kanis.

Voordat Ali van der Putten (36) uit Heerhugowaard in het incassowerk stapte, had hij er zélf ook een vertekend beeld van, vertelt hij. „Dat ze geld uit je zakken kloppen en je huis laten leeghalen”, bijvoorbeeld. In werkelijkheid bleek dat genuanceerder te liggen, merkte Van der Putten toen hij via zijn mbo-opleiding juridisch medewerker met de branche bekend raakte. „Incassobureaus hebben bijvoorbeeld óók kleine zelfstandigen als klant. Die hebben ergens een hele maand staan schilderen en krijgen vervolgens niet uitbetaald. Dan heeft die zzp’er echt een probleem.”

Toch besloot Van der Putten begin dit jaar, uit onvrede over het ongunstige imago van zijn beroepsgroep, zijn eigen incassobureau op te zetten: Fair Collect. De klassieke manier van incasseren is inderdaad „te hard” en niet efficiënt, zegt hij. „Je kunt mensen wel drie keer een brief sturen, terwijl je weet dat ze hun post niet openmaken, en ze vervolgens een dagvaarding sturen. Maar daar zijn dan meteen heel hoge kosten aan verbonden. Dat wilde ik dus anders doen.”

Van der Putten benadert zijn klanten nu via sms of WhatsApp („dat lezen ze wel”), gebruikt minder ambtelijke taal en stelt zich als bemiddelaar tussen schuldeiser en schuldenaar op. Betalen kan ook via een Tikkie.

Maar al zijn goede bedoelingen ten spijt, op een feestje vermijdt Van der Putten het gespreksonderwerp ‘wat doe jij in het dagelijks leven’ liever. Daar is de beeldvorming echt te negatief voor. Van der Putten: „De reacties zijn iedere keer hetzelfde: ‘oh bah, jullie maken mensen kapot.’”

Doodsbedreigingen

Het kan bijzonder vermoeiend zijn wanneer jouw dagelijks werk onbegrip of zelfs agressie oproept, merkt ook Maurits Helder (39). Het negatieve imago van zijn beroep heerst misschien iets minder bij „het grote publiek”, maar des te meer bij zijn doelgroep, vertelt hij.

Helder is beschermingsbewindvoerder in het noorden van het land en beheert de financiën van zijn cliënten. Zij zijn fysiek of verstandelijk niet in staat hun geld te beheren of hebben schulden. Zijn cliënten krijgen daarom wekelijks een (klein) bedrag om van te leven. „Dan komt er dus wel eens iemand verhaal halen”, zegt Helder. En dát kan ontaarden in scheldpartijen en doodsbedreigingen.

Laatst kreeg hij bijvoorbeeld nog te horen dat hij „een mes tussen zijn ribben” zou krijgen en dat „al zijn tanden uit zijn mond” zouden worden geslagen. Dat is nooit fijn, zegt Helder met gevoel voor understatement, maar hij snapt zijn cliënten vaak ook wel. „Het komt voort uit onmacht. Mensen willen iets doen of kopen, maar een ander beheert hun portemonnee. Dat zouden we allemaal vervelend vinden.” Helder bepaalt per geval of hij aangifte doet of niet.

Of hij plezier heeft in zijn werk? Daar hoeft de bewindvoerder niet lang over na te denken. „Als iemand uiteindelijk schuldenvrij is, dan is dat echt een feestje waard. Soms lukt dat niet, maar dan is het al winst dat iemand zijn huis niet wordt uitgezet.”

Ook bij Kanis van de IND overheerst uiteindelijk vooral voldoening in het werk. „Er wordt gedacht dat wij er plezier in hebben om aanvragen af te wijzen”, vertelt ze. „Maar we kunnen juist een positief verschil maken door naar mensen te luisteren en ze de juiste informatie te geven.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.