Een jongen als kinderoppas: kijk maar hoe hoog je kan klimmen

Oppas Het was lang het domein van meisjes, maar tegenwoordig worden jongens ook steeds vaker gevraagd om op kinderen te passen. „Naar buiten, hutten bouwen, niet bang zijn voor modder.”

Illustratie Jet Peters

In de keuken kijken twee jongens (9 en 11) samen met hun oppas Abel Bronkhorst (24) trots in de pan: vegaballetjes, courgette, ui, paprika, prei en kruiden. De groenten komen uit de schooltuin van de jongste. Bronkhorst: „Hij stond op het schoolplein met enorme courgettes, paprika en prei en wilde daar iets mee maken.”

Elke maandag en dinsdag haalt Bronkhorst de jongens uit school in Amsterdam, brengt de jongste naar tennis, laat de hond uit, doet boodschappen en maakt huiswerk met de oudste. Buiten voetballen ze, binnen gamen en schaken ze. „Totdat hun ouders er om zeven uur weer zijn. Ik heb dan gekookt, met de kinderen gegeten en gespeeld. En ik zorg dat de ouders in een opgeruimd huis komen.”

Oppassen is niet meer alleen het domein van meisjes en vrouwen. Onlineplatform Sitly (voorheen OuderMatch) ziet een lichte toename van het aantal jongens dat zich aanbiedt. Oprichter Jules van Bruggen zegt: „Mannelijke oppassers zijn wel nog de grote minderheid. Van de 260.000 oppassers die bij ons staan ingeschreven, zijn 9.800 jongens.” Er zijn verschillende Nederlandse sites waar ouders en oppassers elkaar kunnen vinden, Sitly is de grootste.

Charly Cares is ook zo’n platform. Oprichter Charly van der Straten kan niets zeggen over toename of afname van jongensoppassers, alleen dat het totale aantal oppassen de afgelopen twee jaar enorm is gestegen. „Er is veel meer vraag naar oppas aan huis, voor de hele dag of de uren na school.”

Dorine van Lith, oprichter van oppasbureau Amsternannies, zegt dat ouders vaker naar een jongen vragen dan een jaar geleden. „Wij hebben veel meer nanny’s dan manny’s in ons bestand, maar de jongens die we hebben zijn altijd populair, bij de ouders en de kinderen.”

Welke jongens melden zich als oppas? Van Lith: „Velen studeren pedagogiek, doen de opleiding tot gymleraar of de pabo [leraar basisonderwijs]. Jongens die voetbal- of hockeytraining geven aan jeugd doen dit ook als bijbaan.” Charly van der Straten: „De jongens bij ons zijn meestal tussen de 17 en 21 jaar oud. Ze doen vooral middagdiensten, na school, meestal bij gezinnen met jongens.” Zoals in het geval van Abel Bronkhorst. Hij studeert psychologie in Utrecht en Amsterdam. Het oppaswerk kan hij daar goed mee combineren. Op dit moment is hij bezig met zijn scriptie.

Waarom kiezen ouders specifiek voor een jongen? Van der Straten zag deze ontwikkeling eerst vooral in de grote steden, maar nu ook daarbuiten. Van Lith: „Er zijn al zoveel vrouwen in het onderwijs, en sommige ouders willen daarom na school een jongen, dan is het meer in balans. De ouders die ons om een jongeman vragen, hebben vaak al ervaring met een jongen als oppas. Ze wonen bijvoorbeeld naast een studentenhuis of kennen sportieve jongens van de buitenschoolse opvang.”

Sofie Dijkuizen uit Leiden, moeder van drie kinderen, koos ook bewust voor een jongen als oppas. „Hij neemt de kinderen mee naar het bos, de waterspeeltuin hier in de buurt, gaat bowlen, fietsen op bmx-fietsjes en stunts doen met de step. Als het heel slecht weer is, spelen ze Monopoly of een spel op de Playstation.” Doen meisjes die oppassen dat soort activiteiten minder snel? Het verschil zit ’m in mentaliteit, denkt Van Lith. „Jongens zeggen: kijk maar hoe hoog je kan klimmen. Meisjes zeggen: klim maar niet.”

Niet meteen een grens aangeven

Voor jongens is ravotten natuurlijker, zegt Van der Straten. „Naar buiten, hutten bouwen, niet bang zijn voor modder.” Ruben Fukkink, hoogleraar kinderopvang aan de Universiteit van Amsterdam, doet onderzoek naar alle vormen van kinderopvang en kijkt daarbij ook naar de rol van mannen en vrouwen in de opvoeding. Hij zegt dat het verschil niet zozeer met het geslacht van de oppas te maken heeft als wel met masculiniteit. „Zowel mannen als vrouwen kunnen een masculiene stijl hebben. Dat is: energiek zijn, niet meteen een grens aangeven, kinderen de ruimte geven.” Een jongen is dus niet per definitie meer masculien dan een meisje. Fukkink: „Het is een prima idee om als ouders op zoek te gaan naar een jongensoppas, maar ik zou de vacature m/v houden. Een meisje kan net zo goed een hoog energieniveau hebben en ondernemend en stoer zijn. En het is ook niet zo dat een jongen per definitie masculien is.”

Fukkink is er voorstander van dat er bij de keuze voor type oppas wordt gekeken naar de behoefte van kinderen. De zoons van Sofie Dijkhuizen moeten na school hun energie kwijt, vertelt ze, daar past de aanpak van hun oppas goed bij. Volgens Fukkink kan dat ook gelden voor meisjes, „die willen heus niet de hele middag aan de knutseltafel zitten”. In zijn onderzoek ontdekte hij bij kinderen dat jongens én meisjes masculiniteit prettig vinden.

Jongens zeggen: kijk maar hoe hoog je kan klimmen. Meisjes zeggen: klim maar niet

Dorine van Lith

Hoe kom je erachter hoe actief en ondernemend een oppas is? Als een potentiële oppas op gesprek komt, kun je vragen wat hij of zij met de kinderen gaat doen als het regent, zegt hoogleraar Fukkink. „Als een jongen of meisje antwoordt: ‘ook als het regent, gaan we naar buiten’, dan weet je dat het goed zit met de masculiniteit.”

Lang niet alle ouders voelen zich comfortabel bij een mannelijke oppas. Door Robert M. en andere gevallen van ernstig misbruik in de kinderopvang, hebben ouders nare associaties bij mannen in de kinderopvang. Fukkink verwoordt het zo: „Nederland trilt nog na van Robert M. Het is moeilijk om daar van los te komen. Maar er komt langzaam verandering in dat beeld.” Bij kinderdagverblijven wordt een groep nooit geleid door twee mannen, er is dus altijd een vrouw in het team. Maar bij buitenschoolse opvang, sportclubs en andere naschoolse activiteiten zie je wel vaak een team van ‘meesters’. Fukkink: „De publieke opinie is dat mannen beter passen bij werk met kinderen vanaf de basisschoolleeftijd.”

Het liefst naar school gaande kinderen

Dorine van Lith merkt dat dit van twee kanten komt: „Ouders met heel jonge kinderen kiezen voor een vrouwelijke oppas. En jongensoppassen kiezen het liefst voor gezinnen met kinderen die naar school gaan.”

Lees ook: Blauw hoort bij jongens, roze bij meisjes, of niet?

Zo ook Olivier Hooghwinkel (21) uit Utrecht. Het liefst werkt hij met kinderen vanaf 8 jaar. „Als ze jonger zijn, moeten ze nog veel leren en ontdekken. Als ze wat ouder zijn, kan ik echt met ze meespelen.” Hooghwinkel doet de pabo en werkt als vaste oppas bij een gezin. Elke maandag haalt hij de jongen (8) en het meisje (11) uit school. Ook hij gaat voetballen en hockeyen, vaak sluiten andere kinderen uit de straat zich aan. Zijn aanpak is inderdaad energiek, zegt hij. „Zowel de jongen als het meisje houdt ervan om actief bezig te zijn. Als ik er ben, zijn er weinig regels. Het gezin is heel vrij, ik mag er een feestje van maken als ik kom.” Dat kan hij goed – in de zomer werkt hij een paar weken in een animatieteam bij een organisatie die vakanties met kinderprogrammering biedt.

Hoe rondt hij een oppasdag in Utrecht af? Stuiteren de kinderen door de kamer als de ouders uit hun werk komen? „Ze komen rond acht uur. Ik zorg dat de kinderen hun pyjama al aanhebben.” En de tanden gepoetst? „Soms, het hangt ervan af hoe het loopt. Als oppas moet je het een beetje leuk houden.”