Meer omgebouwde huurwoningen voor jonge alleenstaanden

Vorig jaar ontstonden 13.000 ‘transformatiewoningen’, vooral in Amsterdam. Met name kantoorpanden werden omgebouwd tot woningen.

Een loods in Rotterdam wordt omgebouwd tot woningen.
Een loods in Rotterdam wordt omgebouwd tot woningen. Foto Getty

In 2018 zijn fors meer bestaande gebouwen verbouwd tot woning. Dat blijkt uit een woensdag verschenen onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). 13.000 keer werd een bestaand pand omgebouwd tot woning: bijna 30 procent meer dan het jaar ervoor. Bijna 90 procent van de panden waarvan het eigendom bekend is bij het CBS, werd na de verbouwing verhuurd.

Het overgrote deel van de woningen waren oorspronkelijk kantoren of ‘maatschappelijk vastgoed’, zoals ziekenhuizen of scholen. De bestaande panden werden voornamelijk verbouwd tot huurwoningen met een oppervlakte tot 50 vierkante meter. De meeste bewoners zijn jong en alleenstaand. Ook bewonen stellen zonder thuiswonende kinderen de zogenoemde transformatiewoningen.

CBS-woordvoerder Frank Notten heeft geen eenduidige verklaring voor de „behoorlijke stijging” in 2018. Hij stelt dat de toename van het aantal transformatiewoningen mogelijk te maken heeft met de krapte op de woningmarkt. „De bewoners zijn vooral alleenstaande jongeren. Het lijkt om starters te gaan en we weten dat zij het momenteel moeilijk hebben op de woningmarkt.”

Voor zover bekend zijn er vorig jaar geen grote veranderingen doorgevoerd in de regelgeving over bouwen die de stijging zou kunnen verklaren. Notten benadrukt dat de toename in 2018 in zeker twee gemeenten te verklaren is door grote eenmalige projecten waarbij een groot kantoor of een ziekenhuis werd omgebouwd tot woonruimte.

Lees ook: Wat zijn de gevolgen van de kabinetsplannen voor woningmarkt?

Particuliere verhuurders

De omgebouwde panden waren vorig jaar samen goed voor 14 procent van het totale aantal nieuwe woningen op de woningmarkt in 2018. Het CBS keek alleen naar zelfstandige woningen met een eigen deur en eigen voorzieningen, zoals een badkamer en keuken, en niet naar (studenten)kamers. De meeste ongebouwde panden bevinden zich in Amsterdam, gevolgd door Den Haag en Eindhoven.

Ongeveer 80 procent van de omgebouwde woningen waarvan het eigendom bekend is bij het CBS, is in het bezit van particuliere verhuurders, 10 procent wordt verkocht. Woningcorporaties lijken mis te grijpen: zij bemachtigden slechts één op de tien omgebouwde woningen. De CBS-woordvoerder heeft hier geen verklaring voor.