Nuuken

geeft Nederlandse les aan expats. Afl. 9

‘Ik heb een vraag.” Amadeo steekt zijn hand op. „Ja, Amadeo, wat is je vraag?” „Ik kijk gisteren naar tv.” Ik had mijn cursisten aangeraden om wat Nederlandse televisie te kijken en het verbaasde me niet dat Amadeo dat advies nauwgezet had opgevolgd. De andere cursisten staren tamelijk lethargisch voor zich uit. Ze zijn allemaal gemotiveerd, maar het uur na de lunch is niet ons topmoment. Niemand laat iets merken van ongeduld, ze zakken alleen wat onderuit en hun ogen worden glazig. „Drie woorden gebruiken zij vaak en ik begreep niet goed deze woorden.” Hij kijkt geconcentreerd in zijn aantekeningen. „Zij zijn: Al, gewoon en nuuken.”

„Pardon?” zeg ik.

„Al, gewoon en nuuken.” Herhaalt hij gehoorzaam.

Ah, de gebruikelijke uitspraakproblemen met de ‘eu’. En, ja, nu moet ik zijn vraag beantwoorden. De Napolitaan Ciro merkt aan mijn reactie meteen dat er iets met die woorden is, zijn blik vliegt naar de aantekeningen van zijn buurman. Feilloos pikt hij het woord eruit dat mij overeind liet komen. Hij typt in op zijn telefoon en kraait van het lachen.

Het gaat nu de groep door en het duurt niet lang of iedereen grinnikt en Amadeo zegt verdedigend: „Dat zeggen zij. Heel regelmatig.”

Iedere groep krijgt na een tijdje een eigen karakter met een scala aan rollen en interacties die oneindig geschakeerd zijn en ik gelukkig in geen enkel boekje over groepsdynamiek terug kan vinden. Amadeo, zachtaardig ondeugend, Ciro een enfant terrible maar eindeloos sociaal, Angel intellectueel moederlijk, Anka op het scherp van de snede grappig en Kristofer een rustige autoriteit met explosiegevaar. En de hele groep altijd bereid om te lachen, dat is een universele wet van groepen waar ik erg blij van word. Soms voelt het wat ongemakkelijk, zoals vandaag.

Ik schrijf ‘al’ op het bord en ‘gewoon’ en zeg dat het derde woord een werkwoord is dat hij zelf mag gaan vervoegen. Ciro heeft daar een heleboel goede raad aan toe te voegen maar Amadeo zegt zacht: „Ciro, je stoort de docent.” En Kristofer vermaant Ciro goedmoedig, „Genoeg nu.” Maar in Ciro’s ogen springen duiveltjes rond:

„Jij gaat toe naar een meisje, Amadeo, en je zeg: Kun je mij helpen, met mij Nederlands? Wil jij met mij een werkwoord vervoegen?”

Vanwege de privacy zijn herkenbare details aangepast