Opinie

Zorg dat niet-hoogopgeleiden ook excelleren

Onderwijs Er is een grote behoefte aan goed opgeleide vakmensen, maar hun opleidingen worden niet bekostigd. We schieten onszelf in de voet, schrijft .
Een mbo’er die na zijn opleiding zijn vaardigheden wil ontwikkelen, komt op een dood spoor.
Een mbo’er die na zijn opleiding zijn vaardigheden wil ontwikkelen, komt op een dood spoor. Grafvision

De arbeidsmarkt is in beweging en er is geen sector zonder tekort aan medewerkers. Er zijn tekorten in de zorg, de techniek, het onderwijs. De vraag naar gekwalificeerde mensen is groot. Ook in het ambacht. Onlangs constateerde het CBS dat steeds meer mbo’ers kiezen voor werk in plaats van een vervolgopleiding in het hbo. Ze komen snel aan een baan en inkomen, en geven daar de voorkeur aan boven langer doorleren. Een goede ontwikkeling wat mij betreft, want een vak leer je het beste in de praktijk. Maar dan moet je daar wel de kans voor krijgen.

De afgelopen jaren is het beleid erop gericht geweest om zoveel mogelijk leerlingen zo ‘hoog’ mogelijk op te leiden. Om dat te bereiken, financiert de overheid alleen studies van het hbo en wo waarmee studenten meer theoretische kennis vergaren.

Of leerlingen uit het mbo die zo’n ‘hogere’ opleiding hebben gevolgd beter zijn geworden in hun vak, wordt niet gemeten. Een mbo’er die na zijn opleiding zijn vaardigheden wil ontwikkelen, komt op een dood spoor. Voor hem is er geen door de overheid gefinancierde vervolgopleiding. En ondertussen kunnen we geen vakman meer vinden.

Onbekwaam school verlaten

Het is niet verbazingwekkend dat veel mbo’ers in tijden van hoogconjunctuur rechtstreeks de arbeidsmarkt op gaan. Door de grote tekorten zijn veel werkgevers bereid in hun verdere opleiding te investeren. Een mbo’er wordt in Nederland breed opgeleid. Maar daarmee is hij nog niet vakbekwaam als hij de school verlaat. De vaardigheden om als vakbekwame beroepsuitoefenaar een inkomen te verdienen, moet hij in de praktijk opdoen. Je bent dus afhankelijk van een werkgever die bereid is in jouw opleiding te investeren en jou binnen zijn bedrijf verder te laten ontwikkelen.

Maar wat als in branches vooral zelfstandigen werkzaam zijn, zoals in het ambacht (bijna 90 procent)? Zij hebben geen personeel in dienst en kunnen de opleidingen van hun toekomstige collega’s en concurrenten niet betalen. Daarmee staat de continuïteit van deze branches op het spel.

Lees ook: Het politiek ontwaken van de scholier

Enkele jaren geleden zijn wij gestart met de Ambachtsacademie, een ‘nieuwe’ opleidingsstructuur die rekening houdt met de specifieke kenmerken van het kleinschalig ambacht. De structuur is gebaseerd op het eeuwenoude principe van meester-gezel. Door langere tijd onder auspiciën van een leermeester in een bedrijf een lesprogramma te volgen, specialiseren mensen zich in een vak. Zo worden ze een volwaardig vakman of vakvrouw via een leerroute die bij hen en het ambacht past: werkenderwijs in de bedrijven.

Lees ook: Hbo-promovendi, zitten werkgevers daar op te wachten?

Nederland heeft een grote behoefte aan goed opgeleide vakmensen. Dan mag van de overheid gevraagd worden ook voor deze mensen goede vervolgopleidingen te faciliteren en te bekostigen. Wij pleiten daarom voor een onderwijsstructuur waarbinnen meer leerroutes dan het hbo en wo mogelijk zijn om je te kunnen ontwikkelen. De focus mag en kan niet langer eenzijdig gericht zijn op de ontwikkeling van cognitieve vaardigheden. Daarmee wordt het maatschappelijk belang geschaad, maar bovendien doet het geen recht aan al die mensen die via een andere weg net zo goed kunnen excelleren als de ‘hoogopgeleiden’. Vakbekwaam word je in de praktijk, als je de kans krijgt.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.