Noord-Iers Larne voelt zich verraden door Boris Johnson

Noord-Ierland Noord-Ierland blijft het brandpunt van de Brexit. Het akkoord dat nu voorligt in het Lagerhuis lijkt onverteerbaar voor unionisten, zoals die in het havenstadje Larne. „Boris Johnson verdient een opdoffer op dat grote blonde hoofd.”

Foto Merlin Daleman

Vanaf Coast Road in Larne kijk je uit over het kobalt van het Noorderkanaal, met aan de horizon de heuvels van grillige Schotse landtongen. Na de Brexit blijft dit uitzicht even ruig en spectaculair en blijft het vanuit de Noord-Ierse havenplaats twee uur varen naar Cairnryan aan de overkant. „De snelste en kortste oversteek”, adverteert P&O Ferries in de haven. Maar de bestuurlijke afstand wordt na de Brexit wel groter. Dan dobbert een douanegrens op deze ruige zee.

Dat is het gevolg van de Brusselse deal van Boris Johnson met de Europese Unie, waar hij deze week alsnog instemming voor hoopt te krijgen van het Lagerhuis. De Britse premier stemde er in Brussel mee in dat Noord-Ierland na het Britse uittreden net zo veel bij de EU als bij het Verenigd Koninkrijk hoort. Als enig Brits grondgebied volgt Noord-Ierland wél regels van de interne markt voor de handel in goederen en landbouwproducten. Noord-Ierland blijft eveneens het Europese douanebeleid en de algemene Europese regels voor btw schaduwen.

Dat is technisch, gedetailleerd en het creëert na de Brexit een ingewikkelde papiermolen. Maar in Larne is dit vooral een beladen en emotionele zaak. In een zeecontainer die is omgekat tot snackbar sjouwt Roy Hinds (35) met pakken spek en zakken aardappelschijfjes. „Deze deal is een uitverkoop van Noord-Ierland als Brits grondgebied”, zegt Hinds. Een klant die een hamburger wegwerkt, zegt: „Boris Johnson verdient een opdoffer op dat grote blonde hoofd van hem.”

Kijk naar een demografische kaart van Noord-Ierland en je snapt het probleem. De gebieden aan de grens met Ierland zijn groen. Daar wonen overwegend mensen die zich als Iers identificeren. Zij hebben meestal een katholieke achtergrond en zijn, als nationalisten, actief en latent voorstander van Ierse vereniging.

Dan de kust: daar wonen vooral mensen die zich als Brits identificeren. Zij hebben meestal een protestantse achtergrond en zijn als unionist, actief of latent, voorstander van een zo nauw mogelijke band met de rest van het Verenigd Koninkrijk.

In de steek gelaten

Het zijn de unionisten die zich in de steek gelaten voelen door Johnson. „Het is simpel. Het gehele Verenigd Koninkrijk koos er veertig jaar geleden voor om mee te doen met Europese integratie. Dan moeten we ook als een land samen vertrekken”, zegt Hinds.

De afgelopen Brexit-jaren was het Noord-Ierse unionistische belang om bij het VK te horen bijkans heilig in Londen, voor premiers Theresa May én Boris Johnson. Die stelligheid komt voort uit politieke en ideologische opvattingen. De Tories waren sinds 2017 afhankelijk van gedoogsteun van de tien Lagerhuisleden van de Democratic Unionist Party.

Tegelijkertijd is de unie van Groot-Brittannië (Engeland, Schotland, Wales) en Noord-Ierland een basisbeginsel bij de Conservatieven, die voluit de Conservative and Unionist Party heten. Toestaan dat er gemorreld wordt aan de band met Noord-Ierland zien veel Tories als zuurstof bieden aan nieuwe pogingen van Schotland om onafhankelijk te worden.

Een douanegrens tussen Noord-Ierland en Groot-Brittannië was volgens May „een voorstel waar geen enkele Britse premier op kan ingaan”. Op het partijcongres van de DUP in november vorig jaar zei Johnson dat Noord-Ierland bij aparte handelsregels „een quasikolonie van de EU” zou worden. „Geen enkele Britse Conservatieve regering kan of zal zulke afspraken goedkeuren”, aldus Johnson, die toen nog geen premier was.

Elf maanden later keurde Johnson als premier zulke afspraken wél goed. De douanegrens in zee leggen was de prijs die hij betaalde om voor Halloween, de huidige Brexit-deadline, een onderhandelingsakkoord te sluiten, waarmee hij zichzelf als daadkrachtig kan presenteren aan Britse kiezers. Dat de Tories de unionisten na een bondgenootschap van ruim tweeënhalf jaar lieten vallen, kan geen verrassing zijn. Never trust a Tory is een oud adagium bij de DUP.

Had de DUP niet kunnen zien aankomen dat Johnson de unionisten voor zijn geliefde rode dubbeldekkerbus zou gooien? Hadden ze niet beter akkoord kunnen gaan met de deal in ruil voor toezeggingen van de premier om miljarden te investeren in Noord-Ierland, zoals May deed om hun gedoogsteun te winnen?

Snackbaruitbater Hinds wrijft over de tatoeages op zijn onderarmen. „Dat maakt niet uit. Het gaat niet om geld”, zegt hij. Even kijkt hij naar de rotonde waar vrachtwagens langzame bochten draaien, op weg naar de boot, naar Schotland. „Ik ben geen fan van de DUP. Ze hebben het te vaak over geloof. Toch snap ik goed dat Arlene Foster en Nigel Dodds [respectievelijk partij- en fractieleider, red.] hun rug recht hielden. Ze kunnen niet instemmen met dit akkoord, omdat het de deur naar een verenigd Ierland wagenwijd openzet.”

Door de deal kan Noord-Ierland van twee walletjes eten: het kan profiteren van zowel het VK, de op vier na grootste economie ter wereld, als van de EU, ’s werelds grootse handelsblok.

Noord-Ierse bedrijven kunnen zonder belemmering – ‘frictieloos’, in Brexit-jargon – handelen met de Europese interne markt en goederen uitvoeren naar de rest van het Verenigd Koninkrijk. Dat betekent dat buitenlandse bedrijven Noord-Ierland mogelijk opeens zien als uiterst aantrekkelijke plek om zich te vestigen. Vanuit één locatie kunnen ze zonder rompslomp twee grote afzetgebieden bestrijken.

„Deze deal is een uitverkoop van Noord-Ierland als Brits grondgebied”, zeggen ze in de Noord-Ierse kustplaats Larne. Foto Merlin Daleman

Op de boot gezet

Het probleem is dat de vrijhandel niet geldt voor goederen die juist van Groot-Brittannië naar Noord-Ierland gaan, die in Schotland op de boot gezet worden en in Larne aankomen. Daar moeten handelaren douaneverklaringen voor invullen en mogelijk invoerheffingen over afdragen, via een complex systeem van heffingen en teruggaven. Unionisten vrezen daarom dat de makkelijke handel met de Ierse Republiek, die in een economische hausse zit, en de meer omslachtige handel vanuit Groot-Brittannië ervoor zullen zorgen dat Noord-Ierland bedrijfskundig de blik meer naar het zuiden en minder naar het oosten richt.

Hinds wijst op de opslagruimte in de verbouwde zeecontainer. „Als spek uit Schotland opeens duurder wordt omdat de slager meer kosten moet maken het hier te krijgen, gaan wij ook over op Ierse producten. Dat is logisch.”

Nauwere economische banden tussen noord en zuid kunnen de wens voor een verenigd Ierland meer momentum geven. Maar de belangrijkste kracht daarvoor blijft de demografische omwenteling. Over een paar jaar zal de unionistische gemeenschap in Noord-Ierland een minderheid worden.

Bij de laatste verkiezingen voor het Noord-Ierse parlement in maart 2017 verloren de unionisten voor het eerst hun absolute meerderheid in Stormont, zoals de assemblee genoemd wordt. De nationalisten, geleid door Sinn Féin als grootste partij, naderden tot op een zetel. Dat geen van de twee sektarische groepen een meerderheid heeft, komt door de aanwezigheid van kleinere ongebonden partijen.

Nog een paar jaar en de unionisten zijn hun greep op de Noord-Ierse politiek kwijt. Dat is ook de kern van hun Brexit-opstelling. Dodds en Foster zagen dit als een van de laatste kansen om de zaakjes naar hun hand te zetten. Zij wilden het liefst een unionistisch veto voor iedere noodregeling voor de Ierse grens.

De DUP voelt zich zó verraden door Johnson dat Dodds zaterdag een laatste beroep op Johnson deed om opnieuw te kijken naar de afspraken over Noord-Ierland. Zelfs teruggaan naar Brussel om de onderhandelingen voor een tweede keer open te breken, moet volgens de partij tot de mogelijkheden behoren. Dodds, die al drie jaar de Brexit met hand en tand verdedigt, dreigde in het Lagerhuis dat zijn tienkoppige fractie, die gezien de verhoudingen een sleutelrol kan spelen, zelfs overweegt plannen voor een tweede referendum te steunen als de premier unionistische belangen blijft negeren.

Het paradoxale is dat juist de nationalisten de afgelopen jaren de meeste zorgen hadden, bevreesd als ze waren dat hun levens aan beide kanten van de grens ontwricht zouden worden. Zij waarschuwden dat iedere vorm van grenscontrole (in loodsen op afstand van overgangen, subtiel met camera’s, desnoods met gps-volgsystemen) tot heibel zou leiden. De grens controleren is vragen om geweld, was de teneur.

Onverwachte ontwikkelingen

Nationalisten worstelen nog met de onverwachte ontwikkelingen van de laatste dagen. „Ja, er komen geen controles en dat is zeker een pluspunt. Maar uiteindelijk vind ik het nog steeds slecht. Het is nog steeds een vorm van Brexit en daar ben ik tegen”, zei Martina Anderson, Europarlementariër voor Sinn Féin vorige week tegen de Ierse omroep RTÉ. Tegen de Brexit zijn is een politiek houdbaar standpunt. Maar het komt minder urgent over dan waarschuwen voor een gevaarlijke terugval in een broos vredesproces.

Hinds, in Larne, lacht cynisch. „Johnson kreeg knikkende knieën toen hij de dreigementen hoorde. Typisch.” Hij heeft geen goed woord over voor politici. De Noord-Ierse assemblee ligt sinds 2017 stil, als gevolg van een daverende ruzie tussen de DUP en Sinn Féin over een waaier van onderwerpen. Het gevolg is dat het Britse parlement een aantal besluiten voor Noord-Ierland heeft genomen. Zo werd maandag het Noord-Ierse abortusverbod uit de wet geschrapt, net als de bepaling die het homohuwelijk verbiedt.

Sommige volgers van de Noord-Ierse politiek zien dat als een doorbraak. Doordat zulke uiterst gevoelige onderwerpen uit de handen van de Noord-Ierse politici worden genomen, kunnen zij hun geschillen wellicht makkelijker bijleggen. Hinds vindt het niks. „Het is zo laf. Ze ontwijken moeilijke keuzes, zitten al duizend dagen thuis en ontvangen wel een salaris. Ik vrees dat politici geen recht van spreken meer hebben in Noord-Ierland.”

En dat kan nare gevolgen hebben, waarschuwt hij. Hinds vertelt over geruchten dat de Ulster Volunteer Force en de Ulster Defence Association, paramilitaire organisaties die na de vrede verder zijn gegaan als gewone criminele bendes, demonstraties voorbereiden tegen de voorstellen van Johnson. „Je weet hoe deze lui demonstreren? Dat is niet een brug bezetten. Dat is stoeptegels en brandbommen die door de lucht vliegen. Johnson is weer een Britse premier die niet snapt dat je in Noord-Ierland voorzichtig moet zijn.”