Opinie

Ook een Nobelprijs voor de filmkunst

Peter de Bruijn De literaire idealen van de Oostenrijkse schrijver Peter Handke, winnaar van de Nobelprijs voor literatuur, zijn diep verbonden met zijn liefde voor film, stelt Peter de Bruijn.

Peter de Bruijn

Een Nobelprijs voor film bestaat niet, maar met de toekenning van de Nobelprijs voor literatuur aan de Oostenrijkse schrijver Peter Handke valt de filmkunst ook een beetje in de prijzen. Handke krijgt de prijs volgens het Nobelcomité voor zijn ingenieuze vermogen „de specificiteit van de menselijke ervaring” te beschrijven. Zijn literaire ideaal is om de wereld niet te interpreteren; ook niet om de wereld te veranderen, maar louter om de wereld zo precies mogelijk te beschrijven en zo de waarheid te kunnen blootleggen. Dat ideaal is vanaf zijn jeugd gevormd door zijn liefde voor film.

De schrijver heeft zelf ook vier films geregisseerd: van Chronik der laufende Ereignisse (1971, voor televisie) tot het geflopte L’absence (1992). Herinneringen aan films duiken overal in zijn werk op. Eind jaren tachtig was hij jurylid in Cannes. Maar vooral door de samenwerking met zijn vriend Wim Wenders heeft hij een stempel gedrukt op de filmhistorie. Die samenwerking omspant vijf decennia: van Die Angst des Tormanns beim Elfmeter (1972) tot en met Les beaux jours d’Aranjuez (2016). Het hoogtepunt van hun symbiotische samenwerking vormt de onlangs gerestaureerde klassieker Der Himmel über Berlin (1987): met Bruno Ganz in een van zijn grote rollen als een engel die boven het nog verdeelde Berlijn zweeft en ernaar verlangt om mens te worden.

Handke had eigenlijk geen tijd om het scenario te schrijven voor de film. Niettemin begon hij Wenders per post te bestoken met dialogen en scènes, terwijl Wenders zijn film al aan het draaien was. Der Himmel über Berlin kwam zo grotendeels improviserend tot stand. Wenders hing zijn film op aan Handkes fraaie gedicht over de blik van een kind op de wereld, dat in de film steeds terugkeert.

Handke vertaalde The Moviegoer van Walker Percy in het Duits; een roman over een beurshandelaar die zijn spirituele heil zoekt in de bioscoop. De schrijver zal daar iets in herkend hebben. Hij heeft geschreven over de diepe indruk die de films van John Ford („de Shakespeare van de cinema”) op hem maakten en over zijn bewondering voor de films van de Japanse meester Yasujiro Ozu. Handkes verhalen over de Verenigde Staten zijn doortrokken van filmbeelden, die hij naast zijn eigen observaties legt.

Hij beschreef ook het enorme effect dat La notte van Michelangelo Antonioni begin jaren zestig op hem had. Na het zien van de film was de Oostenrijkse provinciestad Graz, waar hij studeerde, plotseling getransformeerd tot een monumentale wereldstad. „Ik ervoer destijds met La notte voor het eerst, ver voorbij elk zelfgevoel, zoiets als een wereldgevoel.”

Die ervaringen zijn volgens Handke alleen in de bioscoopzaal mogelijk – niet in de dagelijkse beeldenvloed van de media. Die eindeloze stroom van beelden typeert hij – met een paradox – juist als ‘Bildverlust’. De bioscoopzaal is volgens hem „een meer solide terrein, beter gedefinieerd en beschermd”. We zijn volgens de Nobelprijswinnaar omringd door een dagelijkse werkelijkheid die zowel klein en onaanzienlijk als mysterieus en ongrijpbaar is. Die werkelijkheid nemen we slechts hoogst zelden waar – in grote films.

Peter de Bruijn is filmrecensent.