‘Als je iets zelf hebt gemaakt, dan koester je dat’

Zelfmaakmode Veronique Branquinho, ontwerper van designermode, heeft een collectie gemaakt voor de keten Veritas. Het bijzondere: je moet de kleding zelf in elkaar zetten.

Een van de voorbeelden uit de collectie Veronique Branquinho for Veritas.
Een van de voorbeelden uit de collectie Veronique Branquinho for Veritas. Foto Isabel Miquel Arques

Van het zaaltje in het Antwerpse hotel is voor de gelegenheid een showroom gemaakt. Aan de ene kant is er een opstelling met tassen en maillots, aan de andere kant hangt op rekken de kledingcollectie, er staan aangeklede etalagepoppen en borden met campagnefoto’s: ‘echte’ moeders en dochters, gekleed in romantische, hooggesloten jurken en blouses, een gehaakte poncho, ajour kniekousen, een gebreid vest.

De Belgische ontwerper Veronique Branquinho heeft een collectie gemaakt voor Veritas, een keten van 126 winkels in België en Luxemburg die vrouwenkleding, panty’s, accessoires en fournituren verkoopt.

Zo’n eenmalige samenwerking tussen een betaalbare keten of merk en een ontwerper van designermode – Branquinho had tot twee jaar geleden haar eigen merk en was een paar jaar creatief directeur van het chique Belgische tassenmerk Delvaux – is natuurlijk allang niks nieuws meer. Evenmin is het nieuw dat een ontwerper er bij zo’n project voor kiest variaties te maken op herkenbare stukken. Wél nieuw is dat de collectie die Branquinho samenstelde voor Veritas niet kant-en-klaar te koop is. Wie de elegante pantalon – een sportieve versie van de smokingbroek – de zijden jurk met plooirok, de hoodie met ruches of de ajourtrui met pofmouwen begeert, zal aan de slag moeten, of iemand anders zo gek krijgen dat te doen. ‘Veronique Branquinho for Veritas’ is bijna helemaal een zelfmaakcollectie: alleen voor de tassen, maillots en kniekousen hoef je niets meer te doen.

Veronique Branquinho

„Ik vond het wel leuk, een keer een andere insteek”, zegt Branquinho (46), een mooie verschijning in een vintage jasje van Martin Margiela en een broek van eigen hand. „En het is het juiste moment om zoiets te doen. Ik was de mode-industrie beu omdat het nu allemaal zo snel gaat, en kleding een wegwerpproduct is geworden. Het gaat veel meer om merken dan om kwaliteit; ik vind het heel moeilijk om een warenhuis binnen te gaan en aan de stof te voelen. Ik mis het respect voor kleding.” Met haar zelfmaakcollectie gaat ze, zegt ze, „terug naar wat voor mij de essentie is: liefde en tijd in kleding steken.”

Toegegeven: het was niet haar idee om twee jaar geleden te stoppen met haar eigen, naar haarzelf genoemde modelabel. Ze had een contract voor vijf jaar met het Japans-Italiaanse Onward Luxury Group, ook eigenaar van onder meer Jil Sander en Joseph. Toen dat afliep, verlengde het bedrijf het contract niet. Er werd niet genoeg met haar mode verdiend, erkent Branquinho, die haar collecties showde tijdens de Parijse modeweek. „Ik zag het wel aankomen. Eerlijk gezegd was ik wel opgelucht, er waren te veel strubbelingen. In het begin leek het een fantastisch huwelijk, en het was heel fijn om met Italiaanse vakmensen te kunnen werken. Na een paar jaar begon ik te merken dat we niet zo goed bij elkaar pasten. Het was niet mijn keuze om tussencollecties te maken, en ook niet om zoveel goedkopere en gemakkelijkere stukken te maken. Daardoor ontstond er in de showroom een heel ander beeld dan wat ik in de shows neerzette. Ik was daarvoor gewend alles tot in detail zelf te kunnen bepalen.”

Beste nieuwkomer in 1997

Voordat ze met Onward in zee ging, had Branquinho twaalf jaar helemaal zelf haar merk bestierd.

In 1997 werd ze met haar allereerste collectie in een keer een bekende naam in de mode. Haar kuise witte blouses en lange rokken vormden zo’n welkome breuk met de harde, seksueel geladen stijl die destijds de mode domineerde dat ze met haar allereerste collectie in New York werd gekroond tot beste nieuwkomer in de mode. In 2003 kwam ze met mannenmode en opende ze een winkel in Antwerpen, in 2008 had ze een overzichtstentoonstelling in het MoMu in Antwerpen.

Tijdens de financiële crisis van 2008 stortte de Japanse markt in, haar Russische klanten betaalden hun rekeningen niet. In 2009 zag ze zich genoodzaakt haar merk op te doeken. Werkloos raakte Branquinho niet: ze ontwierp schoenen voor Camper en tassen voor een Spaanse fabrikant, was nog verbonden aan Delvaux, en ook haar eigen schoenenlijn, die vanaf het begin werd geproduceerd door Onward, liep gewoon door. Het was ook Onward dat aandrong op een doorstart, maar dan alleen met vrouwenmode.

Foto’s Isabel Miquel Arques
Enkele voorbeelden uit de collectie Veronique Branquinho for Veritas.
Foto’s Isabel Miquel Arques

Sinds het einde van haar merk is Branquinho zich bewust geworden van de impact die de mode-industrie heeft op het milieu, zegt ze. „Als je middenin het maken van collecties zit, en zo druk bent met deadlines halen dat je constant achter je eigen schaduw aanrent, is er eigenlijk geen tijd om je erin te verdiepen. Het gaat ook altijd over de prijs; een euro verschil per meter stof scheelt 7,50 euro per meter stof die is gebruikt in de verkoopprijs, en uiteindelijk wil de consument altijd het goedkoopste. Dan wordt het moeilijk om voor kostbaarder duurzame materialen te kiezen.” Een workshop ‘Closing the loop’ die ze samen met het Vlaamse mode-instituut Flanders DC organiseerde voor modestudenten van de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen, waar ze zelf werd opgeleid, opende haar ogen. „Als we zo doorgaan met produceren, zijn straks alle grondstoffen op. En als je ziet wat voor schade er al is veroorzaakt door mode. Het enige wat we kunnen doen, is minder consumeren.” 

De jurk vereist wel ervaring

De patronen die ze ontwikkelde voor Veritas kunnen apart worden aangeschaft, of als complete pakketten, met wol dan wel met fournituren en stof – zijde, bijvoorbeeld, en gedessineerde katoen van het Britse Liberty of viscose. Mooie materialen – Libertykatoen is praktisch onverslijtbaar – maar niet duurzaam geproduceerd. „Maar je maakt in elk geval geen wegwerpstuk”, zegt Branquinho. „ Als je iets zelf hebt gemaakt, dan ben je daar trots op, dan koester je dat. Al ben ik wel nieuwsgierig naar hoeveel mensen het echt gaan maken.”

Heel makkelijk is het namelijk niet, om je eigen Branquinho te maken. De patronen zijn weliswaar al vereenvoudigde versies van de originelen, maar op een enkel simpel stuk na, zoals een uitlopende rok tot de knie en een gebreid vest van dikke wol, zijn ze behoorlijk gecompliceerd: in de broek zitten lastige paspelzakken, en met name de jurk vereist ervaring, zeker als hij van zijde wordt gemaakt, een lastig materiaal voor de thuisnaaier. Een van de truien is gemaakt van een zeer fijne, gecompliceerde ajoursteek. Veritas zal daarom een aantal tutorials op het eigen Youtube-kanaal zetten.

Wat doet een ontwerper zonder modehuis, op een incidenteel project als dit na? Branquinho begeleidt een aantal startende ontwerpers, en ze doet een cursus Portugees – haar vader was Portugees, maar sprak thuis altijd Frans met haar.

Terug naar wat ze de „allesverterende ratrace” noemt, wil ze niet meer. „Ik heb niet gesolliciteerd op een baan bij een Parijs modehuis. Ik ben dankbaar voor alle dingen die ik heb gedaan, voor alles wat ik heb meegemaakt, maar ik ben blij dat ik het niet meer hoef te doen.”

Lees ook: Fast fashion maakt de wereld kapot

Het plan is op korte termijn te verhuizen naar Portugal - haar jarenzeventigbungalow met het aangebouwde atelier waar ze tussen 2012 en 2017 haar collecties ontwierp staat te koop. „Ik voel mij daar goed en thuis. Het klimaat, het ritme van het leven, het past bij me.” 

Wat ze er precies gaat doen, ze heeft nog geen idee. „Maar ik heb geen personeel, geen kinderen. Niets houdt mij tegen om een nieuw avontuur aan te gaan.”

Patronen (in de maten 34 tot en met 48), stof, breigarens en fournituren zijn te koop via veritas.be. Complete pakketten vanaf 33,99 euro.