Onderzoek naar lekken in WODC-affaire levert niets op

Ministerie van Justitie Volgens de advocaat van klokkenluider Marianne van Ooyen zijn „geen verdachten in beeld gekomen en is het onderzoek gesloten.”

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in Den Haag.
Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in Den Haag. Foto Peter Hilz / HH

Het strafrechtelijk onderzoek naar het lekken van vertrouwelijke informatie vanuit het ministerie van Justitie & Veiligheid (J&V) in de zogeheten WODC-affaire heeft geen verdachten opgeleverd. Dat heeft het Openbaar Ministerie dinsdag laten weten aan WODC-klokkenluider Marianne van Ooyen.

Dat bevestigt Bénédicte Ficq, de advocaat van Van Ooyen, dinsdagavond. Volgens Ficq zijn er „geen verdachten in beeld gekomen en is het onderzoek gesloten.”

Lees ook het interview met klokkenluider Marianne van Ooyen: ‘Ik werd afgeluisterd toen de minister mij rehabiliteerde’

Van Ooyen was een gerenommeerd onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum (WODC), onderdeel van het ministerie van J&V. Zij kaartte in 2014 intern aan dat zij door topambtenaren van J&V onder druk was gezet om uitkomsten van onderzoek naar het Nederlandse drugsbeleid aan te passen aan de wensen van de toenmalige minister Ivo Opstelten (VVD).

Van Ooyen’s melding bleef in een la liggen en lekte in 2017 tegen haar zin in uit. In de jaren daarna werd haar melding alsnog onderzocht, kreeg zij van diverse overheidscommissies gelijk en werd het WODC op grotere afstand van het ministerie geplaatst.

Telefoon afgeluisterd

Tot verbazing van veel Kamerleden werd de telefoon van Van Ooyen en van twee toenmalige vertrouwenspersonen van het departement dit jaar enkele maanden afgeluisterd. Dat gebeurde door de Rijksrecherche in een strafrechtelijk onderzoek naar het uitlekken van de melding van Van Ooyen naar televisieprogramma Nieuwsuur, dat in 2017 over haar zaak berichtte.

Het onderzoek door de Rijksrecherche werd opgestart nadat minister Grapperhaus (CDA) aangifte had gedaan van schending van het ambtsgeheim in de WODC-affaire. Dat onderzoek is nu gesloten, zonder dat er verdachten van lekken in beeld zijn gekomen.

Volgens een betrokkene was de Rijksrecherche ongelukkig met de aangifte en het feit dat de vertrouwenspersonen en Van Ooyen – een alom gerespecteerde klokkenluider – in het strafonderzoek en de afluisteroperatie zijn meegesleept.

Marianne van Ooyen wil nu niet reageren op het sluiten van het onderzoek. Twee weken geleden vertelde zij in NRC dat zij vreesde dat de ambtenaren die haar en andere onderzoekers onder druk hadden gezet, daar mee weg zouden komen. „De meesten zitten nog comfortabel op hun positie, terwijl er jacht wordt gemaakt op de melders. Het is de omgekeerde wereld”, zei zij toen.

Correctie (23 oktober 2019): in een eerdere versie van dit artikel werd Bénédicte Ficq abusievelijk Dominique genoemd.